Kattentaal

Een gedragsbioloog observeert het gedrag van dieren anders dan een verhalenverteller. Mijn vader was gedragsbioloog, mijn moeder verhalenverteller. Mijn vader werkte aan een boek over gedragsbiologie. Hij dacht dat mensen meer van elkaar en de natuur zouden houden, als ze begrepen waaruit gedrag voortkomt. Hij ging te vroeg dood. Mijn moeder vertelde verhalen. Als zij een verhaal vertelde, rilde je van spanning. Als mijn vader een verhaal vertelde, wist je dat het waar was.
Mijn vader verklaarde diergedrag uit overlevingsdrang, vluchten en vechten, lokken en paren, territorium en evolutie. Mijn moeder vertelde verhalen over oorlog en armoede, helden en slachtoffers, honden en paarden die konden praten.
Van mijn vader heb ik de liefde voor de natuur, van mijn moeder de liefde voor het verhaal. Kijk maar.

Lukkie de Jager en Fynn de Hippie

De ochtend begint traag. Vanuit het slaapkamerraam zie ik onze kat met een muis. Hij zorgt graag voor zijn eigen eten, huismuizen, veldmuizen en spitsmuizen, maar woelmuizen smaken hem niet en ratten en mollen zijn ronduit smerig, hij vangt ze en doodt ze. Toen hij klein was, ving hij zes dagen achtereen een koet en at hem op achter een struik in de tuin, waar ik de zevende dag zag dat het niet pluis was: tien koetenpoten in een berg zwarte veren. Prompt kreeg hij een veer in zijn verkeerde keelgat en was erin gestikt als de messias hem niet gered had. Sindsdien mijdt hij gevederte. Lukkie zorgt nog steeds voor zijn eigen lekkere hapjes. Hij vangt zijn muizen buiten en eet zijn kroketje in huis op, de gevulde darmpjes laat hij liggen.
Vanochtend eet hij buiten en laat de kat van de hippies uit het tuinhuis toekijken. Wat speelt er?

Fynn de Hippieprins snuift muizengeur

Lukkie de Jager leert Fynn de Hippieprins jagen. De jacht begint en eindigt met de geur van de prooi. Hippieprins let niet goed op. Hij staart ins Blaue hinein. Hij moet er met de haren bijgesleept worden.
‘Kom, Fynn! Ruik de geur!’
Lukkie de jager maakt plaats voor Fynn de Hippieprins.

Fynn de Hippieprins

‘Ik heb het geroken.
Nu wil ik het proeven.
Haal maar even snel zo’n hapje voor mij.
Graag uitgebeend, onthaard en ontstaart.
Toe dan!
Haal er even snel een uit de voorraadkast.
Ik heb trek!
Als je niet voortmaakt, dan….’

Lukkie blokkeert de gang naar het etensbakje

Fynn sluipt naar een andere etensgeur, een vertrouwde geur, opstijgend uit het etensbakje onder het wiebeltafeltje.
Lukkie heeft hem door en is hem voor.
‘Wat maak je me nou? Niet naar je etensbakje! Dat is voor huiskatten. Zo zijn we niet getrouwd!’
‘Ja maar ik heb honger.’
‘Niet gelijk de moed opgeven.’
‘Wat moet ik dan? Ik wil eten. Ik heb honger!’
‘Jij weet niet wat honger is. Wacht maar.’

 

samen wachten...

 ‘Het is een kwestie van geduld, Fynn.
De eerste les. of eigenlijk al de tweede.
Je ruikt je prooi, maar daarmee heb je hem niet.
Dat is het echte leven, Fynn.
Wachten op je kans en dan toeslaan.’
‘Ik mag er toch wel bij liggen?’
‘Als je maar wacht.’

en maar wachten....
 
‘Je wacht net zo stil als die gebakken kleikat naast het stoepje. Dat is een goed voorbeeld voor je. Die ligt daar niet voor niks. Ik zal er ook bij gaan liggen, want voorlopig zijn we nog niet klaar met het oefenen van de eerste les: geduld oefenen. Kwestie van wachten dus. Maar wel blijven opletten. Niet versukkelen, dan gaat je prooi er vandoor. Je moet hem in het oog blijven houden.’
 
‘Heej, wat maak je me nou Fynn? In het oog houden, niet in de bek.
Nou zit je me daar toch dat babyvoer voor huiskatten op te eten.’
Fynn kijkt niet op of om. Fynn eet wat lekker voorgeschoteld klaar staat.
Stilt zijn honger. Zijn lekkere trek.
Fynn heeft even helemaal geen zin in les van Lukkie de Jager.
Fynn is een Hippieprins en die zijn zo helemaal happy!

let it be

Lukkie de Jager kan het niet langer aanzien.

5 thoughts on “Kattentaal

  1. Kees Versluis

    Het is de natuur, ik weet dat het zo hoort. Tegelijkertijd gruw ik er van om het te zien. Hypocriet als ik ben eet ik wel vlees. Daar staat tegenover dat ik zeven jaar vegetariër ben geweest. En nu nog part-time. Flexietariër is dat geloof ik. Mijn jongste zoon was vijf en hoorde op de radio over BSE. Vanaf die dag at hij geen vlees meer. “Als ik groot ben zijn jullie dood!” Hij is kerngezond nu en wij zijn nog niet dood.
    Ik vind het intrigerende beesten, poesen. Veel slimmer dan honden. En ze stinken minder als ze nat zijn.

    Mooi verhaal Anne, ik hoor de stem van jouw vader in mijn hoofd.

    Reply
  2. Mieke Schepens

    Leuk verhaal zeg !! Zo zijn ze er toch alletwee bij..via jou. Je bent een geluksvogel met deze erfenis !!

    Reply
  3. Anne Post author

    Wat heerlijk om me te koesteren in jullie reacties, altijd een feestelijk moment in een drukke dag…

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *