Avondlicht

Morgenlicht is mooi, dat prille licht, in zachte kleuren kruipend over de horizon, in roze, rood en goud, hoe het plotseling schiet over het water, blijft hangen in nevels boven het weiland,  koeienkoppen er bovenuit zwevend. Avondlicht, ik schrok ervan, de eerste keer dat ik langs het fantasieloze gebouw van een bejaardenoord in Hoorn reed. Avondlicht, de verwijzing naar de levensavond was wel erg duidelijk.
En dan breekt de dag aan dat mijn moeder naar de muziekclub van Avondlicht gaat. Zal het een leuk clubje zijn?

Met een glimlach komt ze terug. ,,Allemaal ouwe mensjes.’’
Niet eerder zag ze er zoveel samen in een kring. ,,We hebben gezongen.’’
De week erop. ,,We hebben geluisterd met allemaal ouwe mensjes.’’
De week erop is er gedanst. ,,Met allemaal ouwe mensjes.’’
Die ouwe mensjes maken indruk. ,,Ze zijn zooo…’’
De essentie houdt zich schuil in een tevreden zucht. In de nacht transformeren de ouwe mensjes in haar hart, als rupsen in een cocon. Bij het wakker worden is het gebeurd met de ouwe mensjes.
,,Ik ga de meisjes voor een feestje vragen.’’
Ze kijkt er ongeduldig naar uit. ,,Waar blijven de meisjes nou?’’
Het is wachten op de ochtend van de muziek. Een kleurrijke stoet van zeker twaalf vrolijke noten rolt ons erf op met rollators en rolstoelen.
,,Ah, daar zijn de meisjes!’’
Alles wat rolt wordt geparkeerd in het vierkant. Assistentes halen overal stoelen vandaan, tot we met zo’n twintig vrouwen in een gezellige kring in haar atelier zitten. Alle dames op hun paasbest, kleurige vesten, vrolijke kettingen, gemanicuurde nagels, gekapte haren. De koffie gaat rond en de appeltaart.
,,Wil iemand iets zeggen?’’
Er blijkt een dichteres in het gezelschap te zijn. Ze draagt spontaan voor uit eigen werk, een humoristisch gedicht over een vrouw met een gat in de hand, wat beter is dan geld vasthouden voor de man met de zeis. De stemming komt er in. Er wordt uit volle borst gezongen ‘Bij ons in de Jordaan’!
Verhalen komen los. ,,Mijn man (Neef?Zoon?) was een beroemd fotograaf, Ed van der Elsken.’’
Een elegante dame stamt uit adellijk geslacht. Een krasse dame komt uit de paardenwereld. ,,Bij ons ging het altijd over paarden. Toen vroeg iemand aan mijn zoontje van vier, wat hij later wilde worden. ‘Paard’, zei hij.’’
Op dat moment stapt poes binnen.
,,Ach, hij heeft zijn nekband nog om!’’
,,Is de wond nog niet over?’’
,,Poes, je stond in de krant.’’
Verlegen met zijn beroemdheid vlucht poes schielijk naar buiten. Een eloquent dametje heeft oog voor kunst en laat haar ogen rusten op elk schilderij. Een bijna blinde dame heeft gevoel voor kunst. Ze betast bronzen beeldjes, houtsnijwerk en papier-maché. ,,Wat een mooie beentjes en wat een fijne voetjes!’’
Dan gaat de advocaat rond, met slagroom. Het getinkel van lepeltjes tegen glas. Stilte daalt neer. Een zweem van lavendel en rozen. Gezichten glanzen alsof licht door de huid naar buiten stroomt, fragiel en vederlicht. Eindelijk begrijp ik Avondlicht. Dat is het, dat mysterieuze, verinnerlijkte licht.

2 thoughts on “Avondlicht

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *