Ali Kolman – laatste werken (2)

Ali Kolman

De laatste zes jaren van het leven van mijn moeder, Aaltje Kolman, werden beknot door de ziekte van Parkinson. Zij liet zich niet beknotten, al leek het misschien zo voor het blinde oog. Innerlijk was het anders, daar was ze vrij. Als kind in de oorlog, als groot mens in tal van dwingende omstandigheden, als oudere vrouw met Parkinson. Ze was niet te beteugelen, niet te beknotten, ze leidde haar leven met passie en fantasie. Ze was niet in hokjes te plaatsen, ze hield van bewegen, springen uit de band, haar ledematen waren haar beste vrienden, ze hield van lopen, rennen, ramen zemen, speerwerpen, behangen, slootje springen, kleren naaien, breien en het allermeest van tekenen, schilderen, houtsnijden, beeldhouwen, etsen – iets maken uit iets of uit niets, iets maken dat er nog niet was, zoals ze verhalen spon uit oorlog en vrede, werkelijkheid en droom.

Als kind sneed ze fluitjes uit de ‘Fledder’, de vlierboom en blies er net zolang op tot ze het hardst kon fluiten met dat paardenbekkie van haar, in feite had ze daar dat fluitje niet voor nodig, op haar vingers kon ze nog veel harder, wijsvinger en duim tegen elkaar, de mond in, wangen, tanden en tong precies in die ene stand en dan blazen, ze blies iedereen weg met haar fluitsignaal. Ze kon mensen waarschuwen voor een razzia over een huizenblok heen.
Met stompjes houtskool tekende ze op elk stukje papier dat voorhanden was. Ten lange leste kreeg ze een schetsboek, pal voor de oorlog. Vol vuur tekende ze alle blaadjes vol. Karren, kinderen, honden, paarden, huizen, poorten, klompen, alles wat haar ogen zagen. Ze was een jaar of tien, twaalf. In de ijskoude oorlogswinter kreeg Moeke de kachel niet aan met die paar vochtige takken die Bertus en Gerrit en Aaltje te pakken hadden in het stadspark. Er was geen aanmaakhout, er was niets. Alleen dat schetsboekje van Aaltje. Dat ging de kachel in en vatte gemakkelijk vlam.

Na de oorlog mocht ze naar de kunstacademie, de Minerva in Groningen, iets uitzonderlijks voor een kind uit een arbeidersgezin. De eerste opdracht was een uil. De kop was goed, de ogen en de snavel, het verenkleed klopte. Benieuwd wat de leraar wel zeggen zou, leverde ze haar werk in.
‘Met die armzalige aanhangsels kan een uil niet op een tak zitten.’
Ze zag het toen hij het zei en verscheurde haar werk.
Jaren later zou ze trouwen met een bioloog die vogels kon onderscheiden op toonsoort, verenkleed, vleugelslag of welk minuscuul onderscheid met een vergelijkbaar vogeltje dan ook.
Een halfjaar na de uil met aanhangsels moest ze van school. Niet van haar leraren, die zagen haar talent. Er was een oom in Nieuweschans die zorg nodig had, en die was er niet. Iedereen in de familie had werk, behalve Aaltje. Aaltje ging naar Nieuweschans om voor de oom te zorgen.

Ze trouwde, kreeg kinderen, naaide kleertjes, kookte en poetste en was een moeder zoals er geen tweede bestaat. Toen ze geen moeder meer hoefde te zijn ging ze naar de Rietveld Academie in Amsterdam en werd toegelaten in het tweede jaar. Ze was een uitmuntend student en deed de lerarenopleiding er achteraan. Ging les geven op de Blauwe Schuit, exposeerde op tal van plaatsen en werd een gewaardeerd lid van het Grafisch Collectief Thoets in Amsterdam.

Toen ze in Hoorn kwam wonen, wilde ze bij een Hoornse kunstclub. We maakten een map met haar staat van dienst en leverden die in bij de Boterhal. Aal werd afgewezen op grond van haar leeftijd en ziekte van Parkinson. Motivatie ‘Wij nemen alleen kunstenaars op die nog schilderen en dat zit er bij haar niet meer in.’
Daar heb ik een venijnige column over gepubliceerd die bijval en verontwaardiging bij iedereen opriep, behalve bij de Boterhal.

Aal vergat de toelatingsprocedure zodra de map de deur uit was en ik heb haar de afwijzing nooit verteld. Ze vroeg er ook niet naar. Ze was veel te begeesterd aan het schilderen. Dat bleef ze doen tot het eind. Ze kon toen geen kwast meer vasthouden en geen verf meer oplepelen, dus spoot ik klodders verf op het doek en schilderde zij met blije vingers en verwonderde ogen.

Vandaag een selectie van de werken die zij maakte in Hoorn, een uniek document dat iets laat zien van het innerlijk van een mens die dat niet met woorden kan uiten. Haar verhalen veranderden in een glimlach, haar werk transformeerde van vorm naar kleur.

Ali Kolman
Ali Kolman

Dit schilderij voltooide Aal pal voor haar verhuizing naar Hoorn. Ze was er opgewonden van en kon niet wachten tot ik kwam kijken.
‘Kijk An, ik ben een grens over, ik zie de lijnen die alles verbinden.’
Ik zag een vervoermiddel op wielen, een futuristisch mobiel voorbij ruimte en tijd.

Ali Kolman
Ali Kolman

Het volgende schilderij was ze al eerder begonnen in Hoorn, maar kreeg ze niet rond. Ze voltooide het toen ze hier woonde. Ook met dit schilderij was ze ingenomen, want alles zat erin. Die tevredenheid met haar eigen werk was een zegen. Aal was nooit tevreden geweest over haar werk, het kon altijd beter, een drijfveer die leidde tot vervolg, waaruit haar series groeiden.

Ali Kolman
Ali Kolman

Het schilderij van de boot schilderde ze de eerste week dat ze bij ons was in een razend tempo. Haar vriendin lag in het ziekenhuis en overleed aan de gevolgen van de operatie. Aal droomde dat haar vriendin de weg kwijt was en gaf haar een hand om de weg naar de andere kant te wijzen. Overdag schilderde ze de boot voor de overgang. Tijdens het afscheid stond deze boot naast de kist.

Er ving een nieuwe periode aan. Aal begon te beseffen dat haar oude leven afgelopen was. Ze wilde rood, rood en nog eens rood.

Ali Kolman
Ali Kolman
Ali Kolman
Ali Kolman

 

Ali Kolman
Ali Kolman

‘Dit is het gevecht,’ zei Aal van deze schilderijen toen ze het gevecht gestaakt had. Ze schilderde ze in de periode dat ze me sloeg, recht in mijn gezicht met die sterke hand van haar als ik een kop thee naar haar mond bracht of een stukje brood, het was in de tijd dat ze op mijn vingers beet als ik haar gebit eruit probeerde te halen.
Ze vocht tegen de Parkinson, het verval en ik was de mens die haar afhankelijkheid aanwezig maakte.
Op een dag gaf ze zich over.
Boten verschenen. Ik dacht dat ze zich opmaakte voor haar eigen reis naar de overkant, maar zover was het gelukkig nog lang niet.

Ali Kolman
Ali Kolman

 

Ali Kolman
Ali Kolman

 

De lijnen in haar werk vervaagden, de kleur geel nam toe.

Ali Kolman
Ali Kolman

 

Ali Kolman
Ali Kolman

 

Ali Kolman
Ali Kolman

 

Steeds minder keek ze naar haar doek, steeds meer keek ze de tuin in terwijl ze schilderde.
Andere Anne hield ook van schilderen met Aal en gaf gehoor aan de roep van de natuur. Zij zette Aal vaak in de tuin met haar ezel en verf en kwasten. Dan straalde Aal en schilderde haar tuin…

Ali Kolman
Ali Kolman

 

Ali Kolman
Ali Kolman

 

Fotografie: http://www.marcovellinga.nl

Zie ook: http://thoets.nl

6 thoughts on “Ali Kolman – laatste werken (2)

  1. Marcelle Barion

    Anne, wat prachtig opgetekend : Aal zoals ik haar kende en vermoedde. In lieve, ontroerende kleuren en fijn gepenseeld zijn je woorden aan haar gewijd. Ik ben heel blij met je warme, tere relaas. En bijzonder blij met de beelden van Alie’s werk, dat ik in haar huis deels al bewonderd had.

    Lieve groeten van,
    Marcelle

    Reply
  2. Edgard

    Een vrouw die haar kracht niet wilde verliezen, uiteindelijk moet iedereen de strijd verliezen
    al vecht je met alle geliefden en doe je ze soms pijn.

    Reply
  3. Jannie Harmsen

    Als dit geen liefde is, dan weet ik het niet meer……….Het raakt me op alle fronten, maar vooral het stukje ‘Dit is het gevecht’ raakte me diep Anne.

    Ik geniet van het werk van je moeder en lees met respect de woorden waarin jij haar werk en leven zo treffend weet neer te zetten.

    Reply
  4. dimph

    Anne zo respect-en liefdevol kleur jij met woorden de schilderijen van je moeder.

    Hoe herkenbaar het gevecht tegen’n lijf dat wel wil maar niet meer kan en dat de liefste die ze had dat op haar manier moest ontgelden

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *