Helden – Annekeej (7)

Het kleine meisje dat ik was, woonde in Westkapelle. De mensen zongen haar naam, Annekeeeeeeeeej……! Voor kleine meisjes bestaat geen tijd, de dag is langer dan de nacht en elk moment heeft genoeg aan zichzelf. De dag van gisteren was opgelost voor de dag van morgen er was. Weg Siebering, weg van der Werff, weg Tiel en weg verhuizing.

De mama van Marietje-met-de-strik-in-het-haar had snoepjes en ik kreeg er een. Het gele blokje was zoet als suiker en kleefde als pap en ik zoog erop alsof het mijn eigen vingers waren tot alleen de smaak van zoet en zacht overbleef.
Ik wist niet dat zoiets bestond! Dit wist mama ook niet. Dit moest mama weten. Proeven. In een flits wist ik waar ik deze snoepjes gezien had zonder weet dat ze in je mond konden. Ze stonden vrolijk te kleuren op de toonbank van de winkel! Ik ging erheen. Meteen. Alleen.

Zonder mama was de stoep breder en de weg langer en de deurklink hoger en de bel rinkelde harder. Ik stond helemaal alleen in de winkel achter de hoge houten toonbank.
Met mama was de winkel vol met haar stem en haar lege kan en dan kwam de vrouw ergens vandaan en pakte de kan en vulde hem met een kroes uit een melkton met een deksel erop en dan liepen we voorzichtig terug om niets te morsen en als mama ging wassen, haalden we groene zeep in een houten kuipje, maar meestal haalden we brood en aardappelen vol klei.
De vrouw in de winkel had meer dan alle mensen en iedereen kon het bij haar halen en het raakte nooit op.

‘Annekeej, is mama ziek en moet jij wat halen voor mama?’
Ik schrok van de stem achter de toonbank. Ik kon er niet overheen kijken, maar ik zag het vertrouwde gezicht met de kanten witte muts, de gouden hangers en de rode ketting en de glimlach middenin. Tussen haar en mij stonden de glazen potten vol kleur!
‘Snoepjes.’
Ze pakte een grote bruine puntzak en schepte bruine snoepjes uit de onderste pot. Ik wees de roze erboven, die vond mama nog veel mooier. En de gele. En de witte met roze streepjes. Ik zag hoe langer hoe meer en toen was de zak vol.

De vrouw legde de puntzak op de toonbank en daarop legde ze haar arm zonder hand. Er zat geen hand aan! Waar was haar hand? Ik durfde het niet te vragen. Aan de andere arm zat wel een hand en die vouwde de punt in drie keer dicht over de zak.
‘Doe je moeder de groeten en tot gauw weer heej, Annekeej!’
Opgewonden rende ik de winkel uit, de zak snoep stijf tegen me aangeklemd. Wat zou mama blij zijn!

Mama deed de was achter het huis. De vlokken zaten in haar krullen.
‘Mama! Neem!’
Mama keek op, lachte naar mij en veegde haar handen af aan haar schort. Ze keek verbaasd naar de puntzak, nam hem en vouwde hem open.
Ik trilde van geluk.
‘Wat is dit?’
Ik schrok van mama’s stem.
‘Snoepjes!’
‘Hoe kom je daaraan?’
‘Van de winkel. Uit de glazen potten. Ik wees ze aan en de vrouw deed alles in de zak en je kunt ze opeten!’
‘Hoe kan ze een kind van vier dat nou geven?’
‘Ze had er nog veel meer mama. Deze zijn voor jou!’
Mama keek me aan op een manier die nieuw was en niet fijn.
‘Ben je dan niet blij mama?’
‘Jij kunt er niets aan doen. Jij wou mama verrassen hè.’
‘Jaaa. Ik heb er een gekregen van de mama van Marietje en ze zijn lekker.’
Mama streelde over mijn haar.
‘Die heeft de moeder van Marietje gekocht met centjes en mama heeft geen centjes om die te kopen.’
‘Nee mama! Ik wees ze aan en toen gaf ze het. Ze heeft er nog veel meer. Je wijst ze aan en dan geeft ze die.’
‘Hoe kan die vrouw dat doen. Wie geeft een kind nou zo’n grote zak snoep mee. Ze weet toch dat wij dat nooit kopen!’

Mama nam me bij de hand en samen gingen we naar de winkel. Mama gaf alles terug en de vrouw nam alles aan met haar ene hand, zonder dat mama een snoepje geproefd had.

 

9 thoughts on “Helden – Annekeej (7)

  1. Mies Huibers

    Ik voel m’n adem in mijn keel stokken omdat ik met terugwerkende kracht te doen heb met dat meisje van toen. Ik val natuurlijk verschrikkelijk in herhaling maar ik kan het niet laten: wat schrijf je toch verschrikkelijk mooi.

    Reply
  2. Corry Nieman

    Het is weer uit mijn hart gegrepen!

    De Zeeuwse babbelaar, als de Zeeuwen naar het Groningse kwamen, namen ze een volle puntzak mee. Wekenlang kregen we er één, op zondag.
    Het doet me ook weer denken aan die ene keer dat ik heb gestolen. Ik moest van moeder brood halen bij de bakker. Voor de volwassenen stond er een schaaltje lekkere snoepjes en de kinderen kregen een vies pepermuntje. Als kind had ik al een sterk rechtvaardigheidsgevoel en dit vond ik zo oneerlijk! Op zekere dag duurde het heel lang voor tantie Noorman verscheen en ik pakte een lekker snoepje uit de volwassenenpot en stopte het snel in mijn zak van mijn roze jasje, dat moeder zelf had gemaakt. Toen de bakkersvrouw eindelijk verscheen en ik het brood had gekocht (op de pof) bood ze me een pepermuntje aan. Met het schaamrood op mijn kaken nam ik het aan en mompelde een dank-u-wel.
    Het was de eerste en de laatste keer dat ik heb gestolen en het volwassensnoepje heb ik nooit geproefd, ik kon het niet, heb het weggegooid onder de heg.
    De hele week werd er op de pof gekocht en op zaterdag werd de rekening betaald, dat gold voor de melkboer, kruidenier en bakker.
    Bij mijn vader ging het anders. Hij schreef slechts één keer per jaar een rekening uit, gevolgd door een hoop gedoe –
    Geldschieter optima forma.

    Reply
  3. Attila

    Ik was zo bang dat ze erg boos zou worden,maar gelukkig werd je gebaar begrepen en was ze weer de beste moeder van de wereld. Zo eentje heb ik ook gelukkig

    Reply
  4. joke

    Het kleine meisje dat ik was……wat een heerlijke onschuld, een samen willen delen,voelen, gewoon omdat dat fijn is….en een moeder die dat gevoel gelukkig nog herkent. Hoe fijn zou het zijn als iedereen die onschuld in zichzelf weer vind en doet wat blij maakt, gewoon omdat het blij maakt

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *