Iets met bomen – boekstaven (2)

iets met bomen

Er staan veel bomen in een bos. Eén trekt mijn aandacht, een boom die in dit volle bomenbos volledig op zichzelf lijkt te staan. Het is een rode beuk met takken die naar alle zijden uitstralen, daaronder niets. Er is leegte in de volte van de beukenboom.
De leegte zuigt me aan. Mijn voeten ritselen te luid door de dorre bladeren, komen tot stilte bij de stam. Ik laat me zakken op de grond, mijn rug tegen de stam.
Ik zit onder de boom. Rust in haar schaduw. Neem haar niet waar, word haar gewaar, haar wortels onder mij, haar takken boven mij, haar stam achter mij.
In de beukenrust herinner ik me dierbare ontmoetingen met de natuur.

Mijn eerste ontmoeting was met een hert.
Ik was klein en vertrouwd met de natuur door mijn vader. We liepen door een bos op de Veluwe. Ik moest poepen en liep het bos dieper in, terwijl papa, mama en Marco wachtten op het bospad.
Zittend tussen de ondergroei hoorde ik de hoefslag van een hert, het kwam aangestormd, op zijn hoofd een groot gewei. Hij galoppeerde recht op me af. Ik kon niet aan de kant, was door mijn uitwerpsel aan de grond gebonden als een schip aan zijn anker. Het hert torende boven mijn gezichtsveld.
Er was geen angst, geen twijfel, zelfs geen schrik, er was alleen dat prachtige dier. Ik rook hem. Hij rook mij.
Hij sprong als een paard op een schaakbord rechts van mij, rakelings langs mijn gezicht. Een adembenemend moment. Mijn hart stroomde over van onbeschrijfelijk geluk. Ik had een hert ontmoet.

In Ierland waren het zwerfhonden die mij opzochten op mijn tocht door  het golvende groene land. Ze boden gezelschap en veiligheid. Op een late avond, ik sliep al in mijn tentje ergens aan de westkust in onherbergzaam gebied, schrok ik wakker van vervaarlijk grommen en vijandig blaffen – vluchtende voetstappen, wegstervende stemmen. Ik ritste de tent open. In het licht van de maan zag ik wel vijftien jongens rennend gaan. De gele zwerfhond die mij die dag vergezeld had op mijn voettocht kwam naderbij. Ik dankte hem, aaide zijn gerafelde kop. Hij kwispelde. Ik gaf hem een stuk brood.
De honden kwamen op mijn pad toen ik vriendschap nodig had, bescherming, loyaliteit en trouw. Honden leerden me waakzaamheid, hoe je je zintuigen als eerste hulp gebruikt en oefent, wanneer je je tanden moet laten zien en wanneer je beter vluchten kunt.

In Polen waren het vlinders, tientallen, misschien wel honderden, hele wolken. We reisden mijn droom achterna, de droom van mijn eerste boek, een jeugdboek over Pirka, dochter der hagedessa’s, het geheim hoe deze heksenlijn de dans der duistere middeleeuwen was ontsprongen. We doorkruisten het Tatra gebergte, waar Pirka in verborgen gebied achter Zakopane opgroeide bij haar grootmoeder.
Ergens in een donker Pools woud, een ruisende beek nabij, zo’n plek waar geen vlinder te verwachten is, kwam een wolk donkerblauwe vlinders aangefladderd. Ze landden op mijn gezicht, mijn armen, schouders, overal, krabbelden met ragfijne pootjes verhalen in mijn huid. Ik hoorde hun vleugelslag. Mijn ziel kriebelde, zachtjes begon mijn ontpopping tot schrijver.

Dieren hebben mij altijd geraakt. Zij zijn een blijvende verbinding met mijn vader die meer dan ik zwierf door de natuur. Hij had genoeg aan het dier als dier, hij bestudeerde hun gedrag en werkte aan een boek over ethologie. Dat bewonderde ik in hem. Voor mij waren dieren mysterie, gidsen op de ondoorgrondelijke weg naar mijn bestemming.
Van jongs af aan had ik het gevoel dat dieren mij verbinden met mijn natuur en omgekeerd, dat mijn verbinding met de natuur via dieren verloopt.

Ik zit onder een rode beuk.
Zijn wortels onder mij, zijn takken boven mij, zijn stam in mijn rug.
Diep is de stilte.
Plotseling gaat een rilling door mijn ruggengraat. Het is of de boom dwars door me heen kijkt, van grote hoogte tot in de diepte.
Ik voel de beuk, de wortels, de takken, de stam, de man, de vrouw, de boom, boom der bomen, boom der boeken.
Ik kom thuis…

16 thoughts on “Iets met bomen – boekstaven (2)

  1. Edgard

    Het is zoals je beschrijft, als je je één begint te voelen met je omgeving, wordt die omgeving jou, en jij de omgeving en niets kan je da nog deren.

    Reply
  2. dimph

    Anne, jij beschrijft weer zo mooi de verbinding met de natuur, de liefde van de dieren die voelen, niet denken. Als je zo kunt voelen doet er niets meer toe……..EEN ZIJN.

    Wat ben ik toch blij dat je er weer bent.
    xxx

    Reply
  3. Jannie Harmsen

    De Beuk graait met zijn (of haar) wortels als een grote klauw in de aarde en houdt het vast, maar wortelt niet te diep. In de herfst ligt er een tapijt onder de boom, waardoor je zo heerlijk met je voeten kunt ritselen. De boom is een parasol in de zomer, het filtert licht als sterretjes. Het is tere schoonheid en kracht ineen. Voor mij was het de eerste boomsoort die echt mijn aandacht trok. En het is nog steeds één van mijn grote favorieten Anne! 😉

    Reply
    1. Anne Post author

      In je woorden voel ik je verbondenheid met de beuk, Jannie. Ik zie ook dat jij fotograaf bent, hoe je oog hebt voor de beuk, fijnmazig, innig en liefdevol. Precies waarom ik zo graag door je foto’s wandel.
      Ik vind het wel bijzonder dat de beuk voor jou ook de eerste boom(soort 😉 ) was/is, die je aandacht trok!
      Dank voor je mooie bijdrage.

      Reply
      1. Jannie Harmsen

        Graag en met (bomen) liefde gedaan Anne. 😉 En jij ook bedankt voor je mooie woorden aan mijn adres…..

        Reply
  4. Joke Stolting

    boem.. o nee boom…. en ja raak, helemaal. ik zie je zitten en lopen in de natuur, overal de wonderen ervaren in vreugde zonder angst. Er trilt iets heel zachtjes na in mij <3

    Reply
    1. Anne Post author

      het bijzondere is dat ik je antwoord nu pas vind, Joke, alsof de trilling alsmaar nog door is gegaan! mooie reactie

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *