ONTWEND

Twee weken van huis en ik ben alles ontwend. Ontwend? Klopt dat woord wel? Ontwennen is al raar, ontwend nog raarder, raarder is zo mogelijk nog rarer.
Dat krijg je na twee weken Duits, of liever Fränkisch, de taal die op de berg gesproken wordt. Bäckerli, is de bakker, Lädli de winkel en Omi, dat is oma, die vertelde dat haar hondje wegmoest vanwege klaukli. Dat was ook even wennen, Omi’s nieuws van de tijd dat wij niet daar waren. Geen kwaal, kei(n) kränkli, maar klaukli. Ze ging erbij krabben op de tafel. Kratzen? Nei(n), klaukli. Omi bloosde.
Wat doet een hondje waar omi van bloost? Essen vom Tabel? Nei Esli von Tabli. Klaukli! Toen wij nog steeds niet gewend waren en geen blijk van begrip toonden, wees Omi naar ons. Wij deden het ook. Wij? Klaukli? Jo! Omi keek om zich heen of er geen fout individu meeluisterde, en ging over op haar zuiverste Bayrische Duits. Klowkli. Als we het nou nog niet wisten, dan wist Omi het ook niet meer. Zat daar Klo in? Klojo? WC! Hondje deed het in de kamer. Nicht poopli, maar klowkli. Plasje, klots klots, op omi’s tapijt dat al 84 jaar de tijd doorstaat dankzij luchten in zomerzon en baden in wintersneeuw. En daar gaat me zo’n hondje, lief hondje, slim hondje, mooi hondje, klaukli op doen. Weg met dat hondje.
Dat Fränkisch is zo gewend. En al die methoden daar ook. Houthakken, vuur maken, bij de kachel zitten, Brötli en Würstli, Glühweinli, je went er zo aan.
Inburgeren in Nederland is stukken moeilijker. Dat begon gisteren meteen al met slapen. Dat ging niet. Op die berg slapen we met zijn allen als Murmeltierli. Dat kan daar niet anders, het hangt in de lucht, maar anders dan ik aanvankelijk aannam. Daar kwam ik vannacht achter. Dat heb je dan weer als je niet slaapt. Niet dat ik niet moe was, ik was moe. Het punt was, dat ik mijn bed uitdreef. Het was heet. Gloeiend heet. De thermostaat wees evenwel exact dezelfde temperatuur als twee weken geleden, precies als afgesteld volgens de Nederlandse normen voor mensen die proberen het milieu minimaal te belasten. Zestien graden. Als je lager gaat, schijn je het milieu ook weer te belasten omdat-ie dan overdag te hard moet werken naar 21, in ons geval 20. Was het nou heet of niet heet. Aan den lijve ervoer ik, wat me in theorie ontging. Eens. Ooit.
Het was heet, relatief heet.
De theorie van de relativiteit is me verklaard door een waar kenner en liefhebber van Einstein aan de hand van elektriciteitspalen en een trein die erlangs reed. Zijn stem kreeg gloed, zijn ogen flonkering. Ik viel als een blok. Met als gevolg dat de clou mij ontging. Hij zag de clou als kern van zijn wezen. Ik die gloed.
Ach ja. De eindigheid van de verhouding vervat in de aanvang. Dat zie ik ook ineens.
Dit terzijde.
In ons Duitse onderkomen gaan objectief en subjectief wat koude betreft aanvankelijk hand in hand: 5 graden Celsius bij binnenkomst. Dankzij twee houtkachels komen daar de nodige graden bij, als je niet oppast is het na twee weken 26 graden. Wij passen op. In de badkamer wordt het niet warmer dan 5 graden, een douche heb je niet nodig, je gaat die badkamer in en opgefrist ben je. De slaapkamer grenst eraan, maar daar loopt de schoorsteenpijp door. De eerste nacht is het daar 5 graden, maar dat loopt langzaam wat op dankzij die schoorsteen. Een beetje koude slaapt geweldig. Zet de cv uit en je lichaam gaat over op een ingeboren instinct om de winterkou te overleven, in drie nachten ga je over op winterslaap, diep en onbezorgd.

One thought on “ONTWEND

  1. Dick Zeelenberg

    Lieve Anne,

    wat fijn dat je weer terug bent. Voor ons, trouwe lezers, dan. Jij geniet volgens mij volop in Duitsland. Maar, raar als het klinkt, had ik je kijk op de wereld gemist. Het dagelijks kijken op je website was net wat aan het afkalven tot ik je gelukkig weer trof.

    Herkenbaar is het verschil in beleving van warmte van cv en kachel. Wij zijn in het gelukkige bezit van een mooie houtkachel en genieten volop van de heerlijke warmte. De dag begint met het aansteken van ons kacheltje en rest van de dag stoken we hem af en toe weer op. Een middelpunt in de kamer waar de radiator nooit tegenop kan. En daarnaast geeft het een basaal gevoel van voldoening om te moeten zorgen voor je eigen vuur. En zoals Lohues zingt: ‘t bos kan barre duuster weden, mar trek je niks an van wolven en beern, en ben je te bescheiden of domweg te lui, dan giet ‘t mooiste holt (hout) naar de verkeerden.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *