Tolkamer – water en vuur (2)

‘Moet je zien hoe vies bruin mijn vijver is.’
Door het Heras hekwerk lukt het een glimp smoezelig oppervlaktewater op te vangen. Mijn nieuwe vriend, de tuinman van Tolkamer, spreidt zijn armen om het formaat aan te geven van iets dat in de lucht hangt.
‘Zulke steuren heb ik erin.’
‘Van anderhalve meter? Die zitten als goudvissen in een kom.’
Dit is niet de kant van het gesprek die mijn tuinman voor ogen heeft.

‘Die steuren die groeiden als kool in mijn vijver. Ik had hem altijd brandschoon, maar hoe groter ze zijn, hoe meer ze eten, dus dat werd een flinke rekening. Ik kijken op internet of er wat goedkopers was, en dat was er. Ik gelijk vier van die grote zakken gekocht. Dat spul gaat erin als vet.’
‘Vandaar dat ze nu vet zijn?’
Weer stuur ik de verkeerde kant op.
‘Ineens werd mijn vijver smerig en ik dat eens even onderzoeken. Dus ik deed dat nieuwe voer in een potje zonder steur en dat water werd precies zo smerig als dat van mijn vijver. Dat smerige komt dus van het voer! Ik heb nog drie van die zakken staan en die ga ik niet weggooien. Dus.’

Zo’n treurig slot na de blije palmen kan natuurlijk niet.
‘Je bent wel een man met geduld als ik dat keurig gehakte hout bekijk.’
Mijn tuinman veert gelijk op.
‘Dat krijg ik van mijn vader, die heeft een timmerfabriek en dan haal ik dat resthout op mijn aanhanger en hoef het maar op te stapelen.’
‘Ga je er een nieuwe pagode mee bouwen?’
Hij kijkt van zijn oude pagode, naar zijn houtstapel, naar mij.
‘Ik verstook het. Ik heb nu bijna een nul-huis. Ik heb namelijk een hele goede houtkachel en daar heb ik mijn CV op, al 30 jaar. Ik kwam uit huis bij mijn moeder vandaan en zag dit huis en wou het huis uit, dat werd ook tijd, je kent het wel. Dat huis kon ik betalen, maar dan krijg je ineens al die rekeningen die mijn moeder thuis altijd betaalde. Dat was tegen de 300 gulden, je had toen nog geen euro. Dat kon ik niet betalen en toen had ik geluk dat ze in het Ruhrgebied overschakelden op gas.’
Ik kan de verbanden nog niet helemaal volgen, maar die komen eraan.
‘Die lui zetten al hun oude houtkachels langs de weg en toen hebben wij met een paar man die kachels van die weg gehaald op mijn aanhanger, want dat is een ijzersterk ding en ik kon hout van mijn vader krijgen en toen heb ik die kachel omgebouwd tot een CV kachel, pijpje naar buiten en nog wat dingen en dat ding loopt als een tierelier. Nooit kapot geweest in al die 30 jaar en vrienden van me zitten al aan de derde CV ketel!’

Kees die zich al die tijd buiten beeld en gesprek heeft gehouden, geeft me een por. Hij wil verder en vindt dit een goed einde van het gesprek. En dat is het.

10 thoughts on “Tolkamer – water en vuur (2)

    1. Anne Post author

      klopt Edgard, ik knutsel, Kees is nog veel handiger dan ik en hij heeft ook veel grotere en sterkere handen en armen en benen en hij kan verschrikkelijk goed timmeren, een vakman gelijk – als hij iets timmert is het voor de eeuwigheid, een olifant kan eraan hangen – ik daarentegen maak liefst dingen van loslopend materiaal en dat is vaak een heel gesleep…

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *