Auteur & kunstenaar

Over het bouwen aan de Vrije School in Nijmegen

gebouw van de vrijeschool Nijmegen beginjaren '70

Vandaag het stukje dat ik in 1998 schreef voor een blad en nu een plaats heeft in het boek over de Vrijeschool Nijmegen, opgericht in 1973. Deze tiende Vrijeschool begon met een kleuterklasje in een rokerige kelder. Daarna kwam Villandry, een mooi gebouw  in het bos, aan de Bosweg, ooit van de Spoorwegen voor vakanties van kinderen van overspannen treinpersoneel. Ik kwam er te wonen met Jaant Loos, die mij inwijdde in de diepste geheimen op Vrijeschoolgebied en vanaf dat moment was ik getrouwd met de school.
Een Vrijeschool bestaat bij de gratie van de ouders en de kinderen. Twee ouders-van-toen, Toos Ekstijn en Leo Snijders, hebben de afgelopen jaren hun tijd gestoken in het opduiken van oude verhalen en foto’s en er een mooi boek van gemaakt.
Gisteren was de presentatie en daar was ik bij als juf van het allereerste rondje, als juf ga je met de kinderen mee.
Ik heb gisteren veel beleefd wat moet bezinken voor ik het kan bloggen. Maar mijn stuk is al verwerkt, 15 jaar geleden geschreven, en dat merk je en is grappig voor wie mij pas een jaar kent van het bloggen. Hier is het.

Wat ik nog weet van het gebouw is weinig, ik leefde niet met de feiten. Wat ik hier ga verhalen moet ik van ver halen, uit de diepte van mijn dankbaarste herinneringen aan de Vrije School, gekleurd door mijn verliefdheid van toen op het bos, de Bosweg, Villandry, de antroposofie, Jaant Loos, alle ouders en zelfs de bestuursleden, maar vooral op de kinderen van mijn toekomstige klas. Ik kon niet geloven dat ik in dat bonte geheel de allermooiste plek kreeg toebedeeld: de juffie van de allereerste klas… en toch was het zo. Met die ogen heb ik alles gezien, met die vlinders in mijn buik alles beleefd. Alleen met die pen kan ik het beeld terugroepen; mijn beeld.

Er was nog niets, en toch was alles er al, in onze harten en gedachten. Geld was er niet, geen subsidie en geen Grote Erfenis. Ons vermogen was enthousiasme, geloof en inzet, en op elke plek de juiste persoon. Er was een gebouw aan de rand van het bos; een voormalig kindertehuis. De droom van elk kind: een rood bakstenen gebouw met een rood pannendak dat uitstak als de rand van een grote toverhoed. Binnen waren nog de eet- en slaapzaaltjes, de waslokalen en een grote keuken met kanjers van pannen en er waren twee sprookjeszalen beneden, met huisjes en poppen en houten kabouterbankjes, zoals ik ze niet eerder gezien had. Hoe die er waren gekomen vroeg ik me niet af. Sprookjes waren wáár – hier – en dit zou onze school worden en voor Jaant en mij ook ons huis. Verderop in de zijvleugel woonde Hilda Boersma, de kleuterjuffie. De wereld van Vrouw Holle, de onderwereld zou beneden komen en boven zou de ‘school’ komen. De 4 slaapzaaltjes rond de 2 waslokalen met rijen wasbakken zouden 2 klaslokalen worden en 2 woonruimten. We zagen het allemaal voor ons; een verfje, wat lampen, wat tafeltjes en stoeltjes en natuurlijk 2 schoolborden. Dan zouden we hierboven kunnen leven en werken.

We wilden snel aan de slag, de handen jeukten en het eerste schooljaar stond pal voor de deur.
Overleg kostte nauwelijks tijd, het leek of alles van boven geregisseerd werd volgens het perfecte draaiboek. Als pijlen uit kosmische bogen schoot iedereen een kant op om binnen een flinke zucht terug te keren met alles wat we nodig hadden. In heel Nijmegen en omgeving gingen blijkbaar scholen failliet toen wij eraan kwamen: onze ouders vonden her en der oude schoolbankjes en tafeltjes, precies genoeg en van ongeveer de goede maat; een leren schoolbord voor de 1e klas; een ander bord kwam terecht voor de 2e klas; houten latjes voor lampen en witte lapjes voor de rokjes er omheen. Het meubilair was terecht, iedereen was bezig. Nu nog het verfje; de kleur van de lokalen. Misschien was dat ook het eerste, begonnen we daarmee. Jaant diepte ergens onderuit een authentiek sofisch boek op met alle voorschriften en aanwijzingen. We stonden er met een aantal mensen omheen – tsja – moesten we nou Hamburg volgen of Stuttgart. Wat het werd en waarom weet ik niet meer; ik geloof dat we op dat roze vielen door onze roze brillen. Misschien waren we allemaal verliefd.

De ouders waren goud, ze wisten raad op alles. Toen ik mijn eigen woorden niet meer kon
verstaan door de galm in mijn lokaal in het volgende gebouw op de Groesbeekseweg- wat op zich wel paste bij het Oude Testament – gingen ze eierdozen zoeken en die werden met man en macht aan het plafond geplakt. Iemand had mooie gele velours gordijnen en toen die te kort bleken voor de hoge ramen werden er vrolijke stroken tussen gezet. Wij, de kinderen en ik, konden elkaar weer verstaan.

De school bleef groeien en wij waren nog steeds jong en enthousiast. Elk jaar kwam er een nieuwe klas bij en een nieuw lokaal, of nee, hetzelfde lokaal hielden we juist. Dus werd dat lokaal elk jaar opnieuw vrolijk geverfd: geel over roze en roze over geel en altijd even strak en prachtig. Pas toen we zo ver uitgegroeid waren dat ik aan de 6e klas begon in een noodgebouw omdat we alweer uitpuilden, waren we genoeg ingewijd om het eens met sluieren te proberen. Grote emmers, dikke sponzen, dunne verf en sponzen maar. Erg veel kleurverschil met het kwasten en rollen was er niet: kanariegeel, maar dan met vlekken, ‘levendig’ vonden we het, of er gefilterd zonlicht op viel. Ja we bekeken alles van de zonzijde.

Hoe het daarna precies verder is gegaan weet ik niet, want in de 7e klas werd ik ziek en vertrok om niet terug te keren. Mijn weg voerde langs kronkelwegen, grotten en vergezichten, alsof ik alle verhalen die ik vertelde aan mijn klas wilde doorleven tot het bot.
De essentie gebruik ik in de romans die ik schrijf. Het enige dat eraan ontbreekt, is dat echte zuurstokroze, dat hartenmooie van Villandry, want dat is met geen pen te beschrijven en nooit terug te krijgen.

Deel dit bericht:

Eva Terra Incognita

Eva Terra Incognita
Te bestellen bij de boekhandel

Sophie - Genius Loci

Sophie - Genius Loci
Te bestellen bij de boekhandel

20 reacties

  1. Wat een heerlijke tijd. Ik wou dat ik als kind op een vrije school had gezeten. Al moet ik zeggen, het gebouw dat je beschrijft, doet mij sterk denken aan mijn oude school, waar ik menig gelukkig jaar doorbracht. Weer heerlijk geschreven, mijn verbeelding jubelt.

    1. Lien, ik heb even een foto van het gebouw toegevoegd.
      Ik heb op de eerste verdieping gewoond, helemaal links, nog net te zien, en op de begane grond helemaal rechts. Het bos omsluit nog steeds het gebouw. Wat hebben we daar heerlijke avonturen beleefd, ik net zo hard, en hutten gebouwd!
      Fijn dat jouw oude school ook zo’n sfeervol geheel was!

  2. Dit doet me denken aan mijn eerste Lagere School in IJhorst. We kregen geen rapporten, “want doar krieg je allein moar narighiet van”.Aldus het hoofd van de school die troiuwens perfect Nederlands sprak. Hij imiteerde de ouders. Ik had juffrouw Zwart in de eerste klas. Ze was de liefste juf die ik ooit heb gehad. Ze nam de klas mee in het bos en legde veel uit, ik weet het nog. Ze reed op een Solex en ik reed altijd naast haar naar huis. Op mijn negende was ik sneller.

    De sfeer die jij beschrijft over die school in het bos. Zou niet elke school in het bos moeten staan? Heerlijk, de betrokkenheid van de ouders, zo hoort het toch altijd?
    Je schrijft weer nostalgisch en mooi, dat inspireerde mij ook. Ik ben nog een keer wezen kijken, maar helaas was de school al afgebroken zoals veel uit mijn vroege jeugd. Maar de hand naar die tijd gaat nooit meer weg.

    1. Leuk verhaal Kees! Dus toen jij naar Tiel verhuisde kon je zo hard als een solex? Ik herinner me alleen jouw kar waar ik mee mocht spelen met mijn vriendinnetje Pieta.
      En elke school zou op een inspirerende plek moeten staan waar avonturen beleefd kunnen worden!
      Villandry staat er nog en als ik daar dan heen loop, weet ik ‘alles’ weer, ik hoor zelfs de stem van juffie Loos schallen dat het speelkwartier om is. Pas later kregen we een schoolbel en luidden we die.
      Ik had daar natuurlijk ook een poes, Mikmak, en alle vijf haar jongen zijn terecht gekomen bij kinderen uit mijn klas.

  3. heerlijk, al dat jeugdig idealisme… en wat een schitterende plek, en wat een indrukwekkend gebouw… tegenwoordig een Rijksmonument, als ik het wel heb, al staat het nog steeds in de boeken als Kinderhersteloord… als Vrije School is het helaas nooit de boeken ingegaan…

    misschien, dat jouw vlammend betoog daaraan iets kan veranderen 😉

    bij Kasteel Villandry overigens, zijn appartementenblokken gebouwd; vraagprijs vanaf €600.000… zo gaat dat tegenwoordig; heilige plekken die worden ontheiligd…

    Anne, je bent een bevoorrecht mens… dat je daar hebt mogen dromen…

    ik heb nog wat oude foto’s gevonden van mijn Hersteloord…

    https://plus.google.com/photos/100856720842004309856/albums/5655588753682874273/5655591950011335874?banner=pwa

    dit is het Willem Antonie Orth-huis te Amersfoort; deze foto is genomen rond 1968… ik arriveerde 5 januari 1971…

    er zijn meer foto’s te vinden; hier sta ik ook op, zoals deze van Facebook…

    https://www.facebook.com/photo.php?fbid=153332454795651&set=a.147451808717049.2856.100003566910752&type=1&theater

    1. Ha Ron,
      Ja, dat was een sprookjesachtige tijd Ron. In de eerste klas vertelde ik iedere dag sprookjes, in de tweede fabels en legenden. We bouwden hutten in het bos…
      Twee jaar duurde deze droom, toen moesten we verhuizen, de school en Jaant en ik.
      Naar een drukke weg…
      Daar heb ik mijn klas nog vier jaar met liefde gehad. Ik voelde me een met hen.
      Tot ik het zevende jaar instortte op de drempel van school. Ik had net een periode Nederlands gegeven, nog immer aan dezelfde kinderen. Deze periode lag mij zeer na aan het hart en ging heel erg goed. En toen stortte ik letterlijk in. Ik was op…
      Wat daarna gebeurde zag ik in de nacht in vogelvlucht – het is goed gekomen…
      en dat schrijf ik in mijn volgende stuk.
      Hans Plomp zei eens tegen me ‘Anne, schrijven kun je en voelen en denken ook. Als je lezers wilt, moet je tot het bot…’
      Jij kent dat….
      Jouw leven is van ongekende klasse…. en jouw hersteloord is ook erg mooi…
      Je tweede link doet het op dit moment niet, maar dat kan komen omdat ik nu via dashboard werk.

      1. Ongekende klasse? Waar heb je dat gelezen? Is mijn biografie uitgelekt?

        En ja, het W.A. Orth-huis – Bosweg 6, Amersfoort – was een mooie plek… Wat mij dan weer is opgevallen, is dat jouw plek Bosweg 160 is… zie hier…

        http://www.noviomagus.nl/Ansichtkaarten/Zorginstellingen/Villandry/VillandryCat.html

        over toeval, en kapitale villa’s gesproken…

        overigens, de Heer Willem Anthonie Orth was een Duitse weldoener; pakweg Graaf Bernstorff op Schiermonnikoog… type Goeie Duitser… die had je toen nog…

        ik ben benieuwd, wie Villandry is, of was…

        1. Jij bent zelf zo lek als een mandje in je gedichten… 😉
          ik heb gehoord dat Villandry zo heette naar het dorp Villandry in Frankrijk waar dezelfde architect eerder een mooi huis gebouwd had. Dus ben ik ooit naar dat Villandry gereden en daar stond inderdaad een kasteelachtig huis – verder onderzoek heb ik niet gedaan…
          meer iets voor jou!
          en allebei op de Bosweg…. 6 en 160 –

          1. ik houd het erop, dat Graaf – of Hertog oid – Villandry een Franse leenheer was, die in de tijd van Napoleon een stukje Holland kadoo kreeg… net als ‘onze’ Lodewijk Napoleon…

            die gasten dachten echt wat van Holland te maken… ook toen had je nog goeie Fransen 😉

  4. ‘Die goeie ouwe tijd, Anne’. Dat klinkt wat oudbollig, maar het was echt een bijzondere tijd.
    Met gevlamd idealisme hebben we heerlijk naief al ons enthousiasme erin gegooid.

    Wat was jij toen al ‘n prachtig kabbelend vertellende juf.

    Lieve groet, Yvonne

  5. Dag Anne, wat ik nog weet van Villandry waren de houten vloeren waar ik splinters van heb gekregen en het Rhododendron bos met slingerpaadjes, het beste schoolplein ooit. Tot op de dag van vandaag associeer ik de bossen rond Villandry met St Michael en de Draak en op bijzonder winderige avonden, komen de Germanen weer tot leven. Juffouw Loos kon als geen ander vertellen. Weet je nog dat er een stel mensen het terrein opreden en pal onder jullie neuzen een tuinbank meennamen? Zomaar herinneringen die nu bij mij opkomen. Jouw handwerk lessen in het gebouw op de Groesbeekseweg weet ik nog goed, vooral omdat jouw ”strafwerken” heel educatief waren en mij goed deden :-). Groetjes van Rachel (voorloper klas), misschien ken je mij nog.

  6. Ha Rachel! Zat jij bij juffie Loos in de klas? Ik zie niet gelijk the gezicht voor me, maar je naam doet belletjes rinkelen! En dat ik strafwerk gaf weet ik ook al niet meer, haha.
    Ja, die tuinbank! Ik zag het gebeuren en riep juffie Loos erbij, die belde de politie en deed het verhaal van haar collega, ik dus, die de dief wel gezien had, maar niet het nummer van de auto omdat ze haar bril niet op had, vervolgens werd ze doorverbonden naar de volgende agent en deed weer het verhaal, tot vier keer toe tot die bril die ik niet op had, dat werd zo hilarisch dat we allebei de slappe lach hadden toen eindelijk de juiste agent aan de lijn was ~ grappig dat je dat nog weet. En die kronkelpaadjes, en de rododendrons en de splinters!
    Had jij krullen, vrij lang haar en een beetje blond? Er beginnen gezichten te dagen.
    Heel leuk samen even teug te zijn in die wondermooie tijd.
    Warme groet van Anne

      1. Ik vind het heel leuk op na al die jaren jouw gezicht weer te zien. Ik heb nog steeds heel veel mooie herinneringen aan de tijd daar en aan de Groes Beekseweg. Maar ook zeker aan jou, je mooie verhalen, creativiteit en je was altijd lief en positief.
        Het is altijd leuk een knipoog uit het verleden.
        Heel veel liefs
        Victoria

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *