Tolkamer – tuinman (1)

Ergens op een hoek in Tolkamer staan palmen te wuiven met paradijselijke bladerkronen. Het is een zonnige dag, maar daar zijn vele koude dagen aan vooraf gegaan, en wat te denken van al die koude winters uit vervlogen tijden? Hoe kunnen die palmen hier zo uitbundig groeien? Zijn ze van plastic? Of heeft deze tuin een aangepast microklimaat achter de tuinmuur? Loopt er een warmwaterader onder de grond? Zoals bij Nieuweschans? Maar die zitten toch altijd heel diep?

Tot mijn geluk zit er een gat in de muur waar mijn hoofd door kan om poolshoogte te nemen. Dat dit een goed idee is, blijkt meteen, want ik zie nu veel meer: kleine palmen, grote palmen, dikke stammen en dunne, harige en gladde, gevederd blad en glad blad, alles puntgaaf groen, daarbij een vijver met stromend water en een bouwseltje dat in de verte iets heeft van een pagode, maar dan met rieten dak en ijzeren palen, rood, dat wel. Ook zie ik bewegende benen. Er loopt een mens door de palmtuin. De stevige stap gecombineerd met het formaat laarzen, laat vermoeden dat dit een man is, niet zomaar een man, mar een tuinman, DE tuinman. Ter bezinning trek ik mijn hoofd even terug uit de tuin.

‘Heb je alles gezien?’
‘Ik zag een man en die zou ik graag spreken.’
‘Je kent die man helemaal niet.’
Alsof ik alleen met mannen wil spreken die ik ken.

Praktisch als Kees is, trekt hij me naar een hekwerk verderop dat tuin en straat gescheiden houdt. Door de wijde spijlen van Heras heb ik nu vol zicht op een klinkerpad met een twee-assige aanhanger erop. Dat ik hier oog voor heb, komt omdat ik zelf een tweeassige aanhanger wil om allerlei spullen mee te verplaatsen, ik houd van verplaatsen, ik had verhuizer kunnen worden. Door die twee assen weet ik dat de tuinman er een is die ‘alles’ ergens haalt, palmgrond, palmen, keien en hout, veel hout. Naast het Heras hekwerk staat een muur van keurig gekliefd hout, honderden rechthoekige blokjes van exact hetzelfde formaat, perfect bouwmateriaal voor de Toren van Tolkamer. Met mijn fantasie is niets mis, maar ik kan wel schrikken van doorkruisende stemmen.

‘Goedemorgen!’
Met een klap ben ik terug achter het hek. Aan de andere kant staat een tuinman met een doorploegde buitenkop omlijst met witte manen.
‘Ik wist niet dat palmen hier kunnen gedijen. Dat heb ik nog nergens in Nederland waargenomen. Alle bladeren zitten er puntgaaf aan, geen bruin randje van de vorst te bekennen.’
De knoestige kop breekt open als een kastanjeknop, in één klap zie je de stralende kaars.
‘In het begin was dat ook anders. Ik wou palmen, maar die zijn duur, dus kocht ik ze in oktober in de uitverkoop. Ik wist nog niks, dus het volgend jaar waren ze allemaal dood. Toen heb ik vier  aanhangers goeie grond gehaald speciaal voor palmen en in oktober kocht ik weer palmen in de uitverkoop. Die palmen liet ik in de potten tot het voorjaar, want ik snapte intussen dat die wortels in de wintertijd niet goed aarden, dan kunnen ze beter in hun pot blijven. Gingen ze toch weer kapot! Van de vorst. Moest ik nog een jaar wachten op oktober, die palmvent kende me al helemaal. Dat jaar kwam ik erachter dat palmen in de winter ingepakt moeten worden, dus zette ik ze in de noppenfolie. Was het nog int goed. Noppenfolie laat geen lucht door, dus de condens bleef binnen en al mijn palmen hadden schimmel. Kon ik nog een keer wachten op oktober, maar toen wist ik het goed gemaakt. Ik heb zakken gekocht in België met een rits en die heb ik eroverheen getrokken. Ging lekker snel en die zakken ademen, dus in het voorjaar waren mijn palmen eindelijk goed gebleven. Toen kon ik ze planten en dat zijn deze palmen en die zijn nou dus zo’n jaar of 2o, 25.  In het begin kregen ze de jas al aan als het 1 graadje vroor, dat doe ik nou pas bij 4 graden vorst. Maar vorig jaar kneep ik um wel even, toen vroor het op een gegeven moment wel 20 graden. Toen heb ik ze allemaal nog maar een jas aangetrokken en ze hebben het overleefd.’
Hij kijkt me aan met net zo’n hongerige blik als de mijne, zo’n blik die er geen genoeg van krijgt.
‘Maar nou zit ik met mijn vijver…’

Misschien vertel ik dat morgen…

14 thoughts on “Tolkamer – tuinman (1)

  1. Jannie Harmsen

    ‘De knoestige kop die openbreekt als een kastanjeknop en dan in één klap de stralende kaars zien’ is een echte Anne zin, Anne! Daarom dus, om dit soort zinnen ben ik zo dol op jou! 🙂

    Reply
  2. Ellie Schmitz

    Wij waren zondag bij het tuincentrum, kochten helleborussen en hedera. Hebben ons staan vergapen aan hoge palmen en ons af staan vragen hoe het mogelijk is deze in ons klimaat tegen te komen en hoe die kunnen groeien in Nederland…jij hebt het antwoord gegeven, Anne!

    Reply
        1. Anne Post author

          ik zag ons al botsen, elk van een andere kant door hetzelfde gat – naast elkaar wordt ook moeilijk, maar na elkaar moet lukken 🙂

          Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *