Kapper

Ik wil een ander kapsel. Ter oriëntering kijk ik rond. Op Google. Op Afbeeldingen. Op straat. Sinds maanden. In die tijd is mijn kapsel vanzelf veranderd. In iets armoedigs, iets anders kan ik er niet van maken. Niet met lak, gel, mousse, glans, klei, kleur. Mettertijd is elk passerend kapsel  beter dan het mijne. Toch zie ik niet en nergens wat ik bedoel.

Loop ik door Hoorn, ergens achter het Grote Noord of Kleine Noord, zo’n achteraf straatje waar altijd de leukste winkeltjes zitten, gerund  door de leukste vrouwen. Mannen zitten liever op de hoofdstraat. Loop ik daar, zie ik Het, zie ik Haar! Een vrouw met mijn haar. Al zit er nog zoveel klei en lak en gel en mousse in, ik zie mijn haar er dwars doorheen. Dit haar heeft model, heeft coupe, heeft vorm, heeft lef, heeft durf. Het is pikzwart, gemillimeterd opzij, en bovenop een pluk recht naar voren, Tante Sidonia, maar dan hip, hiphop, punk, apart en bijzonder. De hele vrouw is apart en bijzonder. Zwart, rood, strak, hakken, leer, riem, zwarte ogen, rode mond. Mijn leeftijd. Ik storm erop af voor ze uit het verschiet is.

,,Wie heeft jou geknipt?’’
Ze kijkt omlaag, waar ik ongehakt naar haar opkijk. Haar handen gaan haar eigen haar in, haar ogen het mijne.
,,Don.’’
,,Don?’’
,,Don, de eigenaresse, zo’n pittig donker ding. Wil je ’t ook zo?’’
,,Nee!’’ Dat klinkt naar afweer, terwijl ik in haar zie wat ik zoek. ,,Jouw haar is helemaal jij, en dat wil ik ook, maar dan helemaal mij.’’
De onbekende vrouw, die al niet meer zo onbekend is, slaat me op de schouders van begrip.
,,Dan moet je daar echt heen. Ze kijkt naar je haar, ze kijkt naar je hoofd, ze vraagt wat je wilt en weet wat je staat. Wassen, knippen, kleuren, 70 Euro, geen geld voor wat je krijgt, je eigen persoonlijkheid.’’
Ik ken mensen die daarvoor naar India, Zuid Afrika en Vuurland zijn geweest. Waar het niet was. Het is altijd dichterbij dan je denkt. Om de hoek. Een straat verder.
,,Je kan altijd langs, want ze knipt zonder afspraak.’’

Ik erheen, 4 uur ‘s middags. Vanbuiten ziet het er strak uit, glas en grijs. Binnen staan drie kappersstoelen, erop de geknipte, erachter de knippende, wassende, drogende.  Alle zes de dames hebben een totaal ander kapsel, totaal andere persoonlijkheid. Het mijne zit er niet bij, ik sta nog buiten. Eenmaal binnen komt een vierde kapster uit een lege hoek.
,,Kan ik u helpen?’’
,,Ik wil een kapsel dat past bij mijn persoonlijkheid.’’
,,Dat lukt vanmiddag niet meer, dat kost minstens twee uur, kleuren, wassen, knippen en modelleren. Kunt u morgenvroeg?’’
,,Hoe laat?’’
,,Wij werken niet op afspraak.’’
,,Tien uur?’’
,,Dat spreken we niet af, maar het is wel een goede tijd. De mannen staan om 8 uur al op de stoep en willen in tien minuten klaar en vanaf 11 uur komen de dames, als ze de boodschappen in huis hebben. Als u zonder afspraak komt, moet u uw haar niet vooraf wassen. Afgesproken?’’

Kwart over tien ben ik de volgende ochtend bij de kapper zonder afspraak. Drie mensen worden geknipt, gewassen of gemodelleerd. Een man en een vrouw bladeren tijdschriften aan een tafel. Waar zie je dat nog. Mensen die tijdschriften bladeren aan een tafel.  Ik volg het goede voorbeeld.
Sneller dan verwacht komt een pittig donker ding naar me toe.
,,Komt u maar mee.’’
,,Bent u de eigenaresse?’’
,,Inderdaad.’’
Met een gerust hart volg ik haar naar de stoel, laat me een grijze cape omdoen en een loden halsbedekker, nooit eerder zoiets op de schouders gehad. Tegen wateroverlast of haaruitval.

,,Hoe bent u hier gekomen?’’
Ik laat  de routeplanner erbuiten en mijn fiets ook. Ik vertel van de vrouw met Het Kapsel. Bij de slogan houden alle scharen stil, ‘ze kijkt naar je haar, ze kijkt naar je hoofd, ze vraagt wat je wilt en weet wat je staat’.
Onbedoeld leg ik de lat hoog. De eigenaresse die Wilma blijkt te heten, Wilma dus, zit met haar handen in mijn haar. Ze kneedt, duwt, trekt, bolt, strijkt zeker tien minuten en wat ze ook doet, mijn haar zit goed, terwijl ze nog moet beginnen. Wat doet ze eigenlijk? Haren fluisteren?
,,Je haar is gewillig.’’
Ik weet niet wat ik hoor. Vanaf de eerste kapper, in West kapelle, jaren ’50, vorige eeuw, hoor ik dat mijn haar dun is, fijn, stijl. Geen van de kappers woelde tien minuten door mijn ongewassen haar. Als Wilma mijn gewillige haar door en door gekneed heeft, door en door kent, en gefluisterd heeft, vraagt ze wat ik wil. Mijn persoonlijkheid lijkt me veel gevraagd.
,,Ik wil haar op mijn hoofd voelen, dus niet mijn schedel, mijn oren niet door mijn haar heen, geen matje en ook geen echte scheiding, of je uit 2 helften bestaat.’’
In de spiegel zie ik mijn bleke hoofd schraal en kaal afsteken bij haar verfijnde donkere gelaatstrekken en vooral dat volle haar! Ze knikt bij elke wens.
,,Dat is ook niks, matjes en pieken en uitstekende oren, wie vindt dat nou mooi. Daarbij staat dat u niet, daar bent u het type niet voor. U hebt een goede kapper gehad, dat zie ik, al bent u een hele tijd niet geweest, zeker drie, vier maanden.’’
Ik verwacht een reprimande.
,,Heel goed, nu hebt u haar waarin ik kan knippen, en dan blijft er toch genoeg over voor uw type. Uw haar is goed geknipt, maar te kort bovenop. U hebt al een lang hoofd en als het dan zo kort is, staan de stekeltjes omhoog en wordt uw hoofd nog langer.’’
Uit haar mond klinkt dit niet als belediging, maar als constatering, en daar houd ik van.
,,Ik was ook tevreden met die andere kapster, maar ik wilde wat anders en dat werd het nooit.’’
,,Dat klopt. Elke kapper heeft een eigen visie en eigen hand en als je eenmaal vindt dat iets goed staat bij je klant, blijf je daarbij, helemaal als je de vrije hand krijgt zoals bij u. Het is normaal dat klanten een andere kapper zoeken als ze een ander kapsel willen.’’
Deze kapster heeft in elk geval visie, en die steekt ze niet onder stoelen of banken. Verfrissend.
,,Volgens mij moet u opzij meer volume. Dan moet je anders knippen. U heeft genoeg haar en het is gewillig, dat gaat lukken.’’
Al zou het niet zo zijn, voor de duur van mijn kappersbezoek ben ik gelukkig met mijn haar. Ik geef me over.

Wilma pakt een kleurkaart met alle kleuren haar. Ze begeleidt me naar de juiste tint, iets donkerder dan mijn eigen kleur.
,,Dan ziet het er voller uit, als je lichter neemt, kijk je erin en ziet het er gauw dunnetjes uit.’’
Ik geef me nog dieper over. Al kan ik niet tegen haarverf. Al ben ik tegen chemicaliën. Mijn hoofd gaat ervan jeuken en branden en steken en irriteren. Er gebeurt niets. Doet ze wel wat?
,,Ik voel niets?’’
,,Wij gebruiken Italiaanse kleuring, die is heel zacht voor uw haar en onze handen. Anders krijgen wij eczeem en last met de milieudienst. De meeste verven hebben er blauw in, dat maakt het gezicht hard en koud, de Italianen doen er altijd rood door, dat maakt zacht en warm.’’
Haar visie voert me een wereld binnen waarin mijn haar toekomst heeft. Haar handen zetten mijn haar in de verf, zetten er een kap met warme vleugels boven en geven me koffie en tijdschriften om bij weg te dromen.

Er gaat een wekker. Klaarwakker ben ik. De kleur zit erin. Wilma wast mijn haar, masseert mijn hoofd. Ik doezel alweer weg.
,,Nu even rechtop.’’
Ik schiet beschaamd omhoog.
,,Of mensen vinden het vreselijk dat je aan hun hoofd zit, of ze vallen in slaap. Dat is een compliment voor ons.’’
Nu komt de schaar, geen gewone, maar iets met fijne tandjes. Met vaardige hand knipt en schaaft Wilma plukjes, puntjes en piekjes weg. Onderwijl vertellend dat ze 100% Nederlands is, ondanks haar donkere voorkomen en haar achternaam, niet ai, maar Ay. Ze weet er bij mij ook de nodige wetenswaardigheden uit te trekken, tot we aankomen bij mijn moeder. Je moeder in huis? Gaat dat? Hoe gaat dat? Een verhaal zonder einde.
Ze pakt de föhn en zet hem aan. Onder de woelende handen en hete lucht verandert mijn spiegelbeeld in een donkere vrouw met verhitte wangen.
Is dit nu mijn persoonlijkheid?

 

 

 

 

 

 

 

8 thoughts on “Kapper

  1. Kees Versluis

    Dit is het eerste wat ik lees van jou en het pakt me meteen. Spannend geschreven, al begrijp ik het einde niet goed. Je was toch altijd een donkere vrouw? Als tienjarige in ieder geval wel. Mannen kunnen niet zo over een kapper schrijven denk ik. Ikzelf had me als langharig werkschuw tuig al voorgenomen, dat ik, mocht ik zo’n kop als Pim Jacobs krijgen, niet krampachtig mijn bakkebaarden en restjes haar over mijn hoofd zou verdelen. Kaal is kaal, gewoon aanvaarden. Al vind ik soms mannen wel eens een irritant grote bos haar hebben, zoals Opstelten. Jaloezie misschien?

    Reply
    1. Anne Post author

      En wat kun jij spannend antwoorden!
      Maar Kees, we zijn wel een halve eeuw verder! Hoe dan ook (…), mijn haar ziet er nu inderdaad plusminus uit als toen! En jij hebt ook nog haar, ik zie tenminste wel een lokje!

      Reply
  2. Wilma Ay

    Hoi Anne, wat kun jij ontzettend leuk schrijven! Erg leuk om te lezen hoe je een kappers bezoek beleeft. Ik hoop dat je echtgenoot het ook een leuke ervaring vond en tevreden is met zijn kapsel. En jij ook uiteraard, het uitzicht wil tenslotte ook wat..

    Groet Wilma

    Reply
    1. Anne Post author

      Wat enig dat je reageert, en zo leuk! Je hebt Kees voortreffelijk geknipt en ik kom graag binnenkort weer zonder afspraak naar je toe!

      Reply
  3. Tinne

    En die vrouw met jouw haar was ik ,, kreeg van Sapho jou visite kaartje ,, ben meteen gaan struinen waar het verhaal stond .
    Lees verder dat je ook voor je mams zorgt , een warme jas ben jij voor haar .
    Liefde , puur en openheid is het belangrijkste in het leven , ik zeg “de essentie ” van het leven .
    Prachtig recht uit je hart geschreven en beleefd , daar hou ik van ,, een open boek .

    liefs,
    Tinne

    Reply
    1. Anne Post author

      Wat enig Tinne! Iedereen kent je, Wilma wist meteen wie die vrouw was en Sapho ook natuurlijk. Nu weet ik waar ik je vinden kan, in het leukste winkeltje van Hoorn, waar je de apartste kleren vindt voor de zachtste prijsjes, helemaal passend bij wie je bent. Ik word helemaal enthousiast van jouw warmte en openheid!

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *