Vreemdgaan

Om de een of andere geheimzinnige reden ben ik ineens een liefdesmagneet. En dan heb ik het niet over de lieve en zielige en interessante en intelligente en aantrekkelijke mannen die mij buitengewone gedichten sturen, een boek met mij willen schrijven over Zin en Waanzin of een wilde rit met me willen maken op de motor. Ik heb het ook niet over Man, die overmand is door griep die ook bij mij de nodige sporen achterlaat in hoofd, keel, borst en spieren.
Ik heb het over vijf poezen die verliefd op mij zijn. Dat is lief, leuk, lastig.

Daar hebben we mijn eigen katten,  Zora en Lukkie, die volgens recent onderzoek 82 en 55 zijn.
Beide liggen in de lappenmand.
Bij Zora vrees ik nierfalen, en daar is niets aan te doen… Haar grootste geluk is liggen op mijn schoot.
Lukkie is herstellend van een ernstig auto-ongeluk. Zijn nagels zijn nog niet terug en dat maakt onze sterke buitenkat tot een kwetsbare kat die geen nagels kan uitslaan naar vijandige katten en honden en niet kan vluchten in een boom. Ook kan hij geen muizen vangen, zijn lievelinhskostje. Zijn grootste plezier is liggen naast mijn laptop, over de toetsen lopen en keiharde kopjes stoten tegen mijn kin, schouder en schrijfhand.

Lukkie aan het herstellen

Tot zover geen liefdesprobleem. Mijn schatten zijn goed te combineren.

Poes nummer drie is Makkie van de buren. Deze liefde speelt zich buiten af. Ik hoef maar aan te fietsen, of Makkie loopt me voor de wielen en even later voor de voeten. Ze weet precies waar ze zich moet opstellen om mij te spotten als ik naar buiten ga. Razendsnel spring zij tevoorschijn van het platte dak, de struik, de boom en komt opgewonden miauwend aanschommelen en voorziet mijn benen van haar liefdesbetuigingen, zonder dat ik haar ooit iets te eten geef, want zij is allergisch voor kattenvoer en eet alleen speciale dierenworst.
Tot zover nog steeds geen probleem.

Het zijn de hippiekatten die de boel in de war schoppen. Met liefde.
Sinds de hippies voor drie maanden vertrokken zijn naar Sri Lanka, pas ik op Finn en Leo. Met zijn tweetjes wonen zij in het tuinhuis, voorheen bewoond door de beide hippies.
Aanvankelijk zijn hun katten zeer schuw, ze vliegen onder het bed als ik binnenkom. Ik maak de kattenbak schoon, doe eten in de etensbakjes en ga elke dag een kwartiertje op de bank zitten om hen aan mij te laten wennen. Ze moeten me gaan vertrouwen voor geval ze weglopen. Ze moeten komen als ik hen roep of fluit. En daar is het volgens mij de hand uitgelopen.
Het moment dat zij tevoorschijn komen…

 de magische hippiekatten

Zoals bekend ben ik teruggekomen van vakantie met een zere schouder en arm. Dat ruiken zij en daar weten zij wat op. Na een week van overleg onder het bed komen ze eronder vandaan, besluipen de bank waar ik roerloos zit, springen op de leuning, snuffelsluipen naderbij, richting mijn hoofd. Onderweg ruiken ze me van teen tot kop en naderen behoedzaam de pijnzone. En dan geschiet het onvermijdelijke wonder dat almaar in de lucht hing. Ze gaan mijn pijnlijke plekken masseren met hun pompende pootjes, daarbij tweestemmig ronkend, een vreemde trilling die mijn oren en de rest binnentrilt. Ik val in hazenslaap onder hun behandeling. Bij het wakker worden is de hippie in mij ontwaakt, een en al peace, love and understanding. Op mijn hoofd ligt gouden Finn en zwarte Leo ligt op mijn keel. Liefde ronkend.
Er is geen houden aan. Ik ga vreemd.
 
Het begint onschuldig met een spelletje met een draadje, dat vindt Finn leuk en met een roze speelgoedmuis, dat vindt Leo leuk. Hij rent erachteraan en brengt de muis terug in mijn hand. Waar ik die muis ook heen gooi. Dat blijkt een paar dagen later. Ik heb inmiddels een raampje open, opdat zij naar buiten kunnen voor de nodige frisse lucht en beweging, en ze kennen me nu voldoende om niet voor me te vluchten.

Ik ben geen ster in gooien en laat me nou toch die muis precies door de spleet van het open raam vliegen. Zwarte Leo erachteraan. Hij is weg en blijft weg. Ik vrees dat de muis in de belendende sloot terecht is gekomen en verlaat het tuinhuis. Daar komt Leo de hoek omgesjeesd met de muis in de bek. Hij legt zijn hem in mijn hand. Smelt dan maar eens niet.

Leo apporteert
Wil ik naar mijn eigen achterdeur, sta ik bovenop Finn. Dit doet niets af aan zijn onvoorwaardelijke liefde voor mij. Sindsdien loopt hij zigzaggend tussen mijn benen, zowel in het tuinhuis als in de tuin.
Ik zou een kattencircus kunnen beginnen. Leuk voor de mensen, maar niet voor de andere poezen.
Makkie vlucht in paniek alle kanten op, wil een boom in, dat lukt niet, dat is haar nog nooit gelukt, dan maar langs de sloot naar de tuin waar ze nog nooit geweest is, die van de buren die niet van katten houden. Dat is niet nodig zolang ik erbij ben, want Leo heeft alleen oog voor de muis die hij blijft apporteren en Finn kronkelt tussen mijn benen.

Dat is goed gegaan tot deze week…

(wordt vervolgd)

6 thoughts on “Vreemdgaan

  1. Lien Janken

    Met deze manier van ‘vreemdgaan’ heeft mijn vriend denk ik geen probleem 🙂 Wat een heerlijk verhaal, Anne!

    Reply
  2. TimmerArk

    Er zijn mensen die zich ergeren aan Blogs over katten.
    Ik ben daar niet één van.
    Leuk Blog, leuke beesten. Bij katten is het: wat je geeft krijg je terug en soms wat extra.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *