Droomwerk

Anne Vellinga ~ pentekening 'uit de kast'

Als kind was ik bang voor vliegtuigen die over vlogen. Ik was bang voor bombardementen, moffen die binnenkwamen met bajonetten, soldaten in elke hoek, onderduikers, razzia’s. Door de levensechte verhalen van mijn moeder had ik alles meegemaakt wat zij meemaakte. Omgekeerd was alles wat ik meemaakte een link naar haar verleden, waardoor ik onze ervaringen niet goed uit elkaar kon houden. Het leidde ertoe dat ik me nergens veilig voelde. Dat was ik me niet bewust. Zoiets zit ergens in je Grote Onbewuste. Je weet het wel en je weet het niet. Tot je uit de droom geholpen wordt. Het jaar nadat mijn vader overleden was.

Mijn vriendin Tonnie vroeg of ik zin had mee te gaan naar een droomweekend met Aad van Ouwerkerk. Ik kende Aad uit de tijd dat ik me overal welkom voelde. Ik was juffie op een Vrijeschool en werd uit dien hoofde uitgenodigd door de ouders van mijn kinderen. Mijn functie was de vrijbrief naar een warm welkom. Die tijd was voorbij.
Ik ging naar Aad en zijn droomweekend zonder masker.

Het blijkt nog een hele toer te zijn om op de plaats van bestemming te komen. Om te beginnen krijgt Tonnie haar nauwe laarzen niet over haar kuiten getrokken en haar spijkerrokje niet over haar kont. Als het eindelijk zit waar ze het wil, rijd ik zo snel ik kan van de Amsterdamse binnenstad naar Wageningen, dat ik meen te kennen van de tijd dat ik daar woonde.
In de relatief korte tijd tussen Wageningen-met-en-zonder-mij is het volgebouwd en de plek waar het boshuis met de workshop is, hoort tot de goudkust die ik als pionierende hippie niet bezocht. Waar is het droomhuis?

We vinden het zandpad. We vinden het boshuis. We vinden een deur die voor ons is opengelaten. We gaan af op het geroezemoes van stemmen die de weg nog zoeken naar gehoor, net iets te luid. We vinden de droomkamer, de suitedeuren staan op een kier. Iedereen is er al en zit op brede banken rondom een lage tafel. Wij gaan de kamer in. Tonnie in haar strakke outfit voorop. De plek op de bank die voor ons is vrijgehouden is nauw voor het ruimte geven aan haar dijen die door rok en laarzen schuin geplaatst moeten worden. Ik kan niet voorkomen dat ik links en rechts mijn naasten raak. Het levenslange gevoel van onveiligheid overvalt me.

‘Hoe voelt het om zo binnen te komen,’ Aad kijkt naar mij in het vertrouwen dat ik net zo luchtig op deze vraag zal ingaan als ooit op vragen over temperamenten en driegeleding. Bekneld tussen andermans dijen en ontdaan van maskers is het hoge woord eindelijk rijp eruit te vliegen.
‘Ik voel me niet thuis.’
Koren op de molen van Aad.
‘Heb je daar vaker last van?’
Een golf van misselijkmakende paniek haalt het onderste bij me boven.
‘Dat gaat je niet aan,’ werp ik de eerste tegenwerping na decennia op slot. Dit voelt zo bevrijdend, dat het de opmaat wordt van De Grote Schoonmaak. Aad kan geen goed meer doen. Wat hij ook vraagt, oppert, probeert, het heeft een link met ballast die eruit moet, zoals bij een luchtballon die neerstort als de ballast niet overboord gaat.
Ik zie nog zijn verbaasde blauwe ogen, de wenkbrauwen iets opgetrokken, zijn korte vingers in het baardje dat eeuwig probeert door te breken.

De laatste dag moeten we één voor één bij hem aan het tafeltje onze droom van de afgelopen nacht vertellen, waar hij vragen over stelt en opdrachten bij geeft. Een vrouw heeft gedroomd van een helikopter, meer weet ze niet. Nu komt het echte droomwerk. Ze moet de helikopter worden en door de kamer vliegen. Zij begrijpt het niet of durft het niet.
Ik kijk naar Aad, wat gaat hij doen?
Aad staat op en doet het voor met onhandige vliegbeweging met armen die rondmaaien en op moeten letten geen vrouwenbenen of kopjes kruidenthee te raken. Het ontroert me. De brug van sympathie daalt neer.
Dan ben ik aan de beurt. Als laatste. Mijn droom is niet beangstigend, duister, erotisch, spectaculair of fragmentarisch. Mijn droom is helder.

‘Ik stond voor …’
‘Tegenwoordige tijd graag.’

‘Ik sta voor een boom van een kast
met noesten en de blaadjes er nog aan
met kromme wortels als zijn  poten

De deur staat vragend
op een kier
ik duw hem zachtjes open

Daarbinnen zit
op een gouden troon
een droomprinses
haar bruidskleed aan

Als in een sprookjesdroom
duurt het even
voor ik haar herken

Dan zie ik
wie het is
en springt mijn hart
wijd open

Ik ben het zelf.’

Ik zwijg.
Hij zwijgt.
In zijn blik is iets dat ik plotseling herken.

‘Weet je Anne, ik heb vooraf de lijst met aanmeldingen doorgekeken. Bij het zien van jouw naam verwachtte ik je empathische deelnemerschap. Tot mijn schrik maakte je het mij moeilijk. Ik voelde me onzeker bij jou en nu kom je met een droom waar het bij het droomwerk omdraait: het vinden van de eigen identiteit. Jij hebt die gevonden in een boom. In bruidskleed. Dit is de apotheose van het gevecht dat wij dit droomweekend geleverd hebben.’

http://www.droomwerk.net/aad%20van%20ouwerkerk%20index.html

16 thoughts on “Droomwerk

    1. Anne Post author

      Herkenning en erkenning, een innerlijke weg van bewustwording van jezelf – dat is het fijne van lezen en schrijven, Mieke 😉

      Reply
  1. Dimph

    Mooi bijna poetisch verhaal.
    Je kwam thuis bij jezelf….een mooier cadeau kun je niet ontvangen, jezelf niet geven. xxx

    Reply
  2. Adriaan Brouwer

    Dag Anne, ik ben blij dat ik in Frankrijk weer even de tijd heb genomen jou te lezen. Zit ik ineens met tranen in de ogen in een café bij de espresso. Dat doet me goed. Adriaan

    Reply
    1. Anne Post author

      Bonjour Adriaan, en mij doet het goed jou hier te treffen, je bent best ver weg, maar erg leuk daar! Kan het me goed voorstellen. En dan wat je me laat weten ~ ja, dat voel ik ook.
      Au revoir!

      Reply
  3. Attila

    Wat heerlijk hoe je hem het onverwachts lastig maakte. De maat is vol, en dan is er geen houwen meer aan. Herkenbaar. En klasse van hem om niet siceneurig te zijn en je fantastische droom op zijn waarde te schatten. Mooi verhaal

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *