Mijn moeder en ik

De nacht hangt donker naast mijn raam, ik zie mijn eigen spiegelbeeld. Ergens in de sloot kwaakt een eend. Mijn gedachten zakken onder de oppervlakte. Ik denk aan mijn moeder die bij mij woont. Ik denk aan mezelf.
Haar ziekte van Parkinson. Een zee van dagen-zonder-einde die almaar eindigen.
Mijn schrijverschap. Details lichten op.
Daarnet zat ze scheefgezakt in haar stoel, zo moe dat ze bijna sliep. Bij het horen van mijn stem opende ze haar ogen en dat ging niet makkelijk. Haar ene ooglid zat vastgeplakt door een kloddertje. Haar ogen dwaalden over mijn gestalte, mijn zwarte rok en mijn rode trui. Ze herkende me, anders deed ze zoveel moeite niet.
‘Je hebt mooie kleren,’ het knalt eruit.
Haar eerste heldere zin van de dag. Ik heb net aan de geriatrisch verpleegkundige verteld dat er bijna geen heldere zin meer uitkomt, dat ik met haar zing voor de communicatie, want dan komt er geluid en na een bekend lied, zingt ze wat haar bezig houdt ‘en dan ga je dooohoood en ga nu maar dood!’ 

Misschien is waar schrijverschap het oplichten van het geheel door het ene detail. Misschien maakt het detail het verhaal levensecht, is dit de Zen van Schrijverschap.
Dat vond ik het knappe van Martin Bril. ‘De oppervlakte is diep genoeg’, hij zag het en schreef het trefzeker op. In mijn eerste boek heb ik hem een plekje gegeven.

Het was in de tijd dat ik woonde in een varkensschuur in Berg en Dal. Een moeilijke tijd. Op een dag werd ik wakker met een diep verlangen: ik wil alles opschrijven, gewoon zoals het is.
Maar hoe is het? Wat is het kenmerkende? Wat is het ware woord?
Zuiver waarnemen is moeilijk. Je zit je eigen blikveld in de weg met je interesse, wegdromen,  invalshoek, tekortkomingen, kennis, ofwel je vooringenomenheid. Verwoording van je beleving is moeilijk. Er zijn schrijvers die situaties en landschappen scheppen waarin een kernprobleem gestalte krijgt, dat vind ik bijzonder moeilijk. Ik heb oog voor wat gebeurt en wat tegelijkertijd gebeurt en er schijnbaar niets mee heeft te maken. Daarin ervaar ik de magie van de werkelijkheid.

‘Miauw!’
Ergens miauwt klaaglijk een poes. Het is dichtbij, maar niet een van mijn poezen, evenmin die van de buren.
‘Miauw!’
Ik onderbreek mijn schrijven.
Ach.
Het was de poes van de hippies. Ze zijn terug en hebben uit Parijs twee jonge raspoezen meegenomen die ze binnen houden. De zwarte was ontsnapt tot hun schrik. Met zaklampjes liepen ze door de tuin. Hij zwijgend met zijn krullen onder een pet, zij in geborduurde lange jurk met een zacht ‘mioe, mioe’. Zat de kat in de schuur. Daar hebben ze vanmiddag wat spullen opgeslagen.

Schrijven is ook het verwerken van eigen ervaringen. Het geeft helderheid en concentratie. Je kunt schrappen tot de ziel eruit is. Ik houd van schrijven uit de ziel.
Dat vind ik het wonderlijke bij mijn moeder. Ze is bijna alles kwijt, is niet meer wie ze was, en toch is ze het nog. Onmiskenbaar.
Wat is dat ongrijpbare, het mysterieuze dat haar tot zichzelf maakt?

Aal kan niet slapen. Stijf van gebrek aan dopamine. De vervanger hiervan, madopar, vermindert spierstijfheid, maar roept hallucinaties op. Toen zij nog wat meer bewegingsvrijgeid had, leidde het soms tot griezelige situaties. Een keer stond ze op uit bed en liep in haar hemd naar buiten met een broodmes en een brood voor de vluchtelingen onder haar raam. Woedend was ze, dat ik de vluchtelingen geen onderdak gaf en geen eten. Sindsdien houden we ‘s nachts toezicht met een camera en hoor ik haar mompelen als ze niet kan slapen.
Aal kan niet slapen en ligt erbij als een plank. Hoe krijg je je moeder in een ontspannende slaap? Ik ga terug naar het verleden, niet uit weemoed, maar op zoek naar de slaapknop. Toen ik een kind was en zij de moeder, bracht ze mij in slaap met ‘daar kwam een muisje aangelopen’ . Ik gebruik haar oude truc, trippel met mijn vingers over de dekens, over haar buik en haar armen ‘daar komt een heel klein muisje aangelopen…..’ Het bereikt haar, dringt tot haar door. Ze vindt het spannend en moet telkens lachen als het muisje haar wil pakken. Ineens knalt haar stem in mijn oren. ‘Leuk, hè.’ Whap, daar is het ongrijpbare. Ik weet dat ze zich herinnert, zichzelf herinnert, zich herinnert dat ze een zelf is. Ze ontspant en valt in slaap.

Ik denk aan de toekomst, gedachten daaraan worden ingegeven door mijn zorg voor haar. Hoelang leeft ze nog? Ik gun haar en mezelf dat ze rustig in haar slaap overlijdt. Een poosje geleden dacht ik dat ze dood was. Ze lag zo stil, ik zag geen ademhaling. Ze voelde koud. Ik nam haar slappe, koude hand in de mijne. Ik voelde vrede met haar dood. Plotseling kwam er een lichte beweging in haar vingers. Een kneepje, nog een kneepje, drie kneepjes, als morse in mijn hand. Ik was verrast dat ze terugkwam in het leven. Blij. 
Het is een griezelig gegeven dat mijn huis haar laatste plek is. Dat ze hier pas weggaat, als ze dood is. Of als ik het niet volhoud. Mijn eigen leven wil leiden. Maar wat is mijn eigen leven? Maakt het verschil waar je energie, liefde en toewijding aan geeft? Mijn leven is doordesemd van haar aanwezigheid. Oud zeer transformeert in liefde en klaarheid.
Maar mijn rug doet al jaren pijn van het tillen, net als mijn polsen.

Schrijven is voor mij ook een indalen in mijzelf, dichterbij komen. Terwijl ik tegelijkertijd in het Nu moet zijn.
Het is of ik hierbij geholpen word.
Door wat? Door wie?
Ongrijpbaar is het, maar ik word wakker als mijn moeder de dekens heeft afgegooid. Ik hoor een kat in het nauw. Zouden zintuigen zich aanpassen aan je situatie?
Misschien staat mij net als mijn moeder een hersenziekte te wachten. Wat gebeurt er met je als je hersenen vergrijzen? In hoeverre ben je door je hersenen? Dat is het geruststellende en beangstigende van dagelijkse omgang met mijn moeder. Ze is er nog. Morsetekens in mijn hand. Een schaterlach uit een tandeloze mond. Een tevreden snurkgeluidje.
Wanneer is ze er niet meer? Waar houdt het op?
Als er geen communicatie meer is? Waar houdt communicatie op?
Misschien is de goede vraag het ultieme dat een mens kan bereiken. Misschien is er geen vraag, misschien is liefde het een en het alles. Misschien leer ik dat van mijn moedertje.
En de schrijver in mij? Ach, die schrijft het op.

8 thoughts on “Mijn moeder en ik

  1. joke

    houden “zwaar” en “mooi” elkaar in balans??……
    is dankbaarheid een rondgaande beweging??…

    ps.. wat schrijf je prettig. het is voor mij een rustpunt… mits ik mij de tijd vergun om te lezen

    Reply
    1. Anne Post author

      Joke, mooi gezichtspunt heb jij, ik begin spontaan te glimmen. Dankjewel dat je er de tijd voor genomen hebt me te lezen en te schrijven!

      Reply
  2. minke nas

    Lieve Anne,
    Jij bent prachtig, een schrijfster bent met vele talenten verschillende blogs heb ik met veel aandacht gelezen en deez laatste helemaal.
    Altijd herken ik jou, onmiskenbaar en dat maakt het ook zo boeiend om jou te lezen, voor een niet lezer als ik.
    Laat je niet schaven tot een schim, dan maar geen boekenbal, blijf Anne, mijn lieve Anne.X

    Reply
  3. Gijs

    indrukwekkend, ik voel tranen prikken. Het raadsel van dementie, het puzzelt me voortdurend. heb er van zeer nabij ook mee te maken. een blog die tot nadenken stemt, dank je wel.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *