Schrijfretraite in Duitsland – In de buik van moeder natuur (5)

Hans Plomp was de eerste die een auteur in me zag. Hij gaf me zijn geheim en daar ben ik nog steeds mee bezig: ‘Schrijven is één ding, gelezen worden is wat anders. Het gaat om je diepste aard, je binnenste natuur. Als je die doorgrondt, schrijf je met de billen bloot en dat wordt gelezen.’
Hijzelf is op reis gegaan in de geest, vaak op de wieken van hallucinogene middelen, ook reisde hij veel naar India. Hans schrijft adembenemend, ‘In de buik van Moeder Natuur’ is mijn favoriet.

Het Fichtelgebergte is De Plek om de buik van moeder natuur in te duiken. Het Fichtelgebergte IS die buik. Daar kom je achter als je er een winter bent op een berg zonder sneeuw, internet, tv of radio. Zelfs het uitzicht is weg. Koning Winter is het spoor bijster.

optrekkende mist
optrekkende mist

Rond elf uur zien wij iets. We zijn meteen klaar voor een uitje, maar waarheen? Alles is in winterslaap. Wandelen is de enige optie.
Bergschoenen aan, borstrok, muts.
Dat werk.
,,Maar niet te lang, Kees, ik moet mijn schoenen nog inlopen en ik wil schrijven.’’

 

 

 

Fichtelgebergte, goudvink
Fichtelgebergte, goudvink

 

Kees zoekt het wandelboekje. Dat is zoek.
Dit geeft tal van gelegenheden: mist kan optrekken, ik kan door de takken de goudvinken zien en Kees is ineens alziend:
,,Ik weet de weg zo ook wel. Waar wil je heen?’’
,,Weissensee!’’
Dat is te overzien, vlak, geasfalteerd, geen geblubber en na afloop kunnen we de enige goede koffie drinken die wij weten, bij de PEMA.

 

 

De Weissensee ligt aan de rand van het gebergte en dat is te zien. Voor ons baadt het meer in licht, achter ons hangt een wolk die alles aan het oog onttrekt alsof het Fichtelgebergte een geheime plek is.

Welgemoed gaan wij op pad. Als enigen. Van de zomer barstte het hier nog van de wespen,desalniettemin zaten op elk bankje mensen te genieten van kabbelend water en zeilbootjes. Ook was er een skater die rond het meer vloog en ons irriterend vaak passeerde. Vandaag laat hij het afweten, typische zomergast.

De wandeling begint bij het Kurhaus, wat uitnodigt kalmaan te beginnen met inspectie van hun serre.
,,Ze hebben kunststofkozijnen.’’
,,De constructie is uiterst eenvoudig, ze hebben balken op metalen poten gelegd en de tussenvlakken maar deels met glas bedekt, de rest is open.”
,,Echt iets om aan ons huis te bouwen, Kees.”
De inspectie is meteen over.

,,Kijk Anne! Daar! Een roofvogel, een hele grote! Hij verdwijnt net achter die struiken.’’
Gewillig sluip ik achter hem aan en jawel, daar zit hij, naast een blubberig poeltje.
Waar gaan je gedachten heen als er verder niets te denken valt?
,,Hij aast natuurlijk op vissen.’’
,,Die slapen in de winter.’’
,,Des te makkelijker!’’
De vogel vliegt op en landt op een paaltje dat is neergezet ter markering van sneeuw die niet wil vallen. Wij naderen de valk, want die is het. Hij is tam of jong of ontsnapt aan een valkenier: hij blijft zitten waar hij zit. Als ik mijn hand uitstrek om hem te aaien, vliegt hij op en landt niet op mijn arm, maar op het volgende paaltje.

Van de andere kant komt het enige ander stel aangemarcheerd, een echtpaar dat verwikkeld is in een huiselijke twist die nergens zo goed beslecht kan worden als onder de ogen van een slechtvalk. Helaas zijn ze blind en breken hun nek zowat over hem. Beledigd vliegt de valk op en verdwijnt uit beeld.

,,Wat is dat nou voor een rare witte vogel?’’ Weer Kees.
Het rare dier staat op knalrode stelten bij een rietbosje.
,,Geen reiger.’’
Om zich beter te laten determineren wiekt de vreemde vogel op.
,,Misschien een lepelaar?’’
,,Hij heeft geen lepel. Misschien een kraanvogel, die brengen geluk zelfs als ze van papier zijn!’’

Eindelijk zijn we leeg en stil en klaar voor diepe natuurbelevingen, maar dan passeren we een bosje bloeiende hazelaars en daarachter staan wilde appelbomen met hun appels nog aan de takken en boven elke appel zit een zwarte vogel die in de appel hapt.
,,Kees! Kijk nou! Dat heb ik nog nooit gezien!”
,,Dat zijn geen kauwtjes.”
,,En geen kraaien.’’
,,Het zijn merels.’’
Kees voelt wat er gebeurt: ,,De stekker is in ons natuurgebied gestoken.’’
Op dat moment weet ik dat het geen gewone vogels zijn.
Mijn buik roert zich.

pentekening Anne Vellinga
pentekening
Anne Vellinga

16 thoughts on “Schrijfretraite in Duitsland – In de buik van moeder natuur (5)

  1. Jannie Harmsen

    Geweldige alinea: Van de andere kant komt het enige ander stel aangemarcheerd…………
    Heerlijk, maakt mijn dag! 🙂

    Reply
  2. dimph

    Anne, bijna een boek in een blog. Wat lees ik je graag.
    Zo’n mooie titel, ik ga nu naar het bos met Max waar het erg druk zal zijn op deze winterse, zonnige middag. Dus….zoek ik een ander bos waar we wie weet iemand of niemand tegenkomen. Het is even tijd voor stilte.

    Reply
    1. Anne Post author

      Dag Dimph, net zo graag lees ik jouw reacties, altijd zo eigen; zo ook nu weer. ik zie je lopen in het nieuwe bos en Max rennend tussen de bomen zijn neus achterna, telkens omkijkend of jij het ook ruikt, ziet, hoort…. de vrijheid, de stilte, het knisperen van de sneeuw, het knappen van de takken, de roep van….. joh, ik zie het voor me 😉

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *