Eerste proeflezer

Een paar jaar geleden zocht Kees een zieke collega op, een Neerlandicus met een burn-out. Om het daar niet over te hebben, maar over iets dat de patiënt zou interesseren en afleiden, onthult Kees dat zijn vrouw aan een roman werkt. De Neerlandicus is bijna nog enthousiaster dan Kees. Hij biedt zich spontaan aan als proeflezer. Of ik het manuscript gelijk kan brengen, hij heeft nu alle tijd. Kees komt jubelend thuis met het goede nieuws.
Ik schrik me wild. Ik ben nog lang niet klaar met Sophie.
Het begin moet anders. En het eind. En het midden. En de zinnen moeten ook anders.
Ik ga toch. Met een vuistdik manuscript.

Mijn aanstaande proeflezer doet zelf open. Hij hoeft niet in bed. Hij is gewoon toe aan wat rust. Het is een beetje druk op school. Met steeds minder mensen steeds meer doen. Je kent het wel.
Hij duwt me resoluut de woonkamer in. Ik sta oog in oog met de imponerende boekenkast uit mijn roman, de boekenkast van Otto, wandvullend van vloer tot plafond. Het moment dat ik de boekenkast gematerialiseerd zie in de huiskamer van de Neerlandicus die mijn manuscript als allereerste buitenstaander zal lezen en beoordelen, breekt het zweet me uit. Ik heb spijt dat ik Otto met zijn wereldomspannende boekengeleerdheid wel heel erg Asperger gemaakt heb. Ik had hem beter zo kunnen neerzetten dat een uitgeputte Neerlandicus er moed uit had kunnen putten.

Tot mijn tweede schrik dient de volgende overeenkomst zich ook nog aan. De Neerlandicus loopt precies als Otto naar zijn immense boekenkast, pakt er een boek uit, slaat het open en begint eruit te citeren. Het enige verschilletje is dat de Neerlandicus het boek willekeurig openslaat en Otto doet dat bij de vloeitjes die hij zorgvuldig tussen de pagina’s geplaatst heeft.
Otto komt op de proppen met het Hooglied. En de Neerlandicus?

,,Dit is Brusselmans op zijn hoogtepunt.’’
Hij kijkt me aan met twinkelende ogen die herkenning zoeken in mijn ogen. Helaas. Zo veel als ik ooit las, zo veel schrijf ik nu. Vaag herinner ik me een tv optreden van Brusselmans, waarin het slierterige zwarte haar in zijn gezicht viel. Zijn hoekige gebaren om die slierten uit zijn gezicht te houden, leidden me af van de inhoud van het literaire gesprek.
De Neerlandicus klapt Brusselmans dicht.
,,Zijn eerste boeken waren een openbaring, maar dit heb ik na 30 pagina’s weggelegd.’’

Hij pakt een volgend boek. Tirza.
Tirza heb ik toevallig gelezen en ik vond het vreselijk. Dat kan komen omdat ik de man op wie het hoofdpersonage geënt is, meen te herkennen en hem weliswaar kwalijke eigenschappen toeken, gedoe met kamerbewoners en ongezonde seksuele uitspattingen, maar moord? Zijn eigen dochter? En dan die idiote woestijntrip. Bedacht en gezocht, wat op zich wel weer strookt met de hoofdpersoon zoals ik die ken.

De Neerlandicus neemt niet de moeite Tirza te openen. Hij tikt er bijna driftig op met zijn wijsvinger.
,,Dit moet het beste boek van Grunberg zijn, maar na 23 pagina’s wist ik al wat er ging komen.’’
In rap tempo volgen Mulisch en Vestdijk, Palmen en Nabokov, Strindberg en indrukwekkende namen waar ik nooit van gehoord heb.
Mijn manuscript begint zwaar te wegen. Ik leg het op tafel.
De Neerlandicus kijkt naar de stapel papier.
,,Dat is wel erg dik… Het vorige manuscript dat ik las, was van een vriend. Ik heb het weggelegd bij pagina 80, ik stop tegenwoordig als het me verveelt. Misschien haal ik bij jou pagina 30 niet eens.’’

Een paar weken later kan ik mijn manuscript ophalen. De Neerlandicus opent de deur. Hij ziet er beter uit dan de vorige keer. Het boekenkastritueel herhaalt zich. Ditmaal haalt hij er een filosofisch boekje uit.
,,Ken je dit?’’
Dat krijg je met een filosoof als personage in je boek. Zit ik straks bij DWDD moet ik Heracleitos en Heidegger verklaren.
,,Ik heb niet alle filosofen gelezen.’’
Hij schatert het uit.
,,Die is goed! Ik heb ook niet alle literatuur gelezen.’’
Ik kijk naar de 40 meter literatuur waaruit hij moeiteloos citeert.
,,Weet je Anne, ik ben er klaar mee. Al die malende gedachten en zeurende beschrijvingen. Weet je wat ik nu goed vind? Carmiggelt. Die heeft rake observaties en schrijft lekker kort. En Piet Paaltjes, nog raker en nog korter. Gedichten. Erg goed.’’
Er valt stilte, een hele diepe, waarin ik vrees voor mijn dikke pil.

,,Anne, je hebt een heel eigen aanpak en daar moest ik even aan wennen, maar na bladzijde 50 zat ik er helemaal in en heb het in één ruk uitgelezen. Je schrijft vlot en makkelijk, maar hoe je die Otto neerzet! Zo’n man die samenvalt met zijn boekenkennis, zo’n man met zijn hart op het rangeerterrein. Ik was ineens blij dat ik even uitgerangeerd ben…”
Hij pakt de stapel vellen van tafel, houdt ze voor zijn borst en kijkt me aan als een vader zijn kind.
,,Jij wordt nog wel ontdekt.’’

Een paar maanden later blijkt dit een profetische uitspraak.
Totaal onverwacht krijg ik een mailtje van een jonge uitgeverij, Bagage. Ik staar minstens een kwartier naar de afzender, voor ik het mailtje open. Mijn blog is opgevallen! Of ik toevallig ook een boek op de plank heb.
Dat heb ik.
Uitgeverij Bagage heeft nu twee romans van mij uitgegeven, Sophie – Genius Loci en Eva – Terra Incognita.
Ik werk aan mijn derde, Iris – Axis Mundi.

Het heel verdrietige is dat mijn eerste proeflezer nooit meer zal proeflezen, zijn boek is gesloten, voorgoed.

 

10 thoughts on “Eerste proeflezer

  1. dimph

    Ach Anne wat’n droevig einde aan je verhaal over je eerste kennismaking.
    Maar gelijk had hij je eerste proeflezer.
    Ook ik moest de eerste pagina’s doorworstelen maar dat was de moeite.

    Reply
  2. Bart Daems

    Anne, super geschreven, hopelijk volg ik je lichtende voorbeeld nog eens, maar de hoop vervliegt, kom, we wijken af, grote klasse …idd, heel vlot geschreven, het is echt een grote kwaliteit dat je kan neerschrijven wat de essentie is van het verhalen vertellen zonder nodeloos geïmponeer, misschien is een vrouw daar wel beter in dan een man, hoewel ik ook beschik over oestrogeen

    Reply
  3. Wilma Phillipson

    Ach………………….een beetje onverwacht einde aan je blog, maar mooi dat hij je manuscript wilde lezen. Ik vond het al doodeng dat een collega een deel van mijn kabouterverhalen aan haar kleinkinderen voor wilde lezen. Dit was nog veel “enger”.

    Reply
  4. Ellie Schmitz

    Anne, je hebt een geweldige blog neergezet en een ode aan een collega van Kees, hartverwarmend. Jammer da hij er niet meer is om van jouw mooi geschreven boek(en) te kunnen genieten….<3

    Reply
  5. Jannie Harmsen

    Indrukwekkend Anne. En toeval, bestaat dit nu wel of niet? Vanavond kwam de naam Piet Paaltjes naar voren op mijn boekbindopleiding in Mechelen. Ik vertelde over een lied, het werd gezocht op youtube en de tekstschrijver van het lied was Piet Paaltjes. Nou ja!! 🙂

    Reply
  6. Dani van Doorn

    Een man naar mijn hart 😉
    Piet Paaltjes ben ik nog niet aan toegekomen, maar Carmiggelt las ik als kind al.
    Ben nooit veel verder gekomen in de Nederlandse literatuur 🙂
    Wij Nederlanders zeuren inderdaad. Somber en negatief en vervreemdend.

    Geef mij de Engelse literatuur maar, die hebben zichzelf met humor beschreven.

    Gelukkig ben jij niet negatief, Anne! Maar dan zou ik hier ook nooit terecht gekomen zijn.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *