Welkom thuis

Lukkie is thuis en ik ben thuiser dan thuis. Hij ligt op zijn vertrouwde plekje naast mijn laptop. Als ik mijn hand uitstrek, heft hij zijn kopje en draait hem in de kom van mijn hand. Hij is opgelucht, ik ben opgelucht. Wat een emotionele achtbaan was dat van afgelopen dinsdag 5 uur tot gisteravond, zwenkend van schrik naar ongeloof, angst, hoop, schrik, verdriet, acceptatie, vertrouwen, schrik, verdriet, geloof, hoop, dankbaarheid.

De schrik komt van de diagnose. De dierenarts denkt dat het een catastrofale scheur in zijn luchtpijp is.
De enige kans is de dierenkliniek in Utrecht. Hoop steekt de kop op.
Nieuwe schrik. Eerst bij de intake en vervolgens bij drie telefoontjes waarin gevraagd wordt telkens opnieuw te beslissen over leven en dood, waarbij geen van de mogelijke complicaties bespaard wordt in het overleg.
Er wordt gevraagd mezelf staande te houden. Dat lukt – voor Lukkie…
‘Ga door. Doe wat je kan. Doe het snel en laat achterwege wat niet nodig is.’
De nachten zijn cruciaal. Hij moet blijven ademen.
De dag van gisteren is cruciaal. Hij moet zelf gaan eten.

Hulptroepen stromen toe van alle kanten. Via mijn blog, facebook, e-mail stroomt kracht, liefde, geloof, magie en mysterie ons tegemoet. Lieverds die ik nooit in levende lijve ontmoet heb, geven spontaan reiki, licht, liefde, engelen.
Lukkie ligt in de Intensive Care in Utrecht, ik bij mijn vriendin in Alkmaar.
Hij moet gaan eten, ik krijg van haar de lekkerste hapjes.
We gaan tekenen en kleuren voor Lukkie. Plotseling staan er buiten twee katten vanaf de tuintafel naar ons te kijken. Een rode en een zwarte met wit, evenbeelden van mijn overleden katten, zwarte Totem en rode Pippi.
‘Dat is nog nooit gebeurd,’ zegt mijn vriendin.
Kippenvel.

Het verlossende telefoontje komt in de middag.
Lukkie heeft net zijn vierde roesje gehad, ditmaal omdat de medische staf zijn infuus er niet uit kreeg. Hij moet wakker worden, dan kunnen we hem om 20.30 ophalen.

Half negen staan we voor zijn kooi. Hij ligt niet op het kleedje, maar in de kattenbak. Roerloos.
Ik noem zijn naam en maak het zachte tonggeluidje waarmee ik hem thuis roep. Hij spitst zijn oren, richt zijn kop op, geel van het kattengrit, verhard oogvocht hangt uit zijn ogen. Hij kijkt met zwarte pupillen van angst, richt zich op, stapt half uit de kattenbak, eet drie brokjes en zakt terug in de kattenbak. Of hij weet dat brokje eten zijn uitreisvisum is.

Mannen staan klaar met leren handschoenen tot de oksels om hem uit zijn kooi te halen.
‘Ik doe het zelf.’
‘Hoe wilt u dat doen?’
‘Maak de kooi maar open.’
Ze ontsluiten de kooi. Man vraagt of ik geen handschoenen moet.
Ik maak het vertrouwde klakgeluidje, Lukkie spitst de oren, voorzichtig steek ik mijn hoofd naar binnen en strek mijn hand naar Lukkie uit. Hij legt zijn kop in mijn blote hand. Mijn hart zwaait open als een bloem zo groot als de ziekenboeg, een gevoel van onmetelijkheid.
Man zet de bodem van de reismand in zijn kooi, wollen mandje ligt er al in. Lukkie komt wankel overeind en stapt zelf de reismand in. Deksel erop. Doos medicijnen mee voor een week, alle complicaties die op kunnen treden in een envelop. We kunnen 24 uur per dag bellen als een van de complicaties optreedt. Hij mag een week niet naar buiten.

Onderweg geeft hij geen kik. We laten hem vrij in de slaapkamer, waar hij veilg en ongestoord onderin de kast kan liggen en ik hem wel hoor als het nodig is.
Lukkie stapt de reismand uit en wil de slaapkamer uit. We volgen hem op de voet de trap af, waar gaat hij heen?
Hij loopt naar zijn etensbakje in de keuken, eet een paar vertrouwde brokjes en loopt naar het kattenluik dat uit voorzorg hermetisch gesloten is. Hij loopt naar de buitendeur.
Hij gaat nooit op de kattenbak. Gauw de deksel eraf en de bak met verse kleikorrels op de deurmat. Hij aarzelt. Stapt erin. Ruikt. Graaft. Klei spat alle kanten op. Hij gaat zitten. Plast. Staat op. Graaft de stinkende medicinale urine onder en loopt terug naar de keuken, voorbij de etensbakjes naar de kamer, naar de verwarming waar een van de kattenmandjes ligt. Hij springt op de vensterbank, stapt in de mand en gaat liggen in een rondje. Hij is thuis…

11 thoughts on “Welkom thuis

  1. Ria

    Wat een verhaal…… En dan die 2 katten bij je vriendin voor het raam. Echt……. kippenvel.

    Veel plezier en heel veel geluk verder met Lukkie (kan ook niet anders met zo’n naam)

    Reply
  2. Iet

    zit hier gewoon te snotteren……wat een emotie……wat een stoere poes………
    Ontroerd……………
    X

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *