Ruigoord (5) – Het slotaccoord van Hans Plomp

Rond een uur of vier ben ik verzadigd.
‘Zullen we naar huis gaan? Ik ben moe van alle indrukken.’
‘Maar we hebben Hans Plomp nog niet gezien en dat zou wel moeten nu je eerste boek uitkomt, want hij heeft het als eerste gelezen.’
Ik krijg acuut plankenkoorts bij het idee.
Het is waar. Toen ik het manuscript af had, wilde ik weten wat een schrijver ervan vond. Geliefden vinden alles wat je doet goed, uitgevers vinden niks goed genoeg. Dus ging ik op zoek naar mijn eerste en laatste schrijfleraar, Hans Plomp. Zijn les was dat een schrijver het leven moet leven, de uithoeken van de ziel moet verkennen, de grenzen van het bestaan moet doorleven, de liefde en de pijn, anders is het bedacht en krijgen je boeken geen ziel.
Dat ben ik gaan doen. Dat nam nogal wat tijd in beslag. Er komt geen eind aan…

Op zekere dag kwam mijn krakkemikkige, dementerende moeder bij mij wonen, uit nood geboren, anders was ik er niet aan begonnen. Van de ene dag op de andere was ik uur na uur aan huis gebonden. Ik verveelde me van de saaiheid, tot ik de vrije ruimte van de fantasie terugvond; ervaringen, gevoelens en gedachten begonnen te rijpen. In ons vakantiehuisje begon ik te schrijven en kon er niet meer mee ophouden, tot het eerste boek klaar was: Sophie, genius loci.

Op een drenzerige regendag toog ik naar Ruigoord, dat geheel verlaten was. De Afrikahaven had het gewonnen. Niemand om iets te vragen, nergens was te achterhalen waar Hans Plomp verbleef. Ik nam contact op met In de Knipscheer, zijn uitgever. Die zou mijn verzoek aan Hans doorgeven. Een paar dagen later kreeg ik een mailtje van de uitgever dat Hans had gezegd dat hij niet wist of hij mijn boek lezen wilde, dat wist hij pas als hij het las. Ik kon het manuscript opsturen naar een adres in Amsterdam.
Dat deed ik, en toen bleef het stil.

Een halfjaar later was mijn lief toevallig op een adres in dezelfde straat en had Hans Plomp toevallig zijn hoofd uit het bovenraam, waarop Man de koe bij de horens vatte, het manuscript terugvroeg en Hans zei dat hij onder de indruk was van het boek en de doorleefde karakters. Toen hij het uit had, wilde hij een ander boek lezen, maar dat ging niet en de volgende ook niet, zo gortdroog waren die ineens. Na al die maanden wist hij nog steeds wie Sophie was, wie Otto en wie Willem.
‘En dat zegt alles.’
Op die woorden heb ik een jaar geteerd.

‘Ik heb nu geen fut meer om hem te ontmoeten, er komt geen woord uit mijn mond, ik ben leeg, ik ben vol, ik ben bekaf van alle ontmoetingen.’
‘Dat doe jij nou altijd.’
Geen idee wat ik altijd doe, dan zou ik het niet doen. Ik wil ook niet van Man horen wat ik altijd doe. Dan ga ik nog liever een huis in.
‘Daar staat nog een deur open. Laten we die dan nog doen en dan wil ik naar huis.’

Gehaast ga ik voorop, de deur door, de gang door. In de muur is een gat, waar ik doorheen kijk. Zie ik Hans Plomp! Of liever, zijn buik.
Hij ziet me en zwaait. Mijn plankenkoorts zakt, met vuur aan de schenen storm ik de kamer in.
‘Daar ben je!’ zeg ik niet, hij zegt het, of hij me al tijden verwacht.
‘In de buik van moeder aarde, een van je mooiste boeken.’
‘In de buik van moeder natuur.’
‘Voor titels moet je niet bij mij zijn.’
‘Dan ben je weg. Uit je bol.’
‘Dat boek heb ik ook van je.’
‘Dat wordt opnieuw uitgegeven. Gerben Hellinga en ik hebben er nu toch maar wat waarschuwingen tussen gezet.’
Na deze snelle afstemming neemt hij de rust, en ik ook. Even op adem komen van de schrik dat ik oog in oog met de meester sta.

‘Yaya en het orakel gaan ze ook weer uitgeven. Ze denken dat de oude religie kinderen een goede impuls kan geven met al die verwarring rond geloof en cultuur.’
‘Dat boek heb ik ook, de wijze Weleda’s, erg leuk…’
In de stilte die valt, schiet me te binnen dat ik zelf nog twee jeugdboeken op de plank heb liggen over de hagedessa’s, de wijze vrouwen die eertijds rond de Zuiderzee woonden. Misschien is de tijd daar nu ook rijp voor…

‘Een tijdje geleden vroegen ze me voor een column in een spiritueel blad. Ik heb toen meteen een paar stukken geschreven vanuit mijn vieze kant. Die wilden ze niet. Dat wist ik vooraf. Maar weet je, als ze mij willen, moeten ze mij helemaal nemen, niet alleen de kant die zij als mijn spirituele kant zien, want dat is niet spiritueel, dat is de halve waarheid, die vieze man is wezenlijk onderdeel daarin.’
Daar ben ik zelf mee bezig. Dat heb ik altijd met hem, dat gaat vanzelf. Hij is mijn geboren leraar.
‘Daarom steigerde ik natuurlijk toen mijn uitgever het idee lanceerde mij te promoten in de Happinez. Doe maar in de Telegraaf, zei ik.’
‘Je boek komt dus uit.’
‘Afgelopen zomer werd ik gevonden door een uitgever en voor de komende winter komt het uit.’
‘Dat is het mooiste, dat een uitgever jou vindt.’

‘We zijn nu bezig met de kaft. Wil jij iets op de achterflap zetten?’
‘Komt in orde.’
‘Weet je nog wel waar het over gaat?’
‘Dat zij zo rond dat boerderijtje scharrelt…’
‘Het is wel genoeg als je schrijft dat je de karakters nog weet.’
Hij kijkt me aan vanonder wenkbrauwen, grijzer dan ik me herinner, de blik nog dieper.
‘Ik schrijf wel wat meer dan dat.’ Hij oogt slagvaardig. ‘Ik schrijf de eindconclusie.’

Hans Plomp - portret van Van der Vegt
Hans Plomp – portret van Van der Vegt

22 thoughts on “Ruigoord (5) – Het slotaccoord van Hans Plomp

    1. Anne Post author

      goed hè Johan!
      de eindconclusie kan natuurlijk nog wel iets in petto houden waar we niet van terug hebben 😉

      Reply
  1. soli

    Bijzonder, Anne!
    Grappig van: ‘Dat doe jij nou altijd.’ Kan ook wel op mij van toepassing zijn :-} En dan toch hernieuwde energie, eenmaal over de drempel. Mooi dat die dan niet laat struikelen.

    Reply
    1. Anne Post author

      YES! En natuurlijk heb jij oog voor het portret! Dit is een van de portretten van Van der Vegt die verbrand zijn, net toen hij ze allemaal had opgeslagen voor een overzichts expositie in de Stopera…. Dat kun je lezen in het verhaal over hem, de vorige; je klikt bovenin op HOME en dan komt de hele reeks…. 😉

      Reply
  2. Annet

    Eerlijk, oprecht, bovenzinnen, onderzinnen.
    middenzinnen, van hoog naar hoog, jonglerend
    met zinnen en je vangt ze altijd weet op!
    Heer en meester van je verhaal!

    Reply
    1. Anne Post author

      Annet, je bent een dichter…
      ik ben blij met het mooie dat je in me kunt zien
      en dat je zo bijzonder weergeeft

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *