Op weg naar Iris, mijn derde roman – ontmoeting (6)

In slakkengang rijden we door de straat waar Kees geboren is langs huizen met schuren erachter. En dan staan we stil. We staan voor het huis uit mijn droom, het huis van Iris. Wakker als ik ben, droom ik. Daar staat het huis met het rode pannendak en de erker, de voortuin en de zijtuin met de schuur waar de wellness zit en waar Iris woont. Ik zweef de auto uit en glijdt op roze wolken langs de tuin. Dwars door kale struiken en bemoste stenen zie ik de kleurige installaties van Iris, haar gele fiets en een graspad naar haar achterhuisje.

‘Zoekt u iemand?’
Een oudere dame met een wollen omslagdoek staat achter het tuinhek.
‘Ik kijk naar het huis en de schuur. Het is precies mijn droom.’
‘Ik verkoop mijn huis niet! Ik ga niet in het bejaardenhuis! Ik red me prima en ik kook nog zelf, elke dag.’
‘Ik wil het niet kopen hoor, ik kijk hoe het eruit ziet, want in mijn verbeelding kreeg ik de schuur niet naast het huis.’
‘Die schuur staat altijd al naast het huis, maar het is geen schuur meer, ik woon er. Ik begrijp niet goed wat u wilt met mijn huis.’
‘Ik doe onderzoek voor mijn nieuwe roman en daarvoor zoek ik een schuur naast een huis, want er zit een wellness in en dat moet vanaf straat te zien zijn.’
‘Ik ga mijn huis niet verhuren aan een wellness.’
‘Dat hoeft ook niet, dat is in mijn boek. Daarin runt een vrouw een wellness in de schuur en haar dochter woont achterin en dat zou hier heel goed kunnen.’
‘Maar ik heb helemaal geen dochter. Dan moet u bij de buren zijn, die hebben een dochter en die zouden het leuk vinden als die in een boek komt, want het is een bijdehand meisje. Ze is pas vier, maar ze weet al precies hoe de televisie gaat.’
‘Dat is zeker een slim meisje, maar de hoofdpersoon heb ik al helemaal in mijn gedachten. Ik kreeg alleen de schuur niet goed.’
‘Mijn wijlen man heeft er heel veel aan gedaan en hij zei altijd al dat het een beste schuur was. U mag wel even binnen komen, dan ziet u dat ik niet in een schuur woon, maar in een huis met een eigen keuken en wc en badkamer. Ik ben alleen nog niet klaar met stofzuigen en nu staat de stofzuiger midden in de kamer.’
‘Ik hoef niet naar binnen, want als ik teveel zie, staat dat mijn fantasie in de weg. De buitenkant is genoeg.’
‘Dus mijn huis komt in een boek. Dat ik dat nog mag meemaken. Dat u van alle huizen in Obdam mijn huis gekozen heeft.’
‘Uw huis is precies als in mijn droom. Als het boek af is, kom ik het brengen en dan schrijf ik er speciaal voor u iets in.’
‘En wanneer kom je dan? Want ik ga komende woensdag naar de kaartclub.’
‘Ik zit pas in de fase van het onderzoek. Ik moet het nog schrijven, dus dat kan wel volgend jaar worden.’
‘Volgend jaar? Maar dan ben ik er misschien niet meer. Als je zo oud bent als ik, leef je bij de dag. Maar toch leuk.’

5 thoughts on “Op weg naar Iris, mijn derde roman – ontmoeting (6)

  1. Attila

    Ik kreeg even het gevoel dat het buurmeisje Iris zou kunnen heten, maar het is mooi genoeg dat het huis bestaat

    Reply
  2. Jannie Harmsen

    Het gesprek met de oude dame, ik zag het voor me. Zij in haar eigen wereld en jij in die van jou. Een poging tot uitleg kwam niet helemaal over, maar je boezemde haar wel vertrouwen in anders had ze je niet gevraagd om binnen te komen. Het zou leuk zijn als ze het nog mee mag maken om jouw boek in ontvangst te nemen 🙂

    Reply
  3. Mies Huibers

    Heerlijk zo’n ontmoeting. Maak maar lekker wat vaart met je boek. Ik gun het die mevrouw van harte. En wij lezers zijn er natuurlijk ook mee gebaad dat we niet al te lang hoeven te wachten.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *