Oudste beroep

We zouden gezellig thuis blijven met mijn moeder, maar ze moet revalideren met haar gebroken heup, dus gaan we bijtanken in Duitsland. Tot diep in de nacht pakken we in wat we denken nodig hebben. Man is in vijf minuten klaar met broek, trui, sokken, vrouw sleept met oliebollenbeslag, sneeuwschuiver, berensloffen, voorleesboeken, zonnebrandcrème en veel meer.

Om zeven uur gaat de wekker, tien uur later rijden we in het halfdonker het sneeuwlandschap van het Fichtelgebirge in. Ondanks winterbanden en 4wheeldrive moeten we het laatste stuk over ons besneeuwde bospaadje lopen. Minstens twintig keer.
,,Wat heb je in godsnaam allemaal mee?’’ Man.
De aanblik van ons besneeuwde huisje in avondlicht ontdooit hem.
,,Nu koffie met Baileys.’’ Vertaald: wat heb jij toch een fantastisch vooruitziende blik.
Bij het knappend houtvuur, berensloffen aan de voeten, Baileys in de hand zijn we terug bij af, verliefd dus. Te moe om te koken, duiken we onder ons metersdikke Duitse dekbed. De diepe stilte valt er als slaapmuts overheen.
Stipt zeven uur ’s ochtends worden we wakker, de wekker zit er nog in. Na de croissantjes van thuis (goed idee), gaan we eerst maar eens naar onze postbus bij het Freizeithaus, sowieso de plek voor mensen met vrije tijd. Er worden exposities gehouden en concerten gegeven en er ligt informatie over alles wat heinde en verre te doen is. Skiën, langlaufen, rodelen, bustochten, lezingen, optredens.
Kees beent meteen naar binnen, ik loop een oud baasje tegen het lijf met intrigerende snor. Hij vindt mij intrigerend. ,,Sind Sie die Hollanderin? U hebt geluk. Morgen is het glasmuseum open. Dat is hier in het Freizeithaus. Dat weet u niet, want het is altijd gesloten.’’
In zijn ogen bestaat mijn geluk uit een open glasmuseum. Daar moet een reden voor zijn, die wil ik weten.
,,Ik heb 44 jaar glas geblazen.’’ Hij brandt los. ,,Het komt erop aan glas te blazen op de enige juiste wijze. Doe je dat niet, dan krijg je misschien wel glas, maar mat. Doe je het goed, dan is glas kristalhelder, het fonkelt en flonkert in het zonlicht of er vonken afspatten.’’
Zijn ogen fonkelen bij de herinnering.
,,Jammer dat de glasblazerij hier is opgehouden.’’
Deze domper, gekoppeld aan de herinnering aan zijn glasblaaskunst, blaast hem leven in. Hij kijkt me vonkend aan. ,,Glasblazen is niet van vandaag of morgen, glasblazen gaat nooit verloren!’’
,,O nee?”
Hij flonkert.
,,Zoals ik glas blies, deden ze het 8000 jaar geleden ook, op andere manieren kan het niet!’’  Zijn stem daalt. ,,Ik had het mooiste beroep dat er bestaat, het oudste beroep van de wereld.’’

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *