Terra Incognita – Jaant Loos en de kabouters (5)

Ik woonde op Villandry aan de Bosweg met juffie Loos, die me alles leerde wat ik niet wist en dat was alles. Mijn eigen moeder vond dat er in de kindertijd gespeeld moest worden, dus toen ik op mijn 19e op kamers ging wonen in Wageningen, kon ik geen bed opmaken en geen soep koken. In Arnhem deed ik ook maar wat.
Dat veranderde met Jaant.

In het majestueuze gebouw waren de kleuterklassen gevestigd op de begane grond, op de eerste verdieping kwamen wij. We kregen elk een lokaal om in te wonen en eentje voor onze klas. In de waslokalen daartussen brouwden we ons eten op een butagasstel tussen 20 wastafels. Jaant ontdekte binnen een week dat ik aanleg had voor het maken van toetjes, droge gierst en gierstsoufflé en sla, de rest maakte zij. Binnen twee dagen had ze door dat ik geen benul van vuilniszakken had.
‘KIJK! Die zakken zijn vol en moeten naar buiten en dan moeten er nieuwe zakken in de emmers.’
Toen ik het afval in de vingers had, kwam de omgang met kabouters.
Het begon heel gewoon. Ik was mijn sleutels kwijt, had overal gezocht als een kip zonder kop en kon ze nergens vinden.
‘GA eens even zitten!’
Dat zou ze nog vaak zeggen en altijd kwam er dan iets wonderlijks dat werelden opende waar ik in wegzweefde, maar daar kreeg ik geen tijd voor, want elk verhaal leidde naar dingen waar ik mee aan de slag moest: tafeltjes en stoelen, lampen, schoolborden, vuilniszakken, boodschappen en vanaf week twee mijn klas.

Ik zat. Op de vensterbank.
‘Je ziet je sleutels niet liggen omdat er een kabouter op zit.’
Ik viel zowat achterover door het raam.
‘Als je ze verwaarloost, gaan ze op je spullen zitten en dan zie je  je spullen niet en de kabouter niet.’
‘Bestaan ze dan echt?’
‘JA!’
Als Jaant zeker van haar zaakjes was, zakte haar stem je buik in.
‘Het is de kunst die kabouter van je sleutels weg te lokken en dat kan op één manier.’
Wat de dames van de leesclub niet gelukt was, stond op het punt te gebeuren!
‘Je moet ondeugende kabouters nieuwsgierig maken met een verhaaltje over een kind onder de drie jaar, want dat zegt nog geen ‘ik en kabouters zien alleen mensen met ‘ik-bewustzijn’. Ze zien geen baby’s en geen peuters, ze zien ineens een groot kind en weten niet waar dat vandaan komt.’

Ik wist niets van kinderen onder de drie jaar. Ja, van mijn broertje.
Ik begon te vertellen over zijn geboorte. Dat ik weg moest, terwijl ik nou juist wou zien waar het nieuwe kindje vandaan kwam. Ik gloeide van het uiten van mijn kinderverdriet.
‘MOOI! Dat was spannend en heel waar! Je hebt de kabouter in je ban, hij is van je sleutels opgestaan, maar je moet net doen of je dat niet door hebt en niet meteen gaan zoeken, dan gaat hij er weer op zitten, want het is wel een pestkop. Je vindt ze op het goede moment.’
Toen ik een kwartiertje later brood ging halen, zag ik mijn sleutels liggen naast de boodschappentas.

Al gauw was ik als was in Jaants handen, haar didactische en pedagogische inzichten prentten zich als beeldverhalen in mijn bewustzijn. Wat mijn vader niet lukte als ik met hem in het veld vogels spotte en geen boomklever van een boomkruiper kon onderscheiden, ging als vanzelf met haar.
Dan gingen we naar een voorstelling en namen achterin plaats.
‘Als ik in slaap val, moet je me een zetje geven,’ zei ze.
Dat gaf me toch zo’n vertrouwelijk gevoel. Ik dacht ook dat ze daarom achterin wilde zitten, dat was niet zo. Haar handelingen hadden mysterieuze gronden die mijn leven spannender maakten dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.
‘Kijk goed naar alle achterhoofden voor ons.’
Ik bestudeerde de kapsels, lang, kort, los, gevlochten, stijl, dik, dun, zwart, blond.
Eenmaal thuis vertelde ze dat in het achterhoofd van een mens veel geheimen schuil gaan en dat het goed is niet alleen naar het gezicht te kijken, de voorkant, maar juist ook naar het achterhoofd. Ze vroeg wie er een klein achterhoofd had en wie een groot. Ik had geen idee.
Een volgende keer moest ik bij het weggaan van het publiek waarnemen hoe voeten werden neergezet. Ik ontdekte dat voeten huppelen of stampen of slepen of…
Zo leerde ze mij anders waarnemen en rekte mijn bewustzijn op, al die jaren dat we samenwoonden en les gaven op Villandry, zo gaf ze me bagage mee voor een heel leven.

wordt vervolgd…

10 thoughts on “Terra Incognita – Jaant Loos en de kabouters (5)

  1. Jannie Harmsen

    Lijkt me een lief en sympathiek mens, die Jaant. Ik zie het helemaal voor me, je beschrijft het heel beeldend. Leuk idee om achterhoofden te ‘lezen’ 🙂 Ik denk wel dat ze gelijk heeft, ook wat de manier van lopen betreft. Van een mens valt best wat af te lezen wanneer je er voor openstelt.

    Reply
  2. sunset (ingo)

    Wat een geluk wanneer je zo iemand op je levensweg mag tegen komen. Ik heb dat nooit mogen ervaren. Maar daarvoor had ik mijn – nog steeds – totem: Een eenhoorn. En geloof ik nog altijd in elfjes (waarvan ik hier een hele verzameling heb staan).
    Liefs en warme knuf,
    sunset (ingo)

    Reply
    1. Anne Post author

      De eenhoorn…. dat is ook de totem van de plaats waar ik woon, Hoorn.
      Welkom Ingo!
      En heel mooi dat je een band voelt met de onzichtbare krachten, en dat je dat niet onder stoelen of banken steekt.
      Warme groet

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *