Vrouwenlijn (1) – Moeke

Zomaar duikt ze op, Moeke, de moeder van mijn moeder. Ik zie haar zitten op een keukenstoel, de billen puilend over de zitting. Ze heeft haar handen in de schoot, haar haren in een knotje, ze lacht naar me en ze knipoogt. Het is of ik haar stem hoor, terwijl ik die in geen 30 jaar gehoord heb – zolang is ze dood en nog ietsje langer is het geleden dat ik haar stem hoorde, door de telefoon.

Moeke belt nooit. Ik neem nooit op.  Ik zit net met mijn ziel onder de arm bij mijn vader. Moeke belt haar dochter, die is er niet.
‘Hou is’t wicht?’ vraagt ze haar kleindochter.
Dat heeft niemand me gevraagd. Bij mij thuis vragen ze niet, ze doen wat ze kunnen.
‘Ik ben alles kwijt,’ zeg ik tegen Moeke.
Op een haar na ontsnapt aan de dood. Dat zeg ik er niet bij, dat zeg ik niemand. Ik kan niet uiten wat er gebeurd is. De donkere laag onder het lichte leven.
Als ik gebroken naar mijn ouderlijk huis vlucht, zeg ik alleen dat ik alles kwijt ben. Mijn moeder is er niet, zij zit in Amsterdam op de Rietveld Academie en mijn stille vader zegt ‘kom maar een tijdje bij mij, ik kan wel wat hulp gebruiken.’
Hij geeft me een emmer met stuc dat ik op de buitenmuur van de schuur moet zien te krijgen. Dat is zwaar werk en gaat van geen kant, wat me een goeie reden geeft om te janken.
‘Bist alles kwiet, wicht?’ zegt Moeke in haar Groningse wondertaal.
In haar stem klinkt alles wat een tovergrootmoeder haar kleinste baby geeft die net uit de hemel komt en heel ziek is en pijn heeft en bang is voor waar het vandaan komt en waar het heen moet en hoe dat allemaal moet in die wereld vol gevaar.
‘Wat wolst?’
‘Een huis…’
Geen liefde, geen werk, geen geld schiet mij te binnen, niets van alles wat ik verloor, maar een huis, een plek, dos moi pousto, geef mij een plek.
‘Ach wicht, dat kan ik die nait geven…’
Moeke zwijgt. Ik luister naar de stilte van Moeke, dochter van ouders met tovernamen, de zwarte zigeuner en de engel van Nieuweschans. Moeke heeft voorspellende dromen en kan de kaart lezen. Dat doet ze niet voor de kleindochter die haar naam draagt.
‘Dat komt wicht, moar het komt nait vanzulf…’

Ik zit ik in een grote witte boerderij, ooit zwart, zonder venster. Ik kijk uit het raam en zie een witte wereld. Plotseling duikt Moeke op, gezeten op haar oude keukenstoel. Het is of ik haar stem hoor zonder taal, de knipoog dat geschied is wat zij voorzag.

Moeke, potloodtekening van Aaltje Kolman
Moeke, potloodtekening van Aaltje Kolman

Helaas is Moeke al 30 jaar dood.
Ook dat ging wonderlijk. Van het ene moment op het andere. Zo zit ze nog met Pa tv te kijken en zo is ze dood.

Hetzelfde moment droom ik van de plant die ik als stekje van Moeke kreeg, het stekje van een Christusdoorn, zo’n plant vol stekels die rode bloemetjes maakt als je hem geen water geeft en wit sap verliest als je een blaadje afplukt. De plant kan doodbloeden als een tak afbreekt.
 Het stekje is uitgegroeid tot een grote plant. Ik ben alles kwijt, behalve de plant. Een vriendin van me heeft hem in haar huis en zorgt voor hem, terwijl ik in het huis van mijn vader ben.
Ik droom van mijn plant, de plant van Moeke.
Hij staat levensgroot in mijn droom en dan breekt er een tak af. Net niet helemaal. Met een houtdraad blijft hij hangen aan de stam. Ik schrik wakker. De telefoon gaat.

Het is Pa. Helemaal overstuur. Moeke is neergestort op de grond, de ambulance heeft haar van Garmerwolde naar het ziekenhuis gebracht in Groningen. Er wordt gevreesd voor haar leven.
Mijn moeder gaat erheen. Moeke ligt lijkbleek in het witte ziekenhuisbed. Ze opent haar ogen en glimlacht, ‘dag  Aaltje, dag wicht, bist doe dat?’
Mijn moeder heeft een retourtje en gaat terug. Ze heeft meteen al spijt in de trein. Als ze thuis komt, is Moeke dood. 

Ik zet mijn laptop aan, de datum licht op, 16 januari, hoe is het mogelijk. Als Moeke nog geleefd had, was ze vandaag 107 jaar geworden.

voorkant boekje dat Aaltje Kolman voor haar moeder maakte
voorkant boekje dat Aaltje Kolman voor haar moeder maakte

17 thoughts on “Vrouwenlijn (1) – Moeke

  1. Kees Versluis

    Deze zin trof mij: ‘De donkere laag onder het lichte leven.’ En het houdt me bezig die zin. Dat vind je vast niet vreemd van mij.
    En, weer een indrukwekkend verhaal.

    Reply
  2. Hanny

    Lieve Anne,
    Het is triest je Oma te verliezen. Helemaal omdat je haar toen zo hard nodig had. Niet omdat ik zelf Oma ben hoor maar met een goeie Oma is het leven soms iets minder zwaar. Jij had er zo een. Een die zelfs nu nog met haar alziend oog over je waakt. Ze heeft je een schat nagelaten.

    Liefs
    Hanny

    Reply
  3. Anne Post author

    Balsem voor de ziel, jullie woorden, Lien, Hans, Kees, Ria, Annet, Fleurtje, Hanny, Ton, die me vertellen hoe innig jullie kunnen lezen – dank daarvoor…

    Reply
  4. Brigitte Kempen

    De donkere laag onder het lichte leven…
    De ziel is licht,
    Het is het leven wat het soms zo donker maakt
    Prachtige woorden dank Anne.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *