Vuur

~Vuur~ Mixed Media ~ Anne Vellinga

Ik ben van voelen en doen, van terugkijken en tot inzicht komen. Ik leer pas als ik het aan den lijve ervaren heb.

We waren verhuisd van Westkapelle naar Tiel, van een piepklein huisje aan zee naar een immens herenhuis in een Betuws stadje. Het huis had spannende trappen met heel veel treden en bochten. Ging je de diepte in, dan kwam je in een donker en kil gat, een onmetelijke kelder die we nooit zouden gebruiken want wat hadden wij nou om op al die planken te zetten; mijn moeder kocht per dag en dat aten we gelijk op. Klaar.
Er waren meer trappen omhoog dan omlaag en als je al die treden en draaiingen gehad had, was je op een zolder waar een hele klas met kinderen aan de gang kon. Er hingen duizend spinnenwebben en een schommel waar ik niet op mocht want die zwaaide uit over het trapgat en daar kon ik dan invallen. Mijn moeder had alles al eens meegemaakt. Er was een kamer voor de dienstbode die we nooit zouden krijgen.
De plafonds waren zo hoog dat je je hoofd in de nek moest leggen om ze te zien en de ramen hadden zulke diepe vensterbanken dat je erin kon zitten. Wat niet mocht want ze waren zo hoog dat je erop zou moeten springen en in de vaart zou je dan dwars door het glas gaan en doodvallen.

De woonkamer was dubbel met schuifdeuren ertussen, de ruimte was griezelig van grootheid. Die ene tafel van ons en die twee stoelen verdronken erin. Mijn moeder zei dat ze geen zin had al die kamers en vensterbanken en ramen schoon te maken met alleen haar bezem. Dat zou toch moeten, want mijn vader moest drie jaar lesgeven voor er genoeg geld was voor een stofzuiger en toen woonden we al in een veel kleiner huis.
In tegenstelling tot mijn moeder, kon mijn vader zijn geluk niet op. Hij zou van de voorkamer een levensgroot terrarium maken met een boom erin en een vijver en oerwoudplanten en hagedissen en slangen. Daar ging hij inderdaad al snel mee aan de slag, met alle gevolgen van dien, waaronder de stofzuiger die al maar niet kwam en de slangen die door de kieren ontsnapten. Voor het zover was, zag hij mogelijkheden die terstond verwerkelijkt konden worden.

‘Kijk!’
Dat heb ik hem een miljoen keer horen zeggen, altijd dat ‘KIJK!” en dan was er een vogel die wij almaar niet zagen, hoe hij ook wees op al die plekken waar wij ooit waren.
‘Kijk!’
Ik zag een gat in de muur met een ijzeren hekje ervoor.
‘Een open haard! Daar ga ik vuur maken.’
De oermens in mijn vader was los. Ik had hem nog nooit zo enthousiast gezien. Hij ging in de weer met kranten en sigarendoosjes en lucifers. Vlammende tongen laaiden op, heet en hoog, almaar heter, almaar hoger, tot mijn vader kolen op het vuur gooide. Weg waren ze. Nu kwam er rook, veel rook, stinkende rook. Mijn vader haalde een emmer water en gooide die over de rokende massa. Toen kwam er nog meer rook en nog meer stank. Hij rukte de openslaande deuren open voor mama de trap af zou komen met mijn huilende kleine broertje. Het was of de rook het rook. In een lange sliert kwam het onder de kolen vandaan en zeilde door de kamer, de deur uit. Ik liep met de rook mee. Buiten steeg het op, hoger en hoger en toen was het weg terwijl er rook bleef komen. Ik begreep niet waar het bleef. Hoe ik ook keek, ik zag het niet.

Ik weet niet hoe lang ik keek, maar toen ik de kamer weer in kwam, was daar niemand, alleen onze poes. Ze dronk melk uit een bord. Ik was blij dat zij er was. Ik wilde haar omarmen en liep naar haar toe. Dat moet je nooit onverhoeds van achteren doen, dan schrikt een poes. Dus ging ik voor de poes staan zodat ze me zag. Ik bukte om haar op te pakken. Dat heb ik geweten! Mijn billen stonden in brand. Ik wilde weg maar zat vast aan de gloeiende kachel. Ik had dat hele ding niet gezien. Wist ik veel dat mijn vader nog niet genoeg had gehad van vuurtje stoken. Op mijn gegil kwam mijn moeder ergens vandaan. Ze zei van alles wat ik niet meer weet en trok zo hard aan mijn schouders dat ik het in mijn billen voelde. Ik was los en zij zette mij in een pan koude melk. Ik heb lang op de blaren moeten zitten.
Het duurde tot mijn achtste voor ik een lucifer durfde aansteken boven de gootsteen, zodat ik hem meteen kon laten vallen.

Nu heb ik een schrijfhuisje met een houtkachel. Ik lees er de vlammen, ik lees er de rook en ik schrijf. Ik heb me nog nooit gebrand.

 

 

 

31 thoughts on “Vuur

  1. Ellie Schmitz

    Een heel mooi verhaal van ‘toen’ brengt de lezers naar ‘nu’. Een ding is voelbaar, het schrijfhuisje met kachel voelt voor jou als een warme jas!! Geniet ervan, Anne ❤️

    Reply
  2. Dimph

    O heerlijk de tijd van toen zoals jij die beschrijft.
    Het verkennen, de verwondering, op de blaren zitten . En dan nu zoveel jaren ouder en wijzer ben je weer aan het verkennnen, de verwondering en de kachel zijn terug. Evenals je vader die zijn oergenen aan je doorgegeven heeft
    Anne mijn kinderjaren staan nu op mijn netvlies en de hoop naar een eigen kachel laait nog meer op.

    Reply
    1. Anne Post author

      wat weet jij het toch steeds aan te voelen, Dimph – het raakt me dat je zegt dat mijn vader zijn oergenen aan me heft doorgegeven, dankjewel ~ en die eigen kachel moet maar gauw komen, idd echt iets voor jou!

      Reply
  3. Marjolein

    Wat een schrik door je avontuurlijke vader, Anne!

    Ik ken al die waarschuwingen, die gaf mijn oma die overal bang voor was – terwijl ik in een boom klom.
    Mijn andere oma leek meer op jouw vader: zij had in een flat (waar het altijd snoeiheet was) een levensgrote koffieboom, veel orchideeën, een kleinbladige ficus die over de muren en de schoorsteen kroop en de trouwfoto’s omlijstte en bovenal had ze een volière in de kamer. Ik hield daar zo van!

    Je zet mij aan tot mooie herinneringen, maar ook aan de blaar op mijn duim van toen ik een vlamverdeler oppakte. Die blaar ging ontsteken en dat heeft ook lang geduurd voordat het weer ‘zacht’ was.
    Geniet jij maar lekker in je schrijfhuisje, ik geniet mee <3

    Reply
    1. Anne Post author

      een verhaal op zich Marjolein, enig om te lezen en me alles te kunnen voorstellen hoe dat bij jou was, behoorlijk herkenbaar! dankjewel voor je bijdrage X

      Reply
  4. corry nieman

    Van klein naar groot verhuizen en dan heel creatief worden. Een oerwoud in huis. Ben benieuwd hoe dat verder is afgelopen. En dan dat kachelverhaal, jij je billen verbrand (littekens overgehouden?), nee je hoeft niet alles te vertellen. Je snapt mijn gedachtegang. Wij hadden zo’n prachtige roodbruine allesbrander in huis en soms als de trek niet goed was zei hij “boem”. We schrokken enorm en vervolgens kwam er uit alle gaten en kieren zwavelkleurige rook. Ik vluchtte subiet naar buiten.

    Reply
    1. Anne Post author

      laat ik dan toch maar ‘alles’ vertellen: voor zo ver ik het zelf kan zien heb ik er geen littekens aan overgehouden Corry – misschien dankzij de melk? hoe mijn moeder er op kwam me daarin te zetten?
      zoals ze ook mijn broertje een beker melk te drinken gaf toen hij giftige besjes gegeten had, die er later uitgepompt zijn in het ziekenhuis, ondanks zijn verwoede bijten op de slang die door zijn mond zijn maag werd ingeduwd
      voorlopig wel weer even genoeg van ‘alles’ 😉
      en dat ‘boem’ vraagt ook om meer!

      Reply
          1. corry nieman

            Mijn moeder kookte het altijd tijdens de afwas s’avonds. De indeling van het huis was kamer, hal met kelder en toilet en dan de keuken. Voor het slapen gaan eerst naar de keuken om een paar flinke halen te doen door de melkpan met m’n vinger om van de lauwe vette vel te snoepen.

  5. Marjan Beussen

    Ook bij mij brengt jouw verhaal herinneringen bij mij terug Anne. Als ik intens koud van buiten kwam ging ik naast de kachel zitten en viel dan in slaap! Ook de “oude tijd” herleef ik hier in Hongarije met de houtkachel die mijn huisje verwarmd.
    Wat is het toch heerlijk om zo die tijd weer te herbeleven en zo onze dierbaren weer even om ons heen te voelen!

    Reply
  6. athy van meerkerk

    Mijn vader was geen natuurmens maar een stads-.
    Maar ik herkende hem meteen in jouw beschrijving van jouw vader. Daar moet ik eens goed over denken.
    Heerlijk stuk schrijven van jou, Anne.
    Ik zie het kind dat de rook volgde en ik zie de grote Anne in haar schrijfhuisje die de stroom van beelden en woorden volgt.
    Fijn om mee te maken. Lieve groet!

    Reply
    1. Anne Post author

      wat een mooie respons Athy, blij mee – die laatste zin bijvoorbeeld, ja, dat zie jij dan ~ dankjewel voor je intensiteit van lezen

      Reply
  7. Hanny Andernach van den Bergh

    Mooie en iet of wat pijnlijke herinnering. Wat het voor mij dubbel leuk maakt is dat ik de prachtige villa waarin dit helse verhaal zich afspeelt zo goed ken! Ontzettend jammer dat die er niet meer is. Lieve groeten uit Tiel.

    Reply
    1. Anne Post author

      wow, wat is dat leuk Hanny, dat je het herkent en weet! dat had ik niet verwacht en maakt het idd dubbel leuk. ben je er ook wel eens binnen geweest? en ken je de tuin ook? met daarachter nog een ‘geheime tuin’? en idd doodzonde dat het er niet meer is

      Reply
  8. Wicky Steevensz

    Een heerlijk verhaal wat ik met een grote glimlach heb gelezen, Anne!
    Zo beeldend zoals jij dat kunt.
    Ik heb erva genoten, ook van jouw vader. Een lieve groet.

    Reply
    1. Anne Post author

      dat is waar Umberto, en je laat me zien dat ik de zon een plek heb gegeven in mijn schilderij ~ dikke liefs!

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *