Ballotage

Ali Kolman, mijn moeder, is uitgenodigd voor de nieuwe ballotageronde van de Kunstenaarsvereniging Hoorn en omstreken, dinsdag 24 maart. Ali Kolman is mijn moeder. Het punt is, dat Aal  3 tot 5 recente werken ter beoordeling moet laten zien. Recent, dat ziet er heel anders uit dan haar vroegere werk, grafiek, etsen, houtsneden, litho’s, pentekeningen, pastels, aquarellen. In dit werk spatte haar vakmanschap zelfs voor de leek er af. Het fijnzinnige lijnenspel van haar etsen en litho’s van het rivierenlandschap, het subtiele kleurgebruik in haar pastels, de kracht in haar Braziliaanse doeken, haar  stillevens van dagelijkse dingen als zoutpotten en kanten kleedjes, vervelen nooit.

De stapels kunst die getuigen van haar kunstenaarschap komen niet in aanmerking, ze zijn niet recent. Haar diploma Rietveld Academie is van lang geleden. Haar twee boekjes eveneens. Etsen vraagt veel fysieke kracht. Dus schildert Aal tegenwoordig bijna dagelijks in haar nieuwe atelier, grote doeken, kleine doekjes, laag over laag, dik over dun, lelijk over mooi. Lelijk en mooi bestaan niet meer. Voor ze begint, kijkt ze, meestal  met gesloten ogen, naar haar werk. Pakt haar knalroodste tube, knijpt een bergje rood op een schoteltje, haalt haar dikste kwast erdoor en smeert rode vegen over het subtiele licht van gisteren.
,,Ik weet niet waarom ik dat doe.’’
De dag erop gaat er wit overheen: ,,Ik ben veranderd.’’
Mijn moeder kan haar bewogenheid en bevlogenheid niet meer uiten in duizend woorden, maar wel in drie kleuren. ,,Mijn hand zweeft over het doek en dan gaat hij vanzelf.’’
Ze kijkt naar buiten. ,,Ik schilder wat net boven de werkelijkheid is.’’

Haar doeken zijn vol lijnen, kleuren, laag over laag. ,,Zie je die mannen dat kind doodschieten?’’
Ziet zij dit buiten? Op haar schildersdoek? In haar herinnering? Buiten staat een kale boom met twee schreeuwende eksters, elk op een andere tak. Op haar doek zijn rode vlekken te zien. Ogen? Appels? Bloed?
,,Jij weet de weg in mijn hoofd,’’ zegt ze als ik haar halve zinnen in de context plaats van het verhaal van haar kindertijd, verteld in mijn kindertijd. Verhalen over oorlog en verzet. ’s Ochtend vroeg drijven flarden boven. ,,Er was luchtalarm. Ze lieten bommen vallen.’’ Ik leer nuchterheid. ,,Daar ben je goed vanaf gekomen.’’
Ze gaat naar haar atelier en schildert bloed over haar groene natuur van gisteren.
De ballotagecommissie vraagt een motivatie. Waarom wil Ali lid worden.
,,Gewoon leuk.’’ Een uitspraak die net als haar recente werk meer vaardigheid  vraagt van de ander. Daarmee is haar huidige werk interessanter dan haar toegankelijker werk van daarvoor.  Als je langs haar huisje loopt, zie je voor het raam een stille oude vrouw, starend door het raam, stamelend over honger en oorlog, ‘kookmeesjes’ en ‘grootborstjes’. Zo zitten oude vrouwen achter glas. Wie kent hen nog? Er zijn niet zoveel vrouwen van 81 met de ziekte van Parkinson die kunstenaar zijn en dagelijks schilderen.  Het is de gave van Ali Kolman dat zij zichtbaar maakt wat schuilt onder het verweerde, weerbarstige oppervlak van de mens in zijn meest broze levensfase.

Ali Kolman, Boot naar de overkant, augustus 2008

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *