Toon Roumen in gesprek met Alexander Pechtold

Toon Roumen is mijn jongste vriendje, ik schat hem rond de 18 en hij mij tegen de 180, maar daar hebben we het niet over. We hebben dezelfde passie, als je die van mij weet, weet je die van hem. Toon had dus dat boek van Pechtold gelezen ( Henk, Ingrid en Alexander) en zette er meteen een paar dikke vraagtekens bij, niet achter Alexanders rug, zo is Toon niet, maar face to face, want zo is hij wel, d.w.z. om te beginnen per mailtje, zo is hij ook, een echte schrijver.
Laat hij nou uitgenodigd worden voor een gesprek! Hoe dat toeging lees je hier, vers van de pers.
Hier is Toon Roumen.

HET GESPREK EN WAT ERAAN VOORAF GING

Terwijl het zweet donkere plekken op mijn overhemd achterlaat,richt ik mijn blik naar boven en kijk tegen de onderkant van een enorme kroonluchter aan. In mezelf mompelend herhaal ik alle punten die ik aan de kaak wil stellen. Op de gang lopen mannen en vrouwen, strak in het pak, haastig over de gangen. Overal wordt op deuren geklopt en zonder antwoord wordt naar binnen gerend. Ik kijk naar de open deur van de fractiekamer van D66. Hij zal hier zo binnen stappen, bedenk ik huiverig.

Een paar maanden geleden kocht ik het boek Henk, Ingrid en Alexander van Alexander Pechtold. Een boek waarin hij in gesprek gaat met mensen die de vorige Tweede Kamerverkiezingen op de PVV hebben gestemd, de jacht op het populisme opent en zijn eigen idealen openbaar maakt. Ik bemerkte dat ik twee punten van kritiek had. Ten eerste had ik het idee dat Pechtold niet met Henk en Ingrid, sociaal gezien de standaard PVV-kiezers, had gesproken, maar met anderen, die éénmalig uit protest op Geert hadden gestemd. Daarnaast zat het me dwars dat Pechtold in zijn boek buitensporig veel discussieerde over Europa. Begrijpelijk, gezien zijn D66-schap, maar onbegrijpelijk omdat hij in gesprek gaat met de ‘standaard PVV-kiezer’ en die maakt zich volgens mij veel meer druk om de overlast in de buurt dan om de plaats van Nederland in Europa. Ik trok de stoute schoenen aan en stuurde een mailtje naar de schrijver van het boek. Een paar weken later kreeg ik een bericht terug; zijn secretaresse nodigde me namens Alexander Pechtold uit om binnenkort in gesprek te gaan over mijn kritiekpunten.

Aan de muur hangt een enorm schilderij en naast de televisie staan twee kartonnen poppen van D66-coryfeën en eentje van Obama (ook democraat, zullen we maar zeggen). Ik ben net bezig mijn overhemd glad te strijken als hij binnenkomt. Verdwaasd sta ik op, schud zijn hand en noem mijn naam. Kleiner dan op tv, denk ik. Hij neemt me mee naar zijn kamer en ik ben verbaasd over de truttige inrichting ervan als ik binnenloop. Het bestaat vooral uit hout, donker hout. In de hoek staat een bank, zo eentje die bij de kringloopwinkel drie jaar staat weg te stoffen omdat werkelijk niemand hem wil, waarop ik plaats mag nemen. Pechtold gaat op een soort van stoel zitten.

Toon Roumen en Alexander Pechtold in gesprek
Toon Roumen en Alexander Pechtold in gesprek

‘Zeg het eens,’ zegt hij en ik voel al mijn bloed naar mijn hoofd stromen.
‘Ik had uw boek gelezen,’ mompel ik.
‘Wat zeg je?’ vraagt hij, terwijl hij me allervriendelijkst aankijkt. Ik verbaas me nogmaals over het foeilelijke interieur.
‘Ik had uw boek gelezen,’ zeg ik nogmaals. ‘En ik had zeg maar twee puntjes gevonden waar ik het eigenlijk niet helemaal mee eens was zeg maar.’ In het kamertje gaat de telefoon. Pechtold staat niet op.
‘Vertel….’ Hij kijkt me aan. Ik zie dat hij mijn mailtje uitgeprint heeft, hij houdt het A4’tje in zijn rechterhand die nonchalant langs de leuning van de stoel hangt. Ik vraag me af waarom hij me zo laat spartelen als hij het bericht toch al gelezen heeft. Maar goed, Pechtold zal het wel weten en dus vertel ik hem wat me dwars zit. Ik begin met het eerste punt, en steeds zekerder van mijn eigen gelijk zeg ik dat ik niet denk dat hij met de echte Henk en Ingrid heeft gesproken en dat hij daarmee een verkeerd beeld neerzet. Zonder me echt uit te laten praten zegt hij dat het helemaal nooit de bedoeling is geweest een beeld neer te zetten van Henk en Ingid, maar om gewoon met mensen in gesprek te gaan die de vorige verkiezingen op de PVV hebben gestemd.
‘Dan had u het boek een andere titel moeten geven,’ zeg ik. ‘Dat vind ik misleidend.’
Hij schudt van neeneenee en gaat in de aanval. Of ik nu gelijk heb of niet, ik zal het niet krijgen, bedenk ik, dus ik besluit zo snel mogelijk over te gaan naar het tweede onderwerp, Europa.
‘Okeeokeeokee,’ zeg ik. ‘Is goed. Ik voelde me er ook niet helemaal lekker bij dat u in uw boek zoveel spreekt over Europa. Begrijpelijk, maar ik denk toch dat de gemiddelde PVV’er, of u daar nu mee gesproken heeft of niet, zich eerder druk maakt over de Islamisering en de overlast in de buurt dan de rol van Europa in Nederland.’
Hij zegt niks, maar kijkt me glimlachend aan.
Ik glimlach terug.
‘Toon,’ zegt hij en ik ben verrast dat hij mijn voornaam kent. Ik moet me inhouden niet ‘Alexander’ te zeggen.
‘Is dat zo?’ gaat hij verder. Denk je werkelijk dat de PVV-kiezer zich zo druk maakt om de overlast van “marokkaantjes” in de buurt?’
‘Ja,’ zeg ik want dat denk ik werkelijk.
‘Hoe verklaar je dan dat Wilders zo populair is in Limburg en in het noorden van het land, waar niet eens echt sprake is van Islamisering? Hoe kan het dan dat hij daar de meeste stemmen haalt?’
Ik val stil, want daar had ik nog geen seconde aan gedacht. Weer heeft Pechtold me.
‘Ja….’ zeg ik.
‘Ja.’ zegt hij.
Ik kijk op de klok in zijn kamer. Een dikke vijf minuten zijn we nu in gesprek en hij heeft me volledig onder de tafel geluld. Al mijn argumenten met de grond gelijk gemaakt. Ik heb niets meer te zeggen.
‘Ik begrijp je kritiek heel goed hoor,’ zegt hij. Het lijkt of hij zijn politicusmasker even laat zakken (m.a.w. hij heeft zich gerealiseerd dat ik noch Wilders, noch een aanhanger ben en iedereen die in die categorie valt hoeft niet meteen helemaal kapotgestampt te worden). ‘Maar het is niet terecht. Wilders is een vervelend mannetje. Hij zet mensen weg.’
Ik beaam deze woorden. De dikke dertig minuten daarna gaat hij verder over Wilders en zijn ‘vreselijke populisme’. Wilders krijgt het zwaar te verduren. Volgens Pechtold heeft de man geen idealen, is hij de enige in de kamer die nog nooit iets anders dan belastingcenten heeft verdiend en is hij nog nooit bereid geweest langer dan zes minuten het debat met Pechtold aan te gaan. Ik knik en breng hier en daar een nuance aan, want volgens mij moeten we Wilders niet ook gaan wegzetten. Pechtold gaat soms wat kort door de bocht en dat vertel ik hem.

Na een gesprek van dik veertig minuten moeten we er een eind aan breien, want Alexander heeft nog meer op het programma helaas. Ik zeg hem dat ik hard bezig ben een schrijverscarriere op te bouwen en dat ik hem graag een boekje zou willen aanbieden dat ik geschreven en stomtoevallig ook bij me heb.

Pechtold met 'Blauw als Gras' van Toon Roumen
Pechtold met ‘Blauw als Gras’ van Toon Roumen

‘Graag,’ zegt hij. ‘Ik ga het zeker lezen. Heb je het gesigneerd?’
Ik zeg dat ik dat niet gedaan heb en dat ik dat ook een beetje raar vind, maar hij haalt me over en ik tril iets van ‘Beste meneer Pechtold, ontzettend bedankt voor de uitnodiging en het boeiende gesprek en veel leesplezier’ met daaronder mijn handtekening in het boekje. Hij vraagt of hij Henk, Ingrid en Alexander ook moet signeren en als ik zeg dat ik die niet bij me heb, loopt hij naar een van die lelijke kasten en trekt daar een ander exemplaar uit, die hij voor mij signeert.
‘Politici hebben een slecht handschrift,’ zegt hij. Als ik kijk wat hij geschreven heeft moet ik dat bevestigen. Met veel moeite lees ik ‘Voor Toon. Dank voor je komst en succes met je schrijversschap’ en dan zijn naam, maar daar waar ‘Alexander Pechtold’ had moeten staan, staat naar mijn mening toch echt iets van ‘bliepiep’. Maar daar kan ik naast zitten.

Na het gesprek wordt door een medewerker van de D66-fractie nog een rondleiding door de Tweede Kamer aangeboden, uiteraard een niet af te slaan aanbod. We zien een bibliotheek waarin alles wat vanaf 1813 in de kamer gezegd is, in boeken bijeen staat, talloze zalen, schilderijen en standbeelden en we wonen in de ‘plenaire zaal’ nog een debat bij over weet-ik-het wat. Buitengewoon voldaan loop ik twee uur na binnenkomst het Tweede Kamergebouw uit. Met een extra exemplaar van het door mij bekritiseerde boek en veel extra kennis en wijsheid tussen mijn oren trein ik terug naar het zuiden, waar de boekenkast wacht op het boek en de laptop op de kennis en wijsheid.

http://www.toonroumen.nl

11 thoughts on “Toon Roumen in gesprek met Alexander Pechtold

  1. dimph

    Gaaf verslag Toon, zo werkt de politiek dus. Iemand de wind uit de zeilen nemen op ‘n geraffineerde manier om vervolgens voor eigen parochie te preken.
    Je zou er bijna misselijk van worden.

    Reply
  2. Flip Roodnat

    Zit ik net een heel lang verhaal te schrijven
    valt mijn chateau petrus er overheen
    het was er een uit mijn geboortejaar
    zuur maar nog goed te zuipen

    Reply
  3. Marcia Ubachs

    Wat een veelbelovend jongmens. Gisteravond hield hij, in Grevenbicht het dorp waar ik woon, tijdens de dodenherdenking een voordracht “Verdraagzaamheid” genaamd.
    Ik werd er door getroffen. Eerst dacht ik dat hij het van internet had gehaald, maar ik ging twijfelen vanwege het zelfvertrouwen en de directheid waarmee hij het voordroeg. Je voelde dat het uit hemzelf kwam. Toch wilde ik zekerheid en ben na afloop even naar hem toegelopen. Inderdaad hij had het zelf geschreven. Volgens mij zullen we nog veel van hem vernemen, dat hoop ik in ieder geval, daarom heb ik zijn naam zojuist gegoogeld en kwam onder andere op deze site uit.
    Ik wens hem heel veel succes!!

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *