Poerem

Voor halftien moet je niet in Alkmaar zijn met een volle blaas. Voor de V&D staan tien lotgenoten met de benen gekruist. Halftien komt de sleuteljongen met een bos van hier tot Tokio. In onze nood denderen we hem links voorbij, rechts voorbij en ondersteboven. Alle ogen gericht op de weg naar verlossing: de roltrap. De weg ter toilet wordt geblokkeerd door een strategisch opgesteld rek waar de koopjes afknallen. Dit valt pas op de terugweg op. Liters lichter zou zo’n jurkje, broekje, shirtje wel eens goed kunnen staan. En dat voor 7,50 of iets meer of minder.

Nu ik hier toch ben en de zomer toch nog is gekomen, stap ik lichtvoetig het pashok in met een niemendalletje. Ik ben niet de enige, twee dames volgen mij met lange broeken over de arm. Je moet er maar zin in hebben met dit weer.
‘Ik heb wel niks nodig, maar tien euro voor zo’n ribbroek is een koopje.’
Door het belabberde pashokwandje heen hoor ik buuf net zo klooien met de kleren als ik.
V & D probeert zich van de ondergang te redden met La Place en kortingacties, maar de plek waar het er op aankomt, is pet. De spiegel jaagt de stuipen op je lijf. Dat rokje dat aan het rek aardig oogde, is geen gezicht, nog los van de witte melkflessen eronder.

Naast mij speelt zich iets dergelijks af.
‘Gadverdarrie! Alles puilt uit. Die broek is veel te laag. Geen poerem!’
Het woord mag niet bestaan, het dekt de lading.
‘Die lage krengen poeremen niemand. Die fabrikanten zijn geschift.’
Een vriendin om bij je te hebben!
‘Jonge dingen wel. Die hebben nog figuur.’
‘Echt niet. Moet je zien wat bij die meiden uit de broeken puilt. Geen poerem.’
De rust keert weer in het belendende pashok.
Even.

‘Gadverdarrie, wat een rimpels!’
Mijn spiegelbeeld vertoont hetzelfde verschijnsel. Gelukkig hebben we de vriendin.
‘Dat komt door die vieze, vuile vale V & D verlichting.’
Een zin om te onthouden.
‘Heb je je potje wel bij je, Annie?’
‘Potje?’
‘Je smeerpotje, dat moet je altijd bij je hebben. Hoe ouder je wordt hoe meer je uitdroogt. Als je je niet de hele dag insmeert, vallen de barsten erin.’
Buuf lacht met klaterende golven.

‘Deze broek zit hoger, toch poeremt-ie voor geen meter.’
Het buurgordijn scheurt open.
‘Wat doe jij nou!!?’
‘Kijken of-ie poeremt.’
Woester dan woest gaat het gordijn weer dicht. Vriendin mag vriendin zijn, ze moet het hok uit.
‘Ik sta hier met harige benen!’
‘Moet je mijn benen zien! Als ik er niet met de grasmaaier overheen ga, poeremt het echt niet. De hele buurt hoort wanneer ik mijn benen doe, zo’n lawaai maakt dat ding. Ik heb er toch zo’n hekel aan en was ermee gestopt omdat het toch geen zomer werd, moet ik zaterdag naar een blote benen party! Nou, ik trek mijn laarzen aan en doe alleen boven de laarzen.’

De gordijnen gaan open. In ganzenpas terug naar het rek, de poeremvrouwen voorop. Weg met de koopjes. Ze poeremen niet.

22 thoughts on “Poerem

    1. Anne Post author

      ik merk dat dit verhaal je raakt en nog eens raakt, Kerima – heel duidelijk! 🙂 🙂

      Reply
  1. Maja

    hahaha * zucht* een boek van jou is leuk, maar stop nooit met je leuke columns ..dat zou mijn spookbeeld zijn 😉

    Reply
  2. Yvonne

    Heerlijk vermakelijk Anne.
    Ik lig onophoudelijk in een deuk
    En niet alleen jouw recht-voor-de-raap woordenschat is uitgebreid !!!

    Succes met melkflesbenen, al-dan-niet behaard .. ach wat maakt het ons uit!

    Reply
    1. Anne Post author

      🙂 ja, je leert wat bij in zo’n pashok; ze zei ook nog ‘lekker zo’n vachie’ –
      en poerem houden we er zeker in 🙂

      Reply
    1. Anne Post author

      zo is het precies!
      en het dekt de lading en klinkt ook precies zo he, ‘poeremt niet’
      volgens mij beginnen er al vleugels aan te groeien

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *