Een tweede huis in Duitsland (1)

Iedereen weet dat een tweede huis veel werk is. Zeker in het buitenland. En dat in de vakantie. Bijkomend nadeel is dat je er steeds heen moet. Anders had je het niet moeten kopen. Daarbij is er altijd iets kapot of aan vervanging toe. Het riool, het dak, de ramen. En de tuin is een schuine helling waar geen grasmaaier tegenop kan. Dan heb je het waterprobleem, want waterleiding is er niet, je zult het met een bron moeten doen, en wat daar voor problemen aan vast hangen. Gas en olie zijn het laatste dat er komen kan, want door een rotsbodem leg je niet even een pijpleiding, zelfs een weg is teveel gevraagd. Het aanvoerpad is smalletjes en overgroeid en vanaf de zijkant pakt de berg elke keer weer een stukje pad, waardoor je steeds dichter langs het diepe moet. Vrachtverkeer is uitgesloten, je kunt fluiten naar brandstof. En dat met winters van 30 graden onder nul.

Ons huis is pittoresk. Nauwelijks te bereiken dus.  In de winter lopen wij door een meter sneeuw tot we er zijn, het lichaam gehuld in winterpak, al dan niet omgord met tassen en zakken.

tweede huis

De waterleiding die vanaf de bron naar onze kraan loopt, hartstikke handig, gewoon in de keuken boven de gootsteen, dreigt te bevriezen in onverwarmde toestand.
 In een buitenland is de taal vreemd. Duits op zich is een vreemd soort verbasterd Diets, de voorloper van het Nederlands, maar Frankisch uitgesproken op tien verschillende manieren is pas echt vreemd. Zangerig en ongehoorde klankcombinaties. Je hangt bij de mensen aan de lippen en via telepathische kanalen komt binnen dat je met oudjaar verwacht wordt bij vuurwerk dat zijn weerga niet kent. Het kan ook zijn dat het gaat over het afbranden van het Kristalbad of de boerderij verderop. Dat kende zijn weerga niet. Daar waren wij getuige van. Maar leg dat eens uit.

 

De zeurkousen hebben het over de 750 km om er te komen en diezelfde afstand terug. En dat we elke vakantie naar diezelfde plek moeten. Het moet niet, we doen het. Twee, drie, vier keer per jaar.
Wat is daar aan?
Velen beginnen er niet aan. Dromen ja, van idyllische plekjes waar eekhoorns rondhuppen, bronwater stroomt en houtvuur knappert. Maar doen?
Je weet vooraf dat het een bodemloze put is.
Wie is zo naïef daar in te springen.

Geen van deze punten kwam in ons op, vijf jaar geleden. Net als elke Nederlander droomden wij van een idyllisch plekje in Toscane, Frankrijk, Spanje, we zagen ons al zitten aan de lange tafel onder de olijfboom of de plataan, what the heck. Het laatste waar we aan dachten was Duitsland.
Wat is er aan Duitsland?
‘Gib mit meine Fahrrat zuruck,’ de gevleugelde  uitspraak van voorouders die de oorlog overleefden.
Waar je het niet zoekt kom je het tegen, het goedkoopste huisje op de mooiste plek.
 In een onbewaakt ogenblik is het geschied. Dat heb je in Duitsland. Je hebt een verkoper, een makelaar en een notaris – en als de Nederlandse geldschieters meewerken ben je binnen twee weken de nieuwe eigenaar van een eeuwenoude hut en een halve berg ergens in een uithoek.
In Duitsland dus.

Zo gaan wij sindsdien drie, vier keer per jaar naar het Fichtelgebirge in oost Duitsland, maar voormalig Oost Duitsland is het niet. Sterker, wij hebben ons huis gekocht van Frau Holz, een West Berliner, die via de weg die zuidwaarts uit West Berlijn naar het vrije westen voerde, uitkwam in het Fichtelgebirge. Het moment dat de muur omviel en het ijzeren gordijn erbij, wilden alle West Berlijners terug en raakten hun hutten in dat vermaledijde achtergebleven gebied aan de straatstenen niet kwijt.
Tot wij kwamen.

Wij gaan dus telkens dezelfde snelwegen, in zomer, winter en daartussen. Altijd is er iets dat schreeuwt gedaan te worden, willen we niet bevriezen, nat regenen, wegwaaien of stikken in onze eigen stront. Het riool, het vuur, het water, de kozijnen, de muren en het dak. Ze schreeuwen om ons.

Maar…  Wat een rust. Tijd valt weg.
Het ruisen van de wind, ritselen van de bladeren, suizen van regen en kletteren van hagel.
De eekhoorns, de vos en de reeën, de slangen, hagedissen, woelmuizen, marters en de uil.
In de winter valt het donker rond een uur of vijf. Kijk. Nevel stijgt op, uit beek, dal, woud. Donker valt. Als een kussen van zwart fluweel valt het naar beneden, van de bergketens in het dal.
 Ffffoep – en donker is het.
Hier en daar een geel vlekje van een lantaarn, een enkele bewoner heeft luiken en gordijnen open. Een verdwaald geeltje.

Na enkele uren duisternis begin je te gapen. Je gooit een laatste houtblok op de kachel, kookt water voor gloeiende thee. Met het donker komt de kou. Je doet de kruiken in het ijskoude bed.
Nog een kwartier samen aan de legpuzzel en dan heb je het gehad. Je gaat naar bed met gloeiende thee en een boek, bedlampje aan en voorlezen. Niets zo heerlijk als een voorlezende man onder een dik Duits dekbed. Die diepe stem, dat bedlampje, die kruik aan de voeten, arm om je heen, schaduwen rondom en verhalen van ver.

Ver voor middernacht gaat het bedlampje uit. Niets hoeft. Niemand wacht. De tijd lijkt stil te staan. Het donker, de stilte, de slaap. Zo word je 90.

En dan hoor ik iets.
Krakend hout. Geen zuchtend, piepend hout, niet de kraak van hout dat oud is, maar de verse kraak van een sluipende stap…

14 thoughts on “Een tweede huis in Duitsland (1)

  1. Kees Versluis

    Oh Anne, wat spannend weer. Heerlijk, de tijd die stil staat. En wat vreselijk om te zien, die brandende boerderij. Ik heb het twee keer gezien. Garage van den Heuvel, vlakbij het huis van jouw ouders. En eerder twee boerderijen op weg naar Maurik, waar je komende van de Prins Bernardsluis rechtsaf gaat richting Lienden en Ommeren. Bij de brug over de Linge.
    Ik ben weer blij dat ik je blog kan lezen.

    Liefs,

    Kees

    Reply
  2. Gerard Blom

    Voorwaar Anne, zo idillisch beschreven ! Het buitenleven heeft op deze manier ook zijn aantrekkelijkheden zolang je nog aan de goede kant van de 70 bent. Daarna is het houthakken voor je open haard meer een belasting dan een vakantie.
    Voor een optimist die jij nu eenmaal bent blijft het altijd leuk en avontuurlijk Ga door !

    Reply
  3. Wllm Kalb

    Mooi geschreven. Ik zie het voor me, voel, hoor, proef en ruik het buiten zijn. Duitsland mag gelukkig weer. Die fiets zijn we inmiddels vergeten.

    Reply
  4. Sylvia de Witt

    ‘Net als elke Nederlander droomden wij van een idyllisch plekje in Toscane, Frankrijk, Spanje…’ Ik vraag me af hoe jullie dan toch op die plek in Duitsland terecht zijn gekomen…

    Mooi beschreven, vooral zinnen als ‘nadeel is dat je er iedere keer heen moet’ en ‘Ons huis is pittoresk. Nauwelijks te bereiken dus.’ getuigen daarnaast van een gezonde dosis zelfspot.

    Ik heb dit blog met plezier gelezen!

    Reply
    1. Anne Post author

      @ Frank, ik heb meteen op je naam geklikt en je site bekeken. Erg leuk! Op weg naar ons huisje in het Fichtelgebirge komen we zo ongeveer langs jullie kasteel!
      Groet!

      Reply
  5. Hanny

    De avonturen van Anne in het Fichtelgebirge. Ik lees ze vol plezier. Heerlijk toch hé dat het ijzeren gordijn gelijk met de muur omviel. Ik ben aan mijn 2e stukje Fichtelgebirge nu en snel door naar de volgende afleveringen. Complimentje voor de sfeertekening van het bed met alles erop en erin. Ik zie jullie liggen met naar ik hoop ook dikke ouwerwetse pyjama’s aan. Heerlijk. Ik wou bijna dat ik er bij lag.
    Dank Anne voor dit heerlijk vertelseltje.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *