Surrealisme

NHD, januari 2009

,,Ceci  n’est pas une pipe.’’ Dit is geen pijp. Beroemde woorden van de schilder Margritte, sierlijk geschreven onder een pijp, zo’n ouderwetse met een kromme steel.
De eerste keer dat ik dit kunstwerk zag, kreeg ik kippenvel. Ik was vijftien. Ik zag de pijp, las de tekst en voelde me duizend pond lichter. In een simpel beeld liet Margritte zien, waarmee ik worstelde. Dit had te maken met de wisselvallige waardering voor mijn schoolprestaties. Mijn opstellen, tekeningen en wiskunde kregen negens of vieren. Voor het opstel over onze hond bijvoorbeeld kreeg ik een vier. Ik moest hem voorlezen voor de klas. Ook dat nog. Tijdens het voorlezen ontdekte mijn lerares Nederlands, juffrouw Wentinck, dat het geschreven was vanuit de hond.
Van verbazing ging ze over op de Franse taal. ,,Dit is ‘hors catégorie’, buitengewoon.’’
Ze veranderde mijn vier in een negen, minstens zo buitengewoon. Hierdoor aangemoedigd ging ik in mijn volgende opstel een stap verder. Ik beschreef een droom waarin ik verdronk en besefte dat ik droomde. Ik kwam op de bodem van een rivier in een groene oase.
Dit opstel mocht ik niet voorlezen, de vier bleef een vier. Ik was in de war. Had ik slecht geschreven of was mijn droom slecht? Ik worstelde met de vraag wat ik wel en niet kon schrijven. Nog verwarrender werd het toen ik ontdekte hoe Margritte aan zijn surrealistische schilderdrang kwam.
Zijn moeder was verdronken in een rivier. Mijn droom! De droom die me een onvoldoende had opgeleverd.

Wat is werkelijk?
Connie Palmen ontkent steevast dat IM, haar boek over Ischa Meijer, een autobiografie is. Het is een roman.
De geschilderde pijp van Margritte is geen pijp, je kunt hem niet roken.
De werkelijkheid is niet zo eenvoudig. Dat ervaar ik dagelijks in omgang met mijn moeder, die de Ziekte van Parkinson heeft.
Ze wijst naar een kale boom. ,,Zie je die kinderen in de boom hangen?’’
Ik zie de boom, takken zwiepend in de wind. Ik zie geen kinderen. Onverwacht sta ik in de positie van juffrouw Wentinck van lang geleden. Zij zag niet wat ik zag. Ik voel dezelfde verwarring van toen, nu vanuit de omgekeerde positie. Ik zie niet wat mijn moeder ziet. Wat is werkelijk? Om haar niet in verwarring te brengen, omzeil ik het antwoord.
,,Storen die kinderen je?”
Ze aarzelt. ,,Mij niet, jou wel?’’
Wat te zeggen zonder de waarheid geweld aan te doen? ,,Ze storen me niet.’’
Ze glimlacht. ,,Dus jij ziet ze ook?’’
Omzeilen kan niet meer. ,,Ik zie ze niet, maar dat wil niet zeggen dat ze er niet zijn. Misschien zie jij de onzichtbare werkelijkheid.’’
Haar gezicht betrekt. ,, Ik vind het raar dat ik dingen zie die jij niet ziet. Volgens mijn neuroloog zijn het hallucinaties.’’
Ik haal er een collega kunstenaar bij, Margritte.
,,Hij zag ook meer dan de gewone werkelijkheid, zoals dat schilderij van wolken met een vogel erdoor.’’

Mijn moeder kijkt naar haar eigen recente schilderwerk en doet een surrealistische onthulling.
,,Vroeger schilderde ik wat iedereen ziet, nu schilder ik wat er pal boven zit.’’

schilderij Ali Kolman

 

2 thoughts on “Surrealisme

  1. Nelleke

    Anne,ik vind het altijd weer byzonder hoe jij je verhaal verwoord en heerlijk om in jou wereld te mogen kijken met al jou belevingen .Het is ook heerlijk om van jou kunstwerken te genieten ,geweldig wat je de laatste jaren aan kunstopjecten gemaakt hebt,Top top top,Nelleke

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *