Lopen met mijn moeder

Lopen was onze liefde en tien jaar lang deden we dat, Aal en ik , moeder en dochter, zij in de 60, ik in de 40, ruim tienduizend kilometer en dezelfde afstand in onze ziel. Alles wat er nog lag aan verleden, werd heden en transformeerde in goud.
Dat is voorbij en soms heb ik er weemoed van. Aal heeft Parkinson, de slopende ziekte die de dappersten, sportiefsten en creatiefsten treft en opeet.
Het is zaterdagmiddag 17 maart, de zon schijnt, een roodborstje hipt voor het raam, Aal is uitgeslapen.
,,Ga je mee lopen?”
Ik heb haar net het bed uit en de sloffen aan.
,,Doen we Aal!”
Pantoffels moeten gewisseld voor schoenen. Punt is dat mijn moeder niet kan lopen. Andere punt is dat zij een levendige fantasie heeft die nog eens aangewakkerd wordt door Parkinson, die als bijwerking hallucinaties geeft. Daarbovenop het medicijn, madopar dat als bijwerking eveneens hallucinaties heeft.
Om even alle dikke pillen over neurologische aandoeningen samen te vatten: bij Parkinson wordt gaandeweg het hersenkwabje achterin de schedel uitgeschakeld. Dit kwabje is de automatische piloot. Zonder die piloot word je stijf en doodmoe. Daarbij de waanbeelden, die zeer angstig kunnen zijn. Toen mijn moeder bij ons kwam wonen, zag zij onthoofde mensen marcheren langs haar raam. Nu ziet ze paashazen en kabouters. Heel gezellig.
Parkinson vraagt net als elke ziekte van de mensen rondom inlevingsvermogen en creativiteit, leven in het hier en nu en eerlijkheid. Niet liegen! Dan bezorg je de patient wantrouwen en vrees.
In de 44 maanden dat mijn moeder inmiddels bij ons woont, zou ik onderhand een expert moeten zijn. Daarbij heb ik tienduizend kilometer met haar gelopen, sterker, in haar buik gezeten. Ik ken haar van binnenuit.
Dan mag je wat verwachten.
Het is zaterdagmiddag, Aal is net op.
,,Ga je mee lopen?”  Ze kijkt me aan, ze heeft er zin in. Parkinson trekt de oogleden dicht.
,,Leuk! Lekker lopen! Eerst even de schoenen aan.”
Daar ben ik zeker vijf minuten mee zoet, want haar teen staat krom en de opening van de schoen is te klein voor voet inclusief kromme teen. Ook de hak van de schoen werkt niet mee.
,,Schuif je voet eens naar voren Aal.”
,,Hoe weet hij dat?”
Goede vraag. Hoe weet je voet hoe hij naar voren moet? De automatische piloot werkt immers niet.
,,Hou je voet maar slap, dan schuif ik  de schoen naar achteren.”
Hoe houd je een voet slap? Wat is achter, voor, links, rechts zonder piloot? Ik heb de schoen aan. Of liever zij.
,,We doen een dikke jas aan, Aal, ‘t is koud buiten.”
,,Stikken?” De oren worden ook  minder.
Die jas is een gehannes. De tweede arm wil de mouw niet in.  Ik ruk haar arm uit de kom naar achteren en omlaag. Hij breekt niet. Ze krijgt elke dag twee giga kalkpillen. Vervolgens wil de rits niet dicht. Ik krijg de rits van mijn eigen jas ook nooit dicht. Daarbij hangt mijn moeder met kromme en gekruiste benen aan mij, toch gauw 50 kilo.
,,Ik ben moe.” Dat is Aal.
,,Wat dacht je van mij? Ik ben bekaf en we moeten nog gaan!”
Aal lacht zich slap, wat haar gewicht er niet minder om maakt.
,,Ga even zitten, Aal. Even uitrusten.”
Ze is eraan toe, maar het is ook een truc, geen leugen, maar toch. Ik heb de rolstoel al achter haar klaarstaan. Het is niet even uitrusten, het is zitten en blijven zitten voor haar, ik loop en duw. Voor het zover is moet ik de kromme, gekruiste, doorgezakte benen tussen de voetsteuntjes zien te persen. En al staat die stoel op de rem, rijden gaat hij. Na ongeveer een kwartier zit mijn moeder ingepakt in de rolstoel en snak ik naar een eigen exemplaar met motor. Ik doe de huissleutel in mijn zak. Die ben ik eens vergeten, en dat is een ellende als je bekaf van het gesjouw met je moeder thuis komt.
We gaan!
We hebben het geluk dat ons huis tussen de bomen van een park staat. Na de eerste bocht gaan we een ratelend houten bruggetje over.
,,Hier loop ik vaak.” Aal weer.
Mijn blik valt op haar voeten, en zie, ze heeft haar voeten van de voetsteunen. In de smalle spleet ertussen passen haar gekruiste enkels precies en haar geschoeide voeten lopen mee. Dat ontroert me.
Dit zijn de eerste vijf minuten van onze looptocht. In totaal lopen we (ik) een uur, waarin Aal aanvankelijk alles vastgrijpt. Wilgentakken met frisgroene blaadjes, oude mannetjes met blauwe, dan wel rode das, baby’s, honden. Dat heb je met Parkinsonhanden, die grijpen alles vast en laten niet meer los. Zwaan Kleef Aan komt daarvandaan.
Na een kwartier ga ik zingen, luidkeels, anders hoort ze me niet. Ik kan niet zingen, zeker niet in een park, met Aal moet ik wel. Dan gaat zij namelijk meezingen en vergeet te grijpen. Multi-tasken gaat niet met Parkinson. We zingen alle ouwe taaien en pannetjes vet bij mekaar. Zoals altijd gaat zij na een tijdje over op zingend praten, waarbij ik fungeer als begeleidend achtergrondkoortje. Ze zingt wat haar bezig houdt. Het gaat over boerinnekes en rokjes die zwaaien, en dan komt het.
,,En als ze dood is, is ‘t gedaaaaaaaaan.”

 

10 thoughts on “Lopen met mijn moeder

  1. Ineke

    Klinkt toch wel als een gezellige middag, ondanks de worsteling vooraf. Volgens mij moeten we snel een praktijkles schoenen/jas aantrekken inplannen.
    Zoooo moeilijk, als je de foefjes weet, is het niet

    Reply
  2. Anne Post author

    Heel graag, Ineke! Die schoenen zijn heel klein en de jas heel groot en Aal heel zwaar…. op mijn manier. Maar gezellig was het. En Aal vergeeft mij alles. Ze zei wel ,,van jou word ik altijd doodmoe” – en dan flap ik eruit ,,en ik van jou” en het fijne is dat we dan allebei in de lach schieten.

    Reply
  3. Karen

    Mooi en ontroerend geschreven Anne!
    En nu, even terugblikkend op een eerdere blog, ben ik benieuwd welk blokje ik krijg……..

    Reply
  4. minke nas

    Lekker dat jullie toch aan de wandel zijn geweest, ja het is een heel gesjouw met parkinson,
    ik ken het uit mijn verpleegkundige tijd, daar was een oudje al 45 jaar chronisch psychiatrisch patient een typisch figuur, ook met de ziekte van parkinson, ze stal de rollator van een mede huisgenote en schoof de voordeur uit, de geasvalteerde weggetjes van het gestichtsterrein op, en ja hoor in een hoek van 90 graden handen geklemd aan de rollator en daar ging ze steeds harder, en nog harder, tot ze uiteindelijk languit in een grasberm lag.
    De eerste keer hielp ik haar natuurlijk overeind, maar dat wilde ze niet ze werd boos, en wat bleek, ze deed dit expres als er bezoekers op het terrein waren, ze wilde door vreemden geholpen worden want dan krijg ik altijd koffie met gebak of een gratis sigaretje, en ik was maar een verpleegkundige.Ze deed het dus expres?
    Wel vervelend van de hallucinaties, is daar geen middel voor?

    Reply
  5. Anne Post author

    Ik blijf me verbazen over het overlevingsinstinct van mensen, het zoeken en vinden van mogelijkheden, en/of aandacht.
    Vandaag was Aal druk aan het lopen met haar huiskamerstoel, een mooi ding op piepkleine wieltjes. Ze liep de hele kamer door, zittend op deze stoel,big smile. Ze liep op eigen kracht!
    We hebben excelon om de hallucinaties in te dammen, dit helpt iets. Wat tot ons aller verbazing ook helpt is de manier van de Berbers: zakje zout onder het hoofdkussen en dit vervangen als de enge dromen terug komen.
    Wat ook helpt is liefde, vertrouwen, rust. Daar kun jij vast ook van getuigen!
    En wie weet zijn het geen beelden, ziet ze achter/boven de werkelijkheid… Wat weten wij…?

    Reply
  6. Kees Versluis

    Zingen als remedie tegen het vastgrijpen van dingen. Ik leer wel wat van jou hoor. En hoe je ook humor gebruikt in zo’n situatie. De tweede helft van het verhaal heb ik echt zitten brullen van het lachen. En dan dat zout onder het kussen. Daar had ik nooit van gehoord.

    In totaal lopen we (ik)………… Zo mooi komt dat bij mij over.

    Reply
  7. minke nas

    Humor was en is het toverwoord, het zoutzakje, ja dat heeft een absorberend tintje, mooi hoor.

    Reply
  8. Christien

    Wat een mooi stukje.
    Ik kwam door te googleën op Parkinson en wanen kwam ik toevallig hier terecht.
    Heel herkenbaar allemaal, mijn vader ziet overal beestjes lopen, gelukkig weet hij dat het bij de ziekte hoort. Ook dat mijn moeder gewoon weer iedere morgen samen met hem wakker wordt vind hij ook niet ongezellig.
    Schuifelen gaat nog achter de rollator en ook koken doet mijn vader nog graag, maar hij zelf en iedereen zien ‘m nu snel achteruit gaan. Mijn vader wordt een man van de dag.

    Reply
    1. Anne Post author

      Fijn dat je mijn stukje gevonden hebt en het waardeert, Christien. Ik begrijp dat jouw vader ook de ziekte van Parkinson heeft? Zo mooi dat je ouders bij elkaar zijn en begrip hebben voor het proces dat gaande is. Een man van de dag, dat zeg je mooi – pluk de dag samen met hem en je moeder, elke dag is er eentje om blij mee te zijn.
      Mijn moeder is inmiddels overleden, met een glimlach om haar mond, dit jaar (2014) 4 februari. En ik ben dankbaar voor elke dag die ik met haar heb meegemaakt…
      Warme groet voor jou Christien, Anne

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *