Auteur & kunstenaar

Wonder van de workshop

Je hebt de tijd Voor, de tijd Van en de tijd Na de workshop. Het is nu erna en ik zie de tijd ervoor scherper. Waarmee ik met de deur in huis val. Klaarblijkelijk is er iets veranderd in mijn bewustzijn dat feller licht werpt op het door mij beleefde leven tot dan toe. Dat is nogal wat. Ik ben er moe van.
Volgens Arnold Sandhaus kan de klank van een stem ons meevoeren naar de verste fantasie, intensiever dan de spannendste film en roerender dan de treffendste foto. De stem is een wonderbaarlijk instrument dat we in ons hebben. Achter de stem ligt het geheim van de mens die deze stem heeft. Ieder mens kan zijn stem oefenen boeiend te vertellen, toehoorders in beweging te brengen, stemmingen op te roepen en de aandacht vast te houden tot de laatste punt. Hij heeft daarvoor kunstzinnige oefeningen ontwikkeld voor beweging en bewogenheid, gebruik van stilte, intentie, dynamiek en ritme, het luisteren naar de eigen stem en het luisteren naar de toehoorder.
Drie dagen waren we op een stemmig eiland middenin een bos, we aten en we dronken wat, we sliepen en we lachten, we speelden en we oefenden, we luisterden en spraken, we zongen en gebaarden, gedichten en verhalen, uit eigen leven en vervlogen tijden.
En toen was ik thuis.
Na de derde nacht, vanochtend, zag ik terug, de workshop en mijn voorbereiding erop, het memoriseren van de gedichten, wat herinneringen opriep aan mijn kinderwens actrice te worden, een onvervulde wens, zoals dat met wensen gaat.
De workshop draaide om de stem. Ik luisterde, zong en bewoog, zweeg en liet mijn stem horen. Ik deed elke oefening en elke opdracht. De opdrachten waren mij wezensvreemd, een vreemde gewaarwording die mij vroeger angst aanjoeg als mijn familie brandde en kookte tijdens politieke debatten waarbij stoom uit de verwijde neusgaten van mijn vader kwam en de ene bruikbare arm van mijn grootvader de lucht in ging met gebalde vuist. Dan voelde ik mij het lelijke jonge eendje. Ik trok mij terug op mijn kamertje, haalde de sprei van het bed en wikkelde die op 100 verschillende manieren om me heen, was prinses, Pasha, panter of polkadanseres. Ik ging op in een wereld van fantasie, zonder besef wie de schepper was. Ik vond vriendinnetjes die dit leuk vonden en speelde ridderspelen met Pieta van Tuijl, Ivanhoe was onze favoriet en meisjes tonelen met Christa Everts. De zolder veranderde onder ons spel in elk mogelijk decor, zonder dat we iets anders nodig hadden dan onze verbeelding. Wanneer haar moeder of de mijne riep dat er thee was en we beneden moesten komen, kwam de zolder met een klap neer en keken we elkaar verbouwereerd aan.
Door dit toneelspelen dacht ik dat ik actrice wilde worden en zocht mijn bestemming op de Arnhemse toneelschool. Het commentaar dat ik kreeg, loog er niet om. Ik leefde me totaal in de opdracht in en dat was niet de bedoeling. Vanuit onbewogenheid moest de emotie overgebracht worden op het publiek. De zaal moest huilen, de acteurs moesten elkaar ondertussen een knipoog kunnen geven. Dat was niet wat ik zocht.
Ik wist niet wat ik zocht en bij gebrek aan een helder doel werd ik juf en vertelde elke dag een verhaal, uit het hoofd natuurlijk. Ik had nooit les gegeven en moest eraan wennen dat ik de kinderen niet alleen moest stimuleren in hun eigen ontwikkeling, hen een fijne, leerzame, creatieve dag moest bezorgen, maar dat er ook dingen waren die ze niet mochten doen. Het moment dat dat tot me doordrong was toen Joost in de verwarmingspijp klom. Hij hing in de pijp pal onder het plafond en keek de klas in met zijn ondeugende vossenkoppie. Dat was niet het storende, maar wat hij erbij zei en de aandacht die hij trok met zijn hoge positie en vreemde vossenkreten. Ik zei dat hij de pijp uit moest. Hij weigerde. En toen deed ik iets wat verboden had moeten worden, gevaarlijk en totaal niet verantwoord als juf. Ik stapte in een toneelstuk. Banjerde naar de verwarmingspijp en baste als een sergeant majoor dat dat stoute jongetje daarboven niet omlaag mocht komen, dan zwaaide er wat. De sergeant deed de armen over elkaar, de benen wijd en ging verder met zijn verhaal. Het jongetje begon te piepen. De sergeant wees hem zijn plaats, hoog aan de pijp. Hij mocht er pas uit toen de sergeant het beval. Hij had kunnen vallen. Hij viel niet. De sergeant in mij was opgestaan, het einde van de strijd om het gezag, voor die strijd was uitgebroken. De verpleegster stond op toen de klas jammerde en klaagde. Zuster deed de lampen uit, liep op haar tenen, haalde glaasjes water en zakdoekjes, pilletjes voor alle patiënten en vertelde fluisterend een verhaal. De circusdirecteur verscheen in de hoogste klas toen mijn beginnende pubers door het raam de klas inkwamen. In no time transformeerden we deze behoefte om uit te breken tot circusacts met clowns, leeuwen en dompteurs, tot groot plezier van de lagere klassen voor wie we de acts opvoerden, al improviserend.
Ik krijg de zenuwen van voorbereiden. Ik voel me zo dood als een pier als ik vooraf weet wat ik moet doen, als alles klaarstaat tot het protocol van start moet.
Iets daarvan is te verwachten op een workshop. De leider heeft een doel en ziet de weg. Dit nu is voor mij een groter drama dan niet kunnen slapen. Ik mocht nooit met gekleurde inkt schrijven van de juf, omdat mijn letters niet tussen de lijntjes bleven, hoe graag ik die rode inkt ook wilde.
Dit nu was het grote geluk van deze workshop. De geroutineerde en gepassioneerde leider gaf deze workshop voor het eerst. Bij elke andere stemworkshop was ik na een ochtend gillend weggelopen, nu was ik geboeid hoe hij zichzelf en ons door de dagen laveerde op de kracht van aftasten, afstemmen en erin springen, levendig en met spirit. Zoals dat ene laatste uurtje dat over was en iedereen bekaf, klaar om bij het beloofde haardvuur op de tijgervellen te ploffen en getrakteerd te worden op een goed verhaal.  Arnold ging niet mee met de zwaarte van lichamen en zielen die gevuld waren met woord en gebaar van een orde die onbekend was en aan vertering toe. Nee, hij bracht de hele Commedia dell Arte tot leven met zijn stem en gebaar en kreeg ons zover de ver van ons afstaande rol van de gedeserteerde soldaat te spelen. Luid schreeuwend van ‘schijt aan het leger’  veranderde hij ons in deserterende soldaten, die braaf meededen aan zijn les. Herkenbaar!
Een ander moment liet hij ons het begin vertellen van het sprookje van de Grafheuvel. We moesten het vertellen vanuit de herinnering aan de dag ervoor toen we eraan gewerkt hadden. Renate begon, dan was ze er maar vanaf en zo vond ieder zijn eigen moment en gaf stem aan het bekende verhaal vanuit eigen innerlijk, waaraan het verhaal fris ontsproot in zoekend zachte fluistering, haperend, luid dragend of in dansend Vlaams. Een openbaring van de eigen stem.
Van alle mensen ben ik gaan houden, we waren de kralen van het snoer dat Arnold door onze stemmen reeg tot de toverketting die het verhalenland omsloot.
Ik ben thuisgekomen.
Mijn stem die mijn hele geleefde leven tot nog toe zweeg en krijste, huilde en lachte, fluisterde en sprak, langs het hoogriet, langs de laagwei, zoals van Ostaijen toch maar eventjes wijs zei, is niet de stem van vertolking van andermans woorden, neergeschreven in gedichten, toneel en verhaal, mijn stem is niet geboren voor toneelspel, mijn stem is die van het scheppen uit de grote bron en mijn eigen binnenste. Dat heb ik ontdekt in deze wonderbaarlijke workshop van het wonder van de stem.

Deel dit bericht:

Eva Terra Incognita

Eva Terra Incognita
Te bestellen bij de boekhandel

Sophie - Genius Loci

Sophie - Genius Loci
Te bestellen bij de boekhandel

11 reacties

  1. De tijd van juf zijn en creatief spel;jij dan als natuurtalent.Mijn man was onderwijzer op de Frans Halsschool in de Pijp,A’dam.Hij leerde zijn kinderen leren door te spelen.Later werd hij docent aan de academie door woord en gebaar in Utrecht.Wat mooi dat je nu weer stappen verder ben door de stemworkshop en wat een goede begeleider.Wat vertel je ons dat met een mooi verhaal.Geweldig,Anne, dat je nog maar lang mag nagloeien.

    1. Wat bijzonder Athy, deze weg van je man en de link met het wonder van de workshop.
      Arnold vertelde dat hij de Academie voor Woord en Gebaar in Utrecht gedaan heeft.
      Daarna vele andere wegen om steeds dieper in het gebaar af te dalen, zie zijn website: http://www.theater-atelier.com
      Dank voor je stimulerende reactie, ik gloei ervan.

    1. Hoi Athy, de naam komt me bekend voor. Maar mijn diploma stamt uit 1973; was hij er toen al? En wat voor lessen gaf hij? Maar de Utrechtse academie was voor mij alleen maar het startpunt; daarna begon het pas echt. Maar het was wel een erg leuk startpunt. Groet, Arnold

  2. Lieve Anne,

    Ademloos heb ik het zitten lezen. Ik wist niet dat het Arnold’s eerste keer was. Ik heb eigenlijk het meest geleerd van de Comedia dell’ Arte, omdat het nog steeds geldt. Ik zie die figuren in het bedrijfsleven, eigenlijk overal zie ik ze. Bijzonder dat het zo’n impact had op ons. Ik neem tenminste aan dat we niet de enige twee waren die dat zo voelden. Ik gloeide en mijn poriën stonden open, wagenwijd. Ook ik wilde bij het amateurtoneel en durfde niet buiten mezelf te gaan, sinds ‘schijt aan de oorlog’ denk ik dat ik veranderd ben. Ik kijk zelfs anders naar films sinds Arnold het over die manier van acteren en montage had. Weinig emotie over het algemeen. Nogmaals, heel mooi geschreven Anne, dank je wel

    1. Goedemorgenmiddag Kees, dankjewel…. het klopt, ik zag In the Wild, een boeiende film over een jongen die de wildernis intrekt, onder regie van Sean Penn, een van mijn lievelingsacteurs – en ook mij viel het nu op dat er veel gebruik wordt gemaakt van close-ups van de gezichten – daarentegen ook veel landschap – verte, diepte, hoogte, ruimte, kleur – aspecten die vaak ontglippen aan de aandacht in het dagelijks leven – een aspect dat mij nu juist altijd begeestert – dat de wind gaat waaien als ik met mijn moeder het stervensuur van mijn vader gedenk, dat een zwerm vinken gaat tsjieten in de duinen waar ik met haar loop het moment dat eindelijk mijn vorig huis een koper vond – het transpersoonlijke, met daarin als tegenpunt het uiterst persoonsgebondene van het gelaat – ja, het wonder van de workshop is nog niet ten einde. De spraakgebaren ga ik nu ook zien, je hoeft het geluid van je tv maar uit te zetten en je ziet ze, de duidende vinger van Herman den Blijker, de afwerende handen in de politiek en de juichende gebaren bij de Spelen – de vertikaal waar we nog niet aan toe kwamen, een mooi vertrekpunt voor een volgende wonderworkshop…

    2. Arnold, ik denk dat hij in september ’73 begon of ’74.Hij organiseerde en begeleidde de stages voor studenten op scholen;dat was echt zijn ding.Hij gaf creatief spel en hij was stafdocent en vormde een drieeenheid met Leo Weusten en Eugene van Wageningen.Voor jou een startpunt, voor hem een eindpunt.Door het verhaal dat Anne schreef over de workshop, kwam hij ineens weer zo dichtbij.Hartelijke groet, Athy.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *