Grote bril

Het is zover. Jo komt. Een must volgens haar man die overal van weet en vaak door ons huis dwaalt met snoeren en draden om dingen te verbinden die verbonden moeten zijn anders hebben de gasten hun t.v. programma niet.
Gasten mogen uit de hele wereld hier komen voor hun rust, hun serie is een must. Ze kunnen echt niet zonder. Dus draaft onze verbindingsman vaak op, want elke gast is hooked aan een andere serie en die zit dan net weer onbereikbaar. Niet voor onze verbindingsman, hij komt er graag voor, en zou nog liever die boom kappen, want de betreffende sateliet zit precies achter deze boomkroon. Zul je altijd zien.
Het voordeel is dat ik onderwijl wijzer wordt over kwalen, paranormale genezers, honden, tuinbonen, naaktslakken en kappers, praat me d’r niet van, maar het fijne van het richten der satelieten houdt hij geheim.

Volgens de man is zijn vrouw een must. Zij tekent namelijk ook en dat moet ik zien.
Hoe dichter het moment nadert, hoe minder zin ik erin heb en hoe meer ik mijn  ‘laat maar komen!’ verfoei.
Daar komt ze al, klokslag 10, en Jo neemt geen halve maatregel, ze laat alle bellen rinkelen, want ja, bij wijze van service heeft haar man voor elke gastenkamer een eigen bel geinstalleerd met een eigen knopje naast de voordeur. Jo is van hetzelfde niets aan het toeval overlatende soort als haar man.
Keurige regenjas waarvan je vergeet dat ze ooit bestonden, zo’n witte met knopen en een ceintuur op de rug, daarbij een bril van het uitzonderlijke formaat dat na al die jaren weer modieus is en een rood oog, maar dan ook bloedrood. Uitgerekend vandaag, klokslag tien uur nu ze die klant van haar man haar werk zal laten zien.

‘Ha Jo!’
‘Jij bent natuurlijk Anne. Bob zei al dat je je haar nooit kamt.’
Zo hoor je nog eens wat mannen in je zien. Niet mijn vrouwelijke charme, mijn luisterend oor, mijn koffie, mijn kont of mijn tieten, maar mijn ongekamde haar. Ik heb tenminste nog haar, dat kan ik van Bob zijn sliert niet zeggen.
‘Zal ik gelijk mijn tekeningen uit de auto halen?’
Ik loop mee naar de achterbak, ligt er een berg mappen waar in geen week doorheen te komen is.
‘Was je van plan te blijven logeren, Jo?’
‘Dat zei Bob ook al, dat jij geen blad voor de mond neemt, maar dat ik daar niet van hoef te schrikken, want dat jij daar niks kwaads mee bedoelt.’
‘O. En zei Bob ook dat ik een zere arm heb en niet kan tillen?’
‘Ja, en dat je nou naar André Schaap gaat en daar is hij ook geweest voor zijn rug en als jou dat helpt, ga ik ook, want Bob helpt niks, maar ik til mijn werk wel zelf hoor, ik heb al mijn tekeningen meegenomen, want ik wist niet precies wat je wou zien.’
Ik voel aan mijn klompen dat Bob mij iets in de mond gelegd heeft, wat er niet in zat en niet uit is gekomen. Vaag herinner ik me iets over tekentherapie. Ik wil haar ziel niet gelijk de grond in stampen en ik wil geen wig in de echtelijke sponde steken en ik wil mezelf niet verloochenen en ik zit in een lastig parket.

‘Weet je wat, Jo, ik ga koffie zetten en dan pak jij een serie die jou aan het hart ligt. Dan bekijken we die.’
Voor Jo zegt dat al haar werk haar na aan het hart ligt, ben ik de keuken in. Ik besluit de keuken niet te verlaten, geen plek is zo uitnodigend de ziel te ontbloten als de keuken en de befaamde keukentafel.
Daar komt Jo al aan met drie gevulde mappen met minstens 25 tekeningen per map, misschien wel 100.
Terwijl ik de melk opschuim, de koffie tap en een paar plakken ontbijtkoek met roomboter besmeer, eenvoud en luxe in een simpele combi die me net iets voor Jo lijkt, is zij verwoed in de weer met haar tekenwerk. Ze legt haar ziel volledig bloot op mijn keukenvloer. Beschroomd kom ik naderbij met koffie en koek.

‘Sinds vorig jaar mei teken ik mijn leven. Alle puzzelstukjes vallen op hun plaats.’
Ze raapt een soort ganzenbord op met cijfers en tekeningetjes en legt deze op de keukentafel tussen de bakken koffie en koek.
Ze wijst halverwege een minuscuul rood autootje met een rood vrouwtje tegen een rode achtergrond. Rood is haar kleur op het aangewezen moment.
‘Daar nam ik het stuur in eigen hand. Mijn buurvrouw ging op cursus en veranderde helemaal en dat wou ik ook en toen ging ik op tekenen. Autorijden kon ik al, maar dat telt niet want dat kon ik al voor Bob.’
Ik hoop niet dat we hier een uiteenzetting over het huwelijk met Bob tegemoet zien. Ter onderbreking nemen we allebei een slok gloeiende koffie, afgetopt met wit schuim. Jo zet haar kom neer met een klap, trekt haar bril van haar neus en begint de dampige glazen te poetsen, schuim om de mond.

‘Weet je Anne, ik wil mijn ogen terug. Ik loop al 40 jaar met een bril. Moet je zien hoe erg!’
Ze rukt een map open en trekt er een collage uit. Overduidelijk niet Jo met de banjo, maar Jo met de bril. Rondom tekst in vuurrode letters. Discreet trek ik mijn blik terug. Dat is niet de bedoeling. Jo wijst me met de neus op de feiten.
‘Moet je zien! Mijn puberteit. Afschuwelijk! Eenzaam dat ik was! En lelijk! Allemaal door die rot bril. Moet je dat zwarte montuur zien. Ik schaamde me rot.’

‘Jo, je was je tijd 40 jaar vooruit!’
‘Dat kan wel wezen maar ik had een rot jeugd en ik wil mijn ogen terug.’
Ik krijg het sterke gevoel dat er iets van mij verwacht wordt. Hier. Nu. Door Jo. Door Bob.
‘Ik laat ze laseren.’
‘Echt waaaar?’
Klinkt als verbazing, is opluchting dat ik niet met een stel ogen hoef op te draven.
‘Bob ziet dat laseren niet zitten, maar door die tekening met dat rode autootje heb ik zelf het stuur in handen genomen. Dus was ik vorige week bij de oogarts zonder dat Bob dat wist. Een vrouw. Gelukkig. Er zat een vlies voor mijn oog. Dat heeft zij weggehaald, daarom heb ik nu zo’n rood oog. Als het rustig is, wil ze me laseren. Wat zou jij doen?’
Daar heb je het gedonder van de wig in de sponde.
‘Mmmm….’
Dwars door haar grote bril kijkt ze me aan met grote griezels van bloedrode ogen.
‘Bob kan mij nog meer vertellen, ik laat het doen! Dan heb ik eindelijk mijn eigen ogen terug. Daar teken je toch voor!’

14 thoughts on “Grote bril

  1. Dani van Doorn

    Wat lees ik nu, kam jij je haar niet? 🙂

    Ben benieuwd hoe lang ze gebleven is…

    Maar weer heel leuk vertelt, Anne!

    Reply
    1. Anne Post author

      Ha Dani, joh, al dat gekam en geborstel, ik ben erachter dat je haar niet hoeft te kammen als je maar vaak genoeg met je handen in het haar zit 🙂
      en ja, je voelt het goed aan – een boterhammetje in de tuin was wel een heel aantrekkelijk aanbod en een kopje thee met zelfgebakken chocoladetaart, ja, heel toevallig doe ik dat soms als ik niet slapen kan –
      nog even en we zijn dikke tekenmaatjes, want ja, jij doet toch ook vriendinnendagjes… en ik kan mijn eigen blog niet ontkennen….

      Reply
  2. trucker klaas

    tja ,met een Bob in huis hoef je zelf niet alles helder te zien , maar voor zelfexpressie is het wel een gemak
    Het plan wat blijkbaar al gevat was kun je bekrachtigen door een goede uitvoering toe te wensen !
    weer een prachtig verhaal met een open einde

    Reply
    1. Anne Post author

      grappig, dat heb je goed gezien, trucker klaas. er ontgaat jou nou niets tot weinig – altijd bijzonder jouw blik op de weg 😉

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *