Urk

Mijn nieuwe vriendin is van het originele soort. Zij weet dat ik mijn verjaardag nooit vier, dus vraagt zij mij mee naar Urk. Zij is daar geboren. Zij is daar getogen. Zij weet elk ginkie, Urks voor steeg, elk kroegie en als klap op het feest: een mozaïekkunstenaar. Zij kent mijn liefde daarvoor.

De dag die al maanden in onze agenda staat, regent het. Dat weerhoudt haar niet, mij niet. Wij zijn van het volhardende soort dat zich nergens aan stoort. De boot naar Urk gaat vandaag niet, wij wel. Over de dijk. Er hangt zo’n dichte mist, dat we de enigen op de dijk zijn. Of in ek geval zien wij niets of niemand anders. ook Urk niet. Zelfs niet als we er op een steenworp afstand vandaan zijn. Urk is verdwenen, net nu mijn vriendin mij alles van Urk wil laaten zien. zelfs de vuurtoren, de kerktoren en de masten zijn in mist opgegaan.
Wij zijn volhardend, wij gaan ervoor, wij gaan door.
En zie. Als door een goddelijke ingreep klaart het op voor een huis met een zeildoek voor het balkon.
,,Daar woont mijn moeder, anders kijkt ze scheel in de zon.’’
Dat klinkt naar praktische kijk, altijd handig op Urk.
We gaan naar binnen. Urkers onder mekaar praten Urks. Normale mensen verstaan daar niks van. Ik versta alles. Na de koffie met taart gaan we naar het museum. Daar is het een en al Urk, kotters en botters en klederdracht.
Tijd voor het hoogtepunt, de kelder van de mozaiekkunstenaar. We lopen erheen. Zo groot is Urk ook weer niet. Onderweg passeren we ginkies, van die stegies als geboortekanalen. Wij wurmen ons erdoor. Van verre is te zien waar de mozaiekman woont. Alles is voorzien van moziek, zijn gevel, zijn huisnummer, ja, elke bloempot.
Mijn vriendin belt aan. Er gebeurt niets.
,,Hij is er altijd.’’
We kijken onbeschaamd door de ramen, een en al mozaiek, maar geen man. Aan de overkant is zijn atelier. Hij moet er zijn, hij is er niet. Met deze mist verwacht hij niemand. Weet hij veel dat er twee vrouwtjes van stavast een dag als deze uitkiezen.
Mijn Urker vriendin is er een die op haar piepkleine vissersbootje elke zee bedwingt met haar stalen zenuwen, krijgt de zenuwen van zijn afwezigheid. Die had het hoogtepunt moeten zijn van de verjaardag van maanden geleden.
,,Weet je wat? We gaan een visje eten!’’
Onderweg wijst ze naar een beeld van een Urker vrouw op de kade.
,,Zij staat  symbool voor de vrouwen die vergeefs op hun vissersman wachtten.’’
Oei, ik voel hem. Dit is geen toeristisch verhaaltje,  dit is bittere waarheid. De vis wordt duur betaald. Op naar de vis.
We gaan via het strand. Daar staat een auto met een man met verrekijker, turend naar een zeilschip in de verte. Mijn romantische oog ziet een redder in nood. Mijn nuchtere Urker vriendin schudt haar blonde krullen in de wind. Niks romantiek!
,,In nood belt hij de reddingsboot, maar als je het touw beetpakt, betaal je 10% van je bootwaarde. Hoe duurder je boot, hoe meer je hem moet betalen. Dus.’’
Tijd voor een visje.

One thought on “Urk

  1. Kees Versluis

    En? Is het er ooit nog van gekomen, de mozaïekkunstenaar? Is dat gebruikelijk, die 10% als je gered wordt? Ik wist het wel van op zee, niet de percentages hoor, maar het systeem.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *