Genius Loci – 2

Vandaag pagina 2 van mijn debuut.

Ik ging naar buiten, gewapend met de boor en het doosje schroeven uit de kast onder de trap, waar alles te vinden is wat Otto overtollig acht, maar van pas komt op onvoorziene momenten zoals deze eerste novemberstorm. Otto kwam niet naar buiten om de plank vast te houden, hij bleef verschanst achter zijn smalle studeertafeltje, toekijkend wat Sophie-sloofie buiten in storm en regen aan het doen was, niet dat het regende, maar al had het geregend, dan had hij geen paraplu opgehouden. Zijn ogen streelden me niet, ze priemden in mijn rug. Hij zat te denken en te spieden of ik de plank wel vakkundig vastzette. Hij hielp niet en ging ook geen koffie zetten, zijn specialiteit.
Ik raapte de plank op, die was wonderwel heel gebleven, de spleet aan de onderkant paste nog op de richel van de plank waar hij op moest. De gaten in de palen waren vergroot door houtrot, wat ik wilde oplossen door naast de oude gaten, nieuwe te boren, waardoor de plank steviger zou zitten dan voor de storm. Tot mijn geluk was de accu geladen, de boor snorde in mijn hand, deed wat hij moest doen. Toen de plank vastzat, draaide ik me om.
Otto knikte goedkeurend.

Hij beweert dat hij dichtbij de sprong is, zijn glasheldere ogen richting plafond en zijn raadselachtige sfinxenlach om de lippen. O, wat heb ik gehunkerd raadsel en oplossing te zijn, centrum van zijn aandacht, spil van zijn gedachten. Nu irriteert het me, dat zinnetje waarmee hij elk studiejaar begint. Inderdaad gaat hij vaker en ook langer de deur uit voor een frisse neus.
Als de dag is gedaan, mijn stuk is geschreven en de maaltijd achter de kiezen, gaan we naar de voorkamer voor ons filosofisch gesprek. Hij neemt plaats op de versleten Deense leunstoel van mijn oma, een stoel met hoge rugleuning, smalle armleggers en grote oorflappen, die zijn magere gestalte omhult als een stijve mantel. Ik vlij me niet meer muisstil neer, ik plof op het rieten tweepersoonsbankje, breeduit en krakend, de kousenvoeten opgetrokken naast me, klaar voor Otto’s intrigerende opmerkingen over de onderstromen die hij bloot legt onder mijn tekst over de dagelijkse werkelijkheid van de bakker, de slager, desnoods een toerist. Eerst ontkurkt hij een fles, schenkt zich een bodempje in, proeft, schenkt bij en klinkt. Aan een glas wijn ontspringen zijn filosofische gedachten. Al zijn gedachten zijn hoogstandjes. De dagelijkse opkomst van de zon krijgt glans door hem. Nooit vergeet ik de zonsopgang die hij zag vanuit de rijdende trein van Parijs naar Lyon. De natuur die zijn adem inhield, de vogels die een moment zwegen, de allereerste stralen als gouden vingers over de kim, de rode gloed die de hemel vulde en samenbalde van koperen boog tot gouden bol. Ik verdween in de ademloze stilte die in een voortrazende trein niet gehoord kan zijn.
De laatste tijd zwijgt hij meer dan hij verklaart. Hij kijkt en blijft kijken hoe de wijn aan de binnenkant van zijn glas druipt. Hij heeft mijn stuk gelezen, legt geen onderliggende wijsheid bloot. Hij zwijgt. Ik zwijg. Mijn gedachten bevriezen in de droom die niet werkelijk wordt. De droom van wijs zieltje en de prins. Als ik onze droom oprakel, beent hij de kamer uit, wordt nijdig of gaat gapen. Of hij antwoordt dat het beter met hem gaat. Dat hij klaar is voor de sprong.
Als mijn hoofd op springen staat en mijn handen lichtflitsen verbergen, zet hij een teiltje heet water voor mijn voeten. Steeds vaker koken mijn voeten in brandend water tot ze rood zien als bloed.
Ik weet het. Ik weet het. Hij verliest zich in het stadse leven. Gehuld in zwijgen zoekt hij zichzelf. Ik mis hem.
De herboren man.

 

10 thoughts on “Genius Loci – 2

  1. Kees Versluis

    ‘Zijn ogen streelden me niet, ze priemden in mijn rug.’ Prachtige zin is dat. ‘Inderdaad …….’, die zin loopt niet goed. In dit hoofdstuk zit al een onheilspellend gevoel voor de toekomst.
    Voor de ‘tags’ het volgende. Hugo Borst doet een aanbeveling voor de roman ‘De tijger en de kolibrie’. De jonge schrijver Alex Boogers wordt door hem aangeprezen. Hij heeft 2000 exemplaren verkocht van deze roman. Hugo haastte zich naar het einde om te weten te komen wat hij niet wilde weten. Dat gevoel heb ik ook na de eerste twee hoofdstukken van jouw boek. Ik heb ook enige kritiek die ik in een persoonlijke mail zal sturen. Kritiek als techneut. Vrouwen zullen het niet opmerken. Net als gisteren ben ik nieuwsgierig naar morgen.

    Reply
    1. Anne Post author

      Kees, ik ben onderhand wel nieuwsgierig naar je technische kritiek. En de zin loopt weer als een trein, het woordje hij was er tussenuit gevallen. En ja, je truc werkt al, i.p.v. bij ‘de tijger en de kolibrie’ kwam iemand uit bij ‘kolibri voor Mister Sandman’ Leuk.

      Reply
  2. Joa

    Hi lieverd, al bladzijde twee, ik loop achter…zoveel mooie zinnen die me overspoelen, daar moet ik dan weer een tijdje overnadenken….je weet wel dat beeldend denken..neemt de tijd…ga je nog meer verklappen? applaus!

    Reply
    1. Anne Post author

      Ha Joa, jouw zin mag er ook wezen, zoveel mooie zinnen die je overspoelen’ – heerlijk –
      en morgen en overmorgen komt er nog wat – en dan ga ik Sophie naar een stuyki of vijf uitgevers sturen. Aanbevelingen welkom.

      Reply
  3. minke nas

    zit al in je verhaal, gister vond ik otto al niet sympathiek en nu nog minder, hoop dat sophie veel heeft opgeslagen in het kastje onder de trap?
    Mijn emoties zijn geraakt.

    Reply
  4. Anne Post author

    Ha Minke, ja, die Otto – hij is een vreemde snijboon, of liever Asperger – je zult het maar hebben (zijn)… en jaha, er zit nog meer onder de trap, hoe raad je het zo.
    Je laatste zin raakt mij…

    Reply
  5. Kees Versluis

    Ik heb het nog wel twintig keer over gelezen. Eigenlijk was het een combinatie van dingen. Een naaimachine snort, een boormachine …… En ik kon niet op een goed woord komen. En de andere dingen stoorden me niet meer. Het enige is nog dit, maar als het vanuit een vrouw is geschreven geeft het niet. De richel en de spleet: een houtbewerker zegt messing en groef, waarbij jouw richel de groef is. Maar, het stoort me niet meer, het was wel de eerste indruk. Zo zal jij ook misschien wel duizend keer woorden veranderd hebben, verblind door wat dan ook.
    Ik denk altijd. Door yoga heb ik geleerd dat je ook niet kan denken. Maar vandaag had ik een inval, opeens. Net zo iets als de container. Zo simpel dat je je niet voor kan stellen dat ie er veertig jaar geleden niet was. Een stalen doos die gestapeld kan worden. Maar mijn idee dus. Ik heb het gelijk aan Nico verteld, bang dat ik het zou vergeten. Juist omdat ik bang was het te vergeten, vergeet ik het niet meer. Nico ontwerpt o.a. plastic speelgoed dat op een slimme manier in elkaar past. Zo iets heb ik nou ook in tien seconden bedacht. Wie weet is het een goed idee, maar het moet nog uitgewerkt worden.

    Ik ben zo benieuwd naar het derde hoofdstuk. Misschien slim om contact te zoeken met de voornoemde jonge schrijver? Het was zijn debuutroman.

    Reply
  6. Anne Post author

    20 x! Omdat het zo mooi was of zo moeilijk? Dan wordt pagina 3 erg!
    Ja, groef en mes, ik weet het, en Eva uit mijn 2e boek weet het beter, maar Sophie niet hoor, die is blij dat ze die accuboor aan het snorren krijgt….
    En ik zal me eens richten op de jonge schrijver! Dank voor al het inleven, meeleven en meedenken, Kees.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *