Wonen op een berg – kennismaking (1)

Ik zou het willen delen, alles wat deze berg mij laat voelen, deze berg waar ons berghuis op staat, haar kelder in de bergwand. Het is woordloos. Onbegonnen. Haar wezen geeft zich niet zomaar bloot. Het schuilt in haar vacht, de bomen, het mos en het gras, haar diepte, gesteenten en ertsen, haar bronnen. De wind. De bewoners.
De vos met zijn holen, zijn sluipende gang, de bijtende marter, de spelende iltisj, de fluitende vogels, de valken, staartmezen, goudvinken, kuifmezen, de adders en hagedissen, de padden en vuursalamanders, de bijen en vlinders en alles wat zoemt.
Het is niet in woorden te vangen.

Ik ben terug bij het woordloze kind dat ik was. Negen jaar.
Mijn vader wou naar de bergen. Zijn altijd wat ernstig gelaat gloeide op als vuur, zijn ogen fonkelend als sterrenlicht. Zijn stem sloeg over van een enthousiasme dat me begeesterde en benauwde. Hij wou met de auto. Hij zou een rijbewijs halen.
De auto was er eerder dan het rijbewijs. Stond in de achtertuin in al haar ronde schoonheid Lelijke Eend te wezen. Het dak kon open en dicht, net als de vijf deuren. De claxon deed het ook. Het was niet de bedoeling dat we er al in gingen zitten. We moesten geduld hebben.
Mijn vader stapte elke dag even in, ter bevestiging dat zijn droom werkelijkheid aan het worden was. Boek in de hand, quasi nonchalant, of hij zou lezen, aandacht bij het boek en zeker niet bij langslopende buren die popelend nieuwsgierig waren naar de eerste auto in de straat. Mijn vader had geen zin in vragen over zijn rijlessen, laat staan het naderend rijexamen en al dat andere dat nieuwsgierige aagjes vragen bij gebrek aan eigen levensvervulling. Tsja.

De buren zagen het boek niet. Ze zagen maar één ding, en dat was Vellinga achter het stuur van een gloednieuwe, stilstaande  auto. Nog geen ronk kwam eruit. Geen beweging te zien. Kon hij wel rijden? Ze dachten het hunne. Dat Vellinga nog eigenaardiger was dan ze al vonden. Wie vult zijn eetkamer nou met een terrarium met slangen en hagedissen? En wie gaat er nou zes weken naar de Ardennen met de kinderen achterop de fiets? Slapen in een tent! Op de grond!
En nou zat hij in die Lelijke Eend.

Mijn moeder schaamde zich een beetje, terwijl ze trots had willen zijn. Maar dat is lastig met een man die alles anders doet en dan ook nog in omgekeerde volgorde. Ze kreeg het nog lastiger toen hij zakte de eerste keer dat hij op examen moest. Het waren de zenuwen, want zo eigengereid als hij was, zo fijnbesnaard was hij ook. De eerste de beste fietser kon hem uit zijn evenwicht brengen. Laat staan een vrachtwagen van de glasfabriek of de Metawa. Of een chagrijnige, norse, zeurende, pietluttige examinator. Ze voorzag het allemaal en had hem het zilveren theelepeltje gegeven van hun trouwen, een van de kostbaarste geschenken. Het kon niet op tegen de stoorzenders. De tweede keer dat hij op moest gaf ze hem hetzelfde lepeltje. Het zou toch echt geluk moeten brengen. Weer niet! De derde keer deed ze een extra schepje suiker in de thee en gaf er het metalen lepeltje bij met de afbeelding van de sluis van Tiel, waar wij vlakbij woonden. Mijn vader slaagde. Het zilveren lepeltje werd nooit meer gebruikt en vond ik onlangs als erfstuk achterin een la.

Hoe mijn broertje zich voelde bij het enerverende voorspel op weg naar de top, via auto, boek, buren, onze schamende moeder en gloeiende vader weet ik niet, maar ik deed geen oog meer dicht. Dat had niets te maken met de buren, maar alles met de bergen waar wij heen zouden gaan, als , indien, mits, mijn vader het rijbewijs zou halen.

Elke avond besteeg ik de berg in onze Eend, geen rond heuveltje zoals we die kenden van de Ardennen, maar een echte berg met een top. Elke nacht weer ging ik omhoog, hoger, almaar hoger, tot ver boven de wolken. Dan kwam het toppunt van angst, de top.
In het donker dat met het uur donkerder werd, zag ik kristalhelder het bovenste puntje dat wij naderden, de spits waar wij overheen moesten. Ik zag hoe de wielen wel wilden, hoe ze draaiden onder de auto, maar er was geen grond, enkel lucht. De auto klapte om en wij werden vastgepind op de punt van de berg. In de auto.
Ik sliep niet meer.

Nu ik tien weken per jaar op een berg woon, ondervind ik wat mijn kinderziel voorvoelde, het wezen van de berg…

wordt vervolgd

 

22 thoughts on “Wonen op een berg – kennismaking (1)

    1. metha schrijvers

      Mens, wat schrijven ik je toch leuk.ook leuk om weer iets van je te horen. Hoe is het in die kelder bij bayreuth. ? Of hoe schrijf je dat?? Leuk verhaal ook van die eend. Ik had een vriend, die zette zijn kinderen en alle vriendjes en vriendinnetjes rechtop in de eend, dak open, en reed ermee Door de buurt voor het verjaardagsfeest van een van zijn spruiten. Tja, dak open natuurlijk. Heerlijke tijd en heerlijke auto. Heb nieuwe mobiel, die nog niet doet wat ik wil, sorry. Tot gauw weer. Groet metha.

      Reply
      1. Anne Post author

        en Metha, ik vind het erg leuk dat je je de kelder herinnert! onze ‘Felsenkeller’ die ik vorige keer leeggeruimd en schoongemaakt en gewit heb – nou, hij was nog wit! en rook fris!!! aan de nok hingen heldere druppels, en het zou me niet verbazen als er de volgende keer minuscule stalagtietjes hangen 😉
        ook erg leuk dat je vertelt over je eigen eendenbeleving! dat rechtop staan in de auto, ja!
        en suk6 met je nieuwe mobiel!
        Groet van Anne

        Reply
    2. Anne Post author

      wat fijn om dat terug te krijgen Athy; elk woord welde op uit dat diepe, maar of het dat dan ook weergeeft weet je niet – dankjewel

      Reply
  1. mark mertens

    Hoi Anne.
    Wat een leuk kortverhaal over je fascinatie voor bergen en de aanloop er naartoe in een ‘deux cheveaux’! Ook mijn vaders eerste auto was het populaire twee p.k.-tje van Citroën! Het rijbewijs halen was toen in ons apenlandje wel poep-simpel; je nam een pasfoto mee naar de gemeente, betaalde …tig Belgische franken, zette je handtekening en klaar was Kees! De meesten van mijn 5 zussen & 2 broers leerden ook autorijden in die “hoestbui op 4 wielen”! Mijn vader was verzekeringsagent vd Boerenbond en moest regelmatig de baan op om polissen af te sluiten & premies te innen. Voor ons, beginnende chauffeurs, ideaal om ervaring op te doen! Toen ik op een dag met onze Va op weg was naar een cliënt, had ik plotseling de gekke ronde knop vd versnellingspook in mijn hand; hij was losgekomen, terwijl er in mijn achteruitkijkspiegel een vr8wagen opdook!
    De fascinatie voor bergen, die je zo plastisch beschrijft, heb ik ook!
    Bewondering voor het fenomeen ‘vrouw’ ook.

    Alpinist

    ik vind vrouwen
    wat hebben
    van bergen

    niet hun borsten
    met net onder de toppen
    de tepelvelden

    het is eerder
    verwondering om
    hun eigenzinnigheid

    rusten
    in de luwte
    van hun berghut

    laven
    aan de weldaad
    van hun bron

    eten
    van de overvloed
    van hun alm

    slapen
    in de bedding
    van hun welving

    klimmen
    op de flanken
    van hun ranke robuste

    draaien
    in de diepte
    van hun grot

    juni ’04
    (de laatste strofe is mss nogal expliciet, maar het is geschreven, vanuit een groot en ‘diep’ respect voor vrouwen)
    vriendelijke groet,
    mark mertens

    Reply
    1. Anne Post author

      Je bezorgt me een leuke kennismaking met jou, Mark.
      Leuk die ervaring, en het geeft nog eens te denken over mijn vaders aanvankelijke rijkunst – of dat het in België toch net even ontspannener toeging…
      Mooi gedicht ook – en het aparte is dat ik onze berg ook ervaar als ‘vrouwelijk’ – terwijl de naam verwijst naar een koning, dwz de bovenste vlakte heet Köningsheide.
      Dankjewel!

      Reply
  2. Jannie Harmsen

    En toch heb je al een groot deel van de berg in woorden gevangen, of liever gezegd, opgeschreven Anne. Alleen…………het voelen, het ervaren dat is heel persoonlijk en deel je intiem met de natuur, het wezen van het woud. Maar zelfs dat weet je op een heel mooie manier over ons uit te waaieren…….

    Reply
    1. Anne Post author

      echt waar Jannie? Je maakt me blij! En geeft moed verder te schrijven over onze berg.
      En het is waar, de natuur laat zich niet vangen, het is eerder omgekeerd, dat wij ontvangen worden door haar, als wij ons erin wagen…

      Reply
  3. dimph

    Anne jouw eendverhaal doet me terugdenken aan mijn thuis.
    Pa had’n auto gekocht Fiat 850 , maar geen rijbewijs, wij 3 kids wel. Broer en ik reden graag auto lekker stoer m’n zusje vond’t maareng.
    Pa zou wel”even” z’n rijbewijs halen, zakte tot zijn eigen grwuwelijke ergenis voor het theorie examen.
    Broer en

    Reply
  4. dimph

    Tot vermaak van broer en mij, we moesten hem overal heenvrengen dat was minder.
    Je neemt me in je heschrijving in gedachten mee naar je berg, zie de kelder voor me schoon met pegeltjes van de winter.
    Ik had’t gevoel toen ik de foto’s maakte op 12 okt de 100 geboortedag van m’n moeder of ze zich even liet zien

    Reply
    1. Anne Post author

      erg leuk dat je de bergkelder voor je ziet! met de druppeltjes aan het plafond!
      ….en daar word ik stil van Dimph, dat je je moeder zichtbaar voelde op haar 100ste geboortedag… toen jij in ‘de hof van (h)eden’ was…

      Reply
  5. Ellie Schmitz

    Elk woord tot me genomen, alles gevoeld…wat een prachtige vertelling over ‘de berg’ en wat die met je deed en nog doet…je weet dat gevoel zo te beschrijven dat het lijkt alsof ik het zelf heb ervaren. Heel mooi, Anne!

    Reply
  6. Edgard

    IN de bergen speelt een vogeltje dat ik niet ken
    ik denk dus niet, dat is een hen

    ILTISJ noem jij deze vliegende vis
    AUB, zeg mij welk vogeltje dat is.

    Is het daar op de berg een afdeling van ARTIS?

    Reply
    1. Anne Post author

      Ha Edgard!
      De Iltis(j) is een soort marter die veel weg heeft van een otter. Ze kunnen heel goed zwemmen en zijn erg grappig om ’s nachts vanuit de donkere lkamer te bekijken wanneer ze een duik nemen in onze waterbak. Ze zijn erg sociaal en speels en rennen achter elkaar aan, klimmen in ons hek, de paaltjes en ragfijne draden en balanceren als trapezewerkers. Als wij soms een ongekookt vers kippenei voor ze neerleggen, neemt papa dat in de bek en brengt het naar het nest beneden in de rots.
      We zien ze alleen s’ nachts en het is me niet gelukt ze op de foto te krijgen. O ja, ze zijn ook nog stinkdiertjes gelijk, kunnen ter afschrikking een verschrikkelijke lucht achterlaten, maar dat doen ze tot nog toe niet rond ons huis.
      Hier is een Duitse link, misschien lastig om te lezen, maar er staat een foto bij.

      http://www.waldwissen.net/wald/tiere/saeuger/wsl_iltis_luzern/index_DE

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *