Draagmoeder

Onze vriend gaat niet over een nacht ijs. Ter voorbereiding van zijn roman is hij tien jaar ondergedoken.
Uit het Niets dat Alles is belt hij op.
,,Kan ik vanavond komen eten?’’
Rond dat uur ben ik druk met mijn moeder en haar gebroken heup. Het wordt een sudderhap. Bij binnenkomst ruikt onze schrijver het meteen.
,,Ha! Hachee! Lekker met deze vrieskou!’’
Terwijl man een kruidenbittertje inschenkt en op het ijs naast ons huis druk geschaatst wordt, ga ik mijn moeder verzorgen. Na haar avondmaal zet ik een wekker voor haar neus.
,,Om zeven uur ben ik bij je terug.’’
Schort af, klaar voor onze gast. In mijn afwezigheid is het gesprek richting Jeruzalem gegaan.
,,Een geweldige stad.’’
,,Waarom?”
Dat moet je niet vragen aan iemand die er tien jaar studie aan gewijd heeft en er geweest is.  Hij kijkt mij vorsend aan. Minutenlang. Welke splinter van zijn grote kennis is geschikt voor het lege vat tegenover hem?  Dan schiet hij onbedaarlijk in de lach. Een verschijnsel dat vaker voorkomt bij geleerden die een simpele vraag moeten beantwoorden. Hij heft zijn handen nog net niet ten hemel, ze blijven op borsthoogte.
,,Jeruzalem is in vier stadswijken verdeeld. Elke vrijdag is het feest. In elk stadskwartier klinkt ander geschal. De Joden klagen massaal bij de Klaagmuur, de moslims gaan naar de moskee, de Christenen lopen de kruisweg.’’
Helaas ontgaat mij de vierde groep, want het is klokslag zeven uur. Moeder zit met de wekker in haar handen.
,,Wanneer is het nou zeven uur?’’
Dankzij haar vraag kijk ik eens goed naar de wekker. Nu pas vallen mij vier verschillende wijzers op voor uren, minuten, seconden en dan de wekwijzer nog. Het lijkt Jeruzalem wel. Ik vervang de wekker door de tv.
,,Ik kom weer als ‘Man bijt Hond’ is afgelopen’’.
Terug in de eetkamer komt onze schrijver tot zijn eindconclusie .
,,Daarom wilde ik dit boek schrijven.’’
Heb ik de onthulling gemist. Gelukkig verklaren schrijvers zich graag nader.
,,Jeruzalem is een smeltkroes. Het hele wereldprobleem is terug te brengen tot Jeruzalem. Als Joden en Palestijnen daar vreedzaam kunnen leven, is alles opgelost.’’
Als ik iets niet begrijp, is het de Palestijnse kwestie. ,,Waarom doen ze dat dan niet?’’
De schrijvershanden ploffen op tafel.
,,Het conflict stamt van Abraham en Sara. Die wilden een kind, maar Sara was te oud. Ze namen een draagmoeder, Hagar genaamd. Deze Hagar kreeg een zoon, Ismael. Het onmogelijke gebeurde, Sara kreeg toch nog een kind, Isaac. Toen moesten Hagar en Ismael weg.’’
Een vrouwenkwestie waar ik het naadje van wil weten. Onze vriend de schrijver haalt zijn schouders op.
,,De moslims stammen van Ismael en de joden van Isaac.’’
Volgende vraag. ,,En de Palestijnen?”
,,Die kwamen van Kreta. Ze hebben nog steeds die grote Griekse neuzen.’’
Net als de clou eraan komt, roept mijn moeder.  Ze is bekaf. Ik draag mijn moeder in bed.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *