Meneren

Vandaag een gastblog van mijn loopmaatje Klaske Van der Meulen. Onderweg hebben wij het over alles wat ons voor de voeten komt en alles wat ons raakt, liefde en relaties dus, doordesemd met emoties, relativering en humor. Zoals haar verhalen over haar vader. Toen hij weduwnaar werd, kwam Klaske al gauw met een poes om hem gezelschap te houden in het grote huis zonder Mem. Een relatie die almaar groeit.
Hier is Klaske.
 
1004980_1391069631131683_821077617_n 2
 

‘Hoe gaat het met Meneer?’
‘Heel goed’.
Mijn vaders stem wordt een tint lichter. De benauwdheid piept er nog wel doorheen maar toch, lichter.
Meneer is niet mijn vader, Meneer is zijn poes. Het is een vrouwtje maar toch. Meneer slaapt veel. Meneer wil na half zes de tuin in maar dat mag niet en Meneer slaapt elke nacht bij mijn vader op bed.

‘Heeft hij nog gediscussieerd met de gele gordijnen?’
‘Nee, die ruzie heeft hij bijgelegd. Hij ligt nu meer op mijn kant, dus ik maak me wel wat klein.’
De gele gordijnen scheiden de slaapkamer van mijn vader van die van mijn moeder. Mijn vader en moeder waren hun tijd ver vooruit.
Premier Van Agt was ook Meneer Van Agt. En Lubbers, dat was ook Menéér Lubbers. En de paus. Die deugde ook niet. Meneren denken heel wat van zichzelf, maar dat is veel meer dan ze eigenlijk zijn. Als je een Meneer bent dan is het eigenlijk niet best. Maar met de poes, met deze Meneer, is alles heel goed. En was sich liebt das neckt sich.

‘Zeg, mijn elektrische dekentje is niet meer zo goed.’
‘Je kan die van Mem nemen. Die is eigenlijk van mij. Hij moet ergens boven zijn.’
Ik ga naar mijn moeders studeerkamertje en zoek in haar spullen. Ik zie een heel mooi wollen slip-over dat in de kookwas van het verpleeghuis tot een kindertruitje is verworden. Ik zie mijn moeder lachend op een foto staan. Ik lach terug. Maar ik vind niks. Ik kijk in haar klerenkast in de gang. Ik aai haar mooie wollen jasjes. De elektrische deken dwingt mij dan toch naar haar slaapkamer. Ik denk aan de keren dat ik haar naar bed bracht. En die ene keer. Ze was totaal ontredderd, we hadden haar verteld dat ze niet meer thuis kon blijven.
Ik loop snel de trap af.

Mijn vader is blij met het dekentje. Die kan de hulp morgen mooi op mijn bed leggen. ‘Heb je deze broek gezien? Die lag in de kast, ik wist niet dat ik die had.’
‘Die heeft Mem nog voor je gekocht, denk ik. Ja hij is lekker warm en erg mooi. Vast wol.’

‘Als ik ‘s avonds naar boven ga, dan gaat Meneer mee. Ik dwing hem niet hoor. Ik doe dan altijd de slaapkamer deur dicht. Maar als het licht uit is, dan komt Meneer. Meneer doet zelf de deur open en springt op bed. Hij loopt boven mijn hoofd naar zijn kant, heel voorzichtig. Soms legt Meneer per ongeluk zijn staart over mijn ogen.’
‘Waarom doe jij de deur dicht als je toch op Meneer ligt te wachten?’
‘Tja, een beetje plagen doe ik graag.‘

‘Ik ga naar huis.’
‘Dat is goed hoor, wanneer kom je weer?’
‘Morgen of overmorgen, dag Heit’
‘Dag hoor!’

Meneren
Meneren

2015_0401_1142_29

 

 

7 thoughts on “Meneren

  1. athy van meerkerk

    Een aquarel zoals de lijnen in elkaar vervloeien van meneer, naar vader naar de herinnering aan moeder. Weemoed en lichtvoetig. Graag gelezen.

    Reply
  2. Jannie Harmsen

    Wat een mooie ‘meneer’ op de foto, en wat fijn dat de heren 😉 elkaar gezelschap houden! Graag gelezen en ik hoop dat ze nog lang van elkaar mogen genieten.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *