Blind date

Schrijver en lezer gaan elkaar voor het eerst zien in Geldermalsen, of all places. Niet direct een plaats waar de geest waait. In de trein naar Utrecht, maar vooral in de sprinter naar Geldermalsen, denk ik aan mijn lezer, de onbevangen, aandachtige, geinteresseerde, geduldige, welwillende, openminded lezer. Die het moet hebben van het verhaal zonder de context van de schrijver als mens, opgroeiend wezen, worstelaar, zoeker. Hoe sneller de sprinter gaat, hoe zenuwachtiger ik word van mijn eigen vraag.
Stel dat hij er niks aan vond. Maait hij mij neer? Ik ken hem niet, ik heb zijn website wel even bekeken, zeg grondig bestudeerd (www.theater-atelier.com). Hij is een beschaafd man die Moliere de beste toneelschrijver aller tijden vindt. Tot mijn schaamte besef ik in de sprinter dat ik NIETS van Moliere weet. Dat onderwerp kunnen we beter niet aansnijden. Maar om nu meteen te vragen ‘nou Sandhaus, zeg het maar, wat vond je van mijn boek?’
En hij zegt dan op het tochtige station van Geldermalsen: ‘Je schrijft aardige mailtjes, twee, drie zinnen gaan je goed af, maar 275 pagina’s…’  Dan is dit het eindstation. Geldermalsen.
Het wordt net omgeroepen. Reizigers die in Geldermalsen iets te zoeken hebben, moeten eruit. Ik heb er mijn eerste echte lezer te zoeken. Ik stap uit, kijk rond. Van de foto op de website werd ik niet wijzer, Sandhaus draagt daar een masker ter demonstratie van de toneelmaskers van de Commedia dell Arte. Waar ik ook NIETS van weet. Ook dat onderwerp kan ik beter niet aansnijden.
Een man komt op mij af. Hij houdt zijn hoofd wat scheef. Een acteur op het toneel zoekt de ongeziene inbreker. De acteur weet al 120 voorstellingen dat de inbreker achter de deur klaarstaat om het toneel op te sluipen, voor de suggestie houd de acteur het hoofd scheef. Dat de kijker weet, dat er gezocht dan wel geluisterd wordt. Deze man moet Sandhaus zijn en hij moet op mijn website gekeken hebben, waar ik glashard en superduidelijk op een stoel zit. Die stoel heb ik niet mee, mijn gezicht wel. Ik houd het nu ook scheef. Hij lacht. Ik lach. Hij knikt. Ik knik. Het lijkt mijn eerste les drama wel die ik in Arnhem op de toneelschool kreeg, thema ‘spiegelen’.
We begroeten elkaar, enigszins onwennig. De auto staat voor het station. Daar eerst maar eens heen. Zijn we van het station af. Ik ren dat tochtige station Geldermalsen uit. Trap af. Als eerste ben ik beneden, of het een wedstrijd is. In kalm tempo voegt Sandhaus zich bij mij.
,,Die koektrommel is het.”
We stappen in een onooglijk autootje, dat mij direct geruststelt. Geen kapsonewagen.
,, Het ruikt naar hasj, maar is geen hasj.” Aldus Sandhaus, die Arnold heet. Klinkt gemoedelijk.
,,Wat is het dan?” Nieuwsgierigheid is mijn vak.
Arnold heeft de auto te leen van een bejaard heerschap, tot hij een Porsche naar zijn zin gevonden heeft. Goed en goedkoop. Wie wil dat niet. Hij start het koekblik.
,,Misschien is het medicinale hasj.” Zeg ik.
Hij kijkt me aan. ,,Waar gaan we heen?” 
Dat is waar ook. Ik ben de schrijver. Ik heb de Betuwe voorgesteld in de veronderstelling dat het een goed idee was. De werkelijkheid is altijd net even anders. Waarheen?
,,Tiel?” Dat komt spontaan boven bij Arnold. Daar hebben we allebei gewoond, toevallig, en allebei op school gezeten, minder toevallig, omdat je er nu eenmaal woont. Hij begint te rijden en al gauw komt een bord in beeld richting Tiel. Hij gaat de rotonde op naar links naar een drukke weg richting Tiel. Mijn oog wordt getrokken naar een landelijk weggetje omzoomd door bomen, dat ook nog eens een geheimzinnige bocht maakt tussen oude huisjes door.
,,Wat is dat een leuk weggetje,” zeg ik zonder bijbedoeling.
Arnold rukt aan het stuur, passeert rakelings een paal op een verkeersheuvel en gaat dat weggetje in.
,,Weet jij waar Tiel ligt?” Vraagt hij.
Ik verplaats me in de hoofdfiguur van het boek dat ik nog schrijven moet, een slim figuur die de weg afleidt aan stand van zon en maan, ik kijk naar zon en schaduw.
,,Daar ergens.”
Het ene landweggetje na het andere landweggetje volgt tussen boomgaardjes, weilanden en vergezichten door. Daar rijden lezer en schrijver. Je hebt er spreekwoorden van. ‘Met jou kan ik lezen en schrijven’. Wij beschouwen het landschap dat ons herinnert aan de kindertijd die we hier ergens doorbrachten, een kindertijd waarin we elkaar niet kenden. Ik herken een weggetje.
,,Dat komt voor in mijn boek!”
Ruk aan het stuur, Arnold scheurt het koekblik het bochtige straatje in.
,,Hier staat het huis dat Sophie wil kopen.”
Ik verwacht de vraag die mij altijd gesteld wordt ‘is het echt gebeurd?’
Hij is concreter. ‘Waar?’  En rijdt er al voorbij. Hij trapt op de rem en staat stil, pal voor het huis dat niet lijkt op het huis in mijn boek. In de tuin die ook totaal verschillend is, tuiniert een vrouw die in niets lijkt op de vrouw uit dit boek. We hebben het gezien. Arnold trekt op. Anne wordt wakker.
,,Zal ik die vrouw mijn kaartje geven? Dan zeg ik erbij dat haar huis in mijn boek figureert.”
Sandhaus stopt meteen. Die man is ongeëvenaard in bewegen, wenden, stoppen, gaan. Ik stap uit met visitekaartje in de hand en doe mijn verhaal aan de vrouw. En dan gebeurt het. De Genius Loci roert zich. De vrouw schiet overeind. Roept haar man erbij.
,,Een vrouw heeft een boek over ons huis geschreven en nou wil ze het vanbinnen zien.”
De mare gaat voor me uit. Mijn vuur ontbrandt, ik wenk Arnold, komop man, we mogen naar binnen. Arnold herkent dat wild springende, gloeiende vrouwtje niet, maar reageert wendbaar. Zet de wagen neer, stapt uit en gaat mee de tuin in, waar drie honden mij bespringen, omdat alle dieren op het eerste oog verliefd op mij zijn. Vooral honden, vooral reuen.
De man van de vrouw komt erbij. Trots tonen zij het huis aan het onverwachte paar, dat enigszins aan elkaar kan wennen bij het bezichtigen van alle hoeken en gaten, kachels en bedden, stoelen en tafels, kasten en trappen.
,,Ik ga dat boek zeker kopen. Hoe heet het?”
Schrijver smeedt het ijzer nu het gloeiend is.
,,Sophie. Ik zoek nog een uitgever. Hebt u die toevallig in de familie?”
Nee, hun zoon is transplantatiechirurg en hij handelt in organen. Als ik dat geweten had, had ik er heel wat mee kunnen doen in mijn boek, hoewel het al opwindend genoeg is met de bewoners die ik er gesitueerd heb. Het gevaar van dit bezoek schiet mij net op tijd te binnen.
,,Als u mijn boek leest, moet u niet schrikken van de personages, dat zijn romanpersonages.”
,,O ja, natuurlijk!”
,,Het huis komt er ook niet zo goed vanaf. Mochten de lezers het vinden, dan snappen ze meteen dat het verzonnen is, dit huis lijkt er niet op.”
We mogen de tuin zien, een prachttuin, echt waar, hagen en struiken, groente en fruit, een tuin die ieder wil hebben, behalve de bioloog in mijn boek. Intussen krijgen we alle ins en outs te horen van de buren. Klopt ook niet. In het buurhuis woont een beroemdheid, Hans Kraaij van de televisie. Nou, die komt er zeker niet in voor. We nemen afscheid van de werkelijkheid en gaan door met onze vision quest door de Betuwe.

Wordt vervolgd.

6 thoughts on “Blind date

  1. Dick Zeelenberg

    wat een verhaal! Wou dat ik uitgever was, zou meteen beginnen met Druk 1 t/m 10. De filmrechten in een kluis opsluiten voor minstens 100 jaar omdat de fantasie het altijd wint. Gaan Anne, gaan!

    Reply
  2. minke nas

    als het boek half zo spannend is als dit verhaal ben ik verrukt! Op naar morgen, ik heb het gevoel dat het een open eind wordt?

    Reply
  3. Nelleke

    wat een geweldig avontuur ik zat achter in de auto en wat geweldig om het mee te mogen maken ,ik heb er van genoten,het is verder nog lekker spannend en heb nog een vervolg tegoed ,lekker hoor,dat wordt genieten

    Reply
  4. Joa

    Wat een spanningboog in je verhaal en beleef het helemaal mee, echt zin in morgen…het vervolg, erger nog, ik kan niet wachten!!!! en daarna de pijling en lancering, regelrecht naar de beste uitgever….spannend!

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *