Dick Zeelenberg – In de leeuwenkuil?

Vandaag een stuk van Dick Zeelenberg over zijn werk op Abel Tasman, een wooncluster in Heerhugowaard waar iedereen de mogelijkheid krijgt mens te zijn. Bewoners vallen binnen de SGLVG doelgroep, een onuitsprekelijke afkorting die inhoudt dat er naast de verstandelijke beperking, ernstige gedrags- of psychische problematiek aanwezig is.
Al lezende werd ik geraakt door zijn werk en vooral de bijzondere manier waarop Dick kijkt naar mensen die door anderen vaak met de nek worden aangekeken.
 

„Abel Tasman? O, Dars 3 en die portocabins. Zware groep, zeker vaak agressie?”Zo staat de Dars 3 bekend bij collega’s van de stichting. Maar ook familie, vrienden of bekenden die je vragen waar je werkt richten zich vooral op de agressie. Een schijnbaar aansprekend onderdeel van het werk waar naar mijn idee teveel aandacht naar uit gaat. Is mijn werk vechtende cliënten uit elkaar houden? Ben ik altijd op mijn hoede? Constant gericht op mijn verdediging, altijd een tafel tussen mij en de cliënt? Moet ik eerst een vechtsport beheersen? Kan ik daar alleen maar werken als ik minstens 100 kilo weeg? Is geweld en separatie aan de orde van de dag?

Nee! Dat is niet waar ik mij op wil richten! Mijn cliënten zijn geen losgeslagen wilden! Ik wil niet beheersen. Geen bewaker tegenover gevangene. De agressie is niet de baas en het recht van de sterkste is niet waar ik mij aan wil conformeren. Niet: “luisteren, anders …”
Niet de macht heerst maar de kracht van het luisteren. Agressie is niet de overkoepelende factor.

Natuurlijk kan ik niet beweren dat er geen agressie is. Er wordt gescholden, geslagen, geschopt en gegooid bij Abel Tasman. Er zijn slachtoffers, cliënten die ‘zomaar’ klappen krijgen, begeleiders die de meest dodelijke ziektes toegewenst krijgen en een blauw oog thuis moeten uitleggen. Cliënten die zo boos worden dat er niets veilig is, collega’s die ik naar huis heb gestuurd omdat ze zich zo angstig voelen. En dat is indrukwekkend, niet normaal, niet prettig.

Maar niet datgene waar wij ons op moeten richten. Niet het speerpunt van onze begeleiding. En ook niet de oorzaak of het probleem. Naar mijn idee is de agressie een gevolg van. En moeten we ons richten op de echte oorzaken. Er is angst en onvermogen. Dát zijn de overkoepelende factoren op de Dars. Angst en onvermogen omdat het leven niet te begrijpen is. Onveiligheid doordat onze cliënten het niet snappen en niet kunnen. Wel willen, maar het lukt niet. Onze cliënten zijn en worden overschat. Ze zien er veel te goed uit. Bezitten allerlei praktische vaardigheden, kunnen soms praten als Brugman en scheppen hoge verwachtingen. Ook bij zichzelf. Maar in gezelschap wil het niet. En die emoties, die willen ook niet. Tuurlijk, ze zijn er wel, heftig genoeg. Woede, verdriet, hoop, blijdschap, alles komen ze tegen. Maar ermee omgaan, dat is pas moeilijk. Want die sociaal-emotionele kwetsbaarheid wordt niet geholpen door alle bijkomende factoren van een verstandelijke beperking, al dan niet aangeboren, hechtingsproblematiek, psychiatrische aandoeningen. In een fysieke omgeving die beperkend is, noodgedwongen met anderen leven in kleine ruimtes en sociaal beperkte buren. En met een druk van moeten presteren, opgelegd door familie, begeleiding maar ook zichzelf.

Daar zit mijn aandacht. Dat is mijn werk. De druk laag krijgen en houden. De frustratie, de onzekerheid, de onveiligheid zien. Achter die grootspraak, dat groot gemaakte lijf, de houding, het masker. En dat is geen medelijden hebben met of verheven voelen boven. Geen houding van beter weten of vertroetelen. Maar de ander serieus nemen en elkaar ondersteunen. Elkaar, want ook de begeleiders zijn kwetsbaar. Emotioneel en ook sociaal. Dus gaan we praten, even een bakkie of een peuk samen. Een schouderklop, een knuffel, stoeien. Of samen wandelen, fietsen, naar een winkel. Een klus beginnen waarbij het resultaat niet het belangrijkste is. Tijd en aandacht voor elkaar hebben en geen toneel spelen maar echt zijn.

Echt zijn, het gewone leven, maar dan ook in de omgang met agressie. Niet die uitwassen daarvan zijn belangrijk maar de mens. Rust en veiligheid en blijven praten. Hoeft niet met veel woorden maar de aandacht, daar gaat het om. Je mag er zijn, ook nu. Ik zie je, zie je frustratie en je pijn. Heb wel liever dat je het op een andere manier uit maar alles komt goed. En dat is, volgens mij, belangrijker dan alle protocollen, aangeleerde gesprekstechnieken en trucjes. Die heb je wel nodig, is gereedschap wat je voorhanden moet hebben maar de basis is het gevoel. Menselijkheid, gelijkwaardigheid, acceptatie.

Het lukt niet altijd. We doen met z’n allen zo ons best maar kunnen niet altijd voor het gevoel van veiligheid zorgen. Er is toch onduidelijkheid en strijd. En soms zelfs nog separatie. Maar: soms. En dan zo kort mogelijk en zo zacht mogelijk. Omdat het ons samen niet gelukt is maar we het blijven proberen. Vandaag, morgen, en overmorgen.

Maar ja, leg dat maar eens uit op een verjaardag. Wat ik voor werk doe? Koffie drinken, krantje lezen, tv-kijken, praatje maken en rust uitstralen, eigenlijk niets.

 

5 thoughts on “Dick Zeelenberg – In de leeuwenkuil?

  1. Kees Versluis

    Beste Dick,

    Ik kan me bijna geen voorstelling maken van de wereld die je in jouw stukje beschrijft. Wat ik me wel kan voorstellen is dat het voor een mens heel moeilijk moet zijn om te leven in een beperkte ruimte tussen andere mensen die het moeilijk hebben. Ik weet het van kinderen met problemen. Die zitten liever in een ‘normale’ schoolklas dan tussen alleen maar kinderen die een probleem hebben. Hechtingsproblemen, ik weet dat het bestaat en een beetje wat de oorzaak is. Wordt iemand met dat probleem ooit weer een mens die zich wel kan hechten? Mijn basis is een gelukkige jeugd waaraan ik dagelijks terug denk en waar ik heel dankbaar voor ben.

    Reply
  2. minke nas

    fijn dat er nog steeds echte mensen zijn, en ik weet dat ze helaas zeldzaam zijn!
    Het zijn niet de clienten, bewoners die lastig zijn maar het onvermogen van de hulpverlener om daarmee om te gaan!
    en ja je eigen houding en echtheid zijn een voorwaarde voor een goede relatie, het nonverbale is zo belangrijk maar helaas ook het onvermogen van velen.
    respect voor jou Dick,blijf jezelf blijf echt.

    Reply
  3. Kees Versluis

    Ja,

    heel goed gezegd Minke. Het nonverbale en de echtheid zijn het belangrijkste.
    Ja Dick, dat was ik vergeten, respect voor wat je doet.

    Reply
  4. Dick Zeelenberg

    Bedankt voor de lieve reacties. Spannend, uitdagend maar tegelijkertijd ook heel veilig en vertrouwd om hier een stukje van mijn passie te laten zien. Een stukje inzicht in de wereld van mijn mannen en het dualistische van de zorg. Helaas, Kees, is hechtingsproblematiek eigenlijk niet te herstellen. Maar dat wil zeggen dat we wel moeten proberen in het stuk waar wel mogelijkheden liggen deze ook volledig te gebruiken.
    Het respect wat jullie mij bieden neem ik aan, maar onder voorbehoud. Ik vind namelijk dat een ieder moet doen wat hij kan en dat echtheid, het werkelijke menselijke contact, niet afhangt van de plek waar je werkt of leeft. Persoonlijk lijkt mij een hele dag achter de kassa bij de Aldi oid loodzwaar en respect verdienen.

    Reply
  5. Kees Versluis

    @Dick Het gaat om echtheid. Ik maak het mee dat mensen neerkijken op de schoonmakers in een bedrijf. Collega’s die wel een ingenieur groeten en de schoonmakers gewoon voorbij lopen. We komen nu waarschijnlijk in een tijd waar mensen elkaar meer nodig hebben. Mensen die bij zichzelf blijven en zichzelf zijn hebben zelfrespect. Ik zag pas, ik weet niet meer waar een reportage over een bordenwasser. Hij was gelukkig zonder zorgen en had altijd werk. Hij werd zelfs gevraagd bij David Letterman en deed aan persoonsverwisseling omdat hij niet bekend wilde worden. Een uiterst tevreden mens. Hij had zich erbij neergelegd, door zijn opvoeding, dat hij nooit rijk zou worden. Hij is wel gelukkig. Dank je wel dat je er op in gegaan bent, op de hechtingsproblematiek.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *